Hulpverleners komen vermiste straatprostituees in binnenstad tegen

Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - De groep zwaar verslaafde heroïneprostituees in Amsterdam, die begin dit jaar niet is meeverhuisd met de tippelzone naar het Westelijk Havengebied, werkt gewoon weer in de binnenstad.

Dat is de ervaring van de interkerkelijke stichting voor verslaafdenzorg De Regenboog, die als enige hulpverleningsorganisatie voor verslaafden twee veldwerkers heeft rondlopen in de binnenstad.

Op de tippelzone aan de Theemsweg, die sinds 1 januari open is, werken nauwelijks heroïnehoeren, voor wie de plek bedoeld was. Van de gedoogplek voor straatprostitutie wordt vooral gebruik gemaakt door vrouwen en transseksuelen zonder verblijfsvergunning uit Latijns-Amerika en Oost-Europa. Zij werden dit voorjaar uit het Wallengebied verdreven bij een schoonveegactie van de Amsterdamse politie in de rosse buurt. Op de tippelzone controleert de politie daarentegen niet op paspoorten, om onrust onder prostituees te voorkomen.

De heroïnehoeren zijn geen partij voor de goed uitziende, want niet-verslaafde, buitenlandse concurrentie, zegt veldwerker Evelyn Wagenaar van De Regenboog. Ook is er geen dope verkrijgbaar in de nabijheid van de excentrische Theemsweg, aan de rand van het bedrijventerrein Teleport in de buurt van NS-station Sloterdijk. Maar vooral vinden de verslaafde prostituees de tippelzone veel te ver weg. Wagenaar: “Je moet met de bus of tram en dat kost geld. En dat heben ze er niet voor over, of het geld moet nog verdiend worden. Ze leven van moment tot moment.”

De Regenboog richt zich op de moeilijkste categorie: zwaar verslaafde hoeren zonder huis of uitkering. Van hen gaat nauwelijks iemand richting het Westelijk Havengebied, zegt Wagenaar. Alleen de zelfredzame tippelaarsters trekken naar de Theemsweg. “Van mijn doelgroep ben ik er daar eentje tegengekomen.”

Zij ontmoet haar klanten sinds begin dit jaar weer op de aloude tippellokaties: achter het Centraal Station en op de Lange Niezel, een zijstraat van de Warmoesstraat. Het is niet zo dat het aantal heroïnehoeren aan het dalen is, spreekt Wagenaar de Amsterdamse politie tegen, die zo hun geringe opkomst op de tippelzone verklaart. “De groep die voorheen op de tijdelijke tippelzone op de Oostelijke Handelskade zat, zit gewoon weer op de vroegere tippelplekken.”

De heroïnehoeren die ze in de binnenstad tegenkomt, probeert ze ervan te overtuigen dat het veiliger is om naar de Theemsweg te gaan. Maar vooralsnog tevergeefs. De leeggekomen plekken achter de ramen op de Wallen zijn voor hen geen alternatief. Daarvoor zien ze er te slecht uit. Wagenaar houdt haar hart vast voor wat de vrouwen kan overkomen nu de vroegere situatie is teruggekeerd waarin de politie in het centrum jaagt op tippelaarsters. “Uit angst opgepakt te worden, kunnen de vrouwen te snel in een auto stappen om halverwege Utrecht eruit gegooid te worden”, vreest de veldwerker.

Bovendien is er voor hen geen opvangplek meer, zoals tot begin dit jaar op de Oostelijke Handelskade. Daardoor kunnen ze niet meer 's nachts even bijkomen met een kop koffie, een boterham of een praatje en is er geen medisch toezicht meer. Met alle gevaren voor de volksgezondheid van dien, zegt Wagenaar, want de mannen die van hun diensten gebruik maken, gaan daarna gewoon weer naar huis.

De hele Amsterdamse hulpverlening aan verslaafden had volgens haar van meet af aan een hard hoofd in het slagen van de tippelzone gezien de excentrische ligging. De plek die in eerste instantie was aangewezen, de Transformatorweg in het dichter bij het stadshart gelegen stadsdeel Westerpark, was geschikter geweest, zegt Wagenaar. “Het was iets gemakkelijker te bereiken. Er waren meer mogelijkheden om er te komen met het openbaar vervoer.”

De enige kans die ze ziet om de tippelzone alsnog te laten functioneren voor de groep waarvoor de voorziening bedoeld was, is door de plek beter bereikbaar te maken voor de vrouwen. De gemeente moet busjes laten rijden naar de Theemsweg, bij voorkeur vanuit het centrum, omdat anders de treinreis de vrouwen weerhoudt.

Wagenaar ziet weinig in het voorstel van coördinator Hilde Blonk van het Mirjamhuis om een huisdealer op de tippelzone aan te stellen. “Dan krijg je weer onrust in de dealerswereld. Want die vrouwen hebben vaak een vaste dealer van wie ze afnemen. Dan druk je die vrouwen ook weer dieper in de problemen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden