Hulpverleners en politie slaan handen ineen

GGZ Nederland en de politie tekenen vandaag een convenant over de aanpak van overlast veroorzakende mensen met psychische en/of verslavingsproblemen. De boodschap: er moet beter samengewerkt worden.

DEN HAAG - Eric Barends voelt zich een bevoorrecht mens. De manager crisisopvang van het psycho-medisch centrum Parnassia werkt bij een organisatie die haar zaakjes aardig voor elkaar heeft.

Doordat alle instellingen voor geestelijke gezondheidszorg in de regio Den Haag zijn samengevoegd, is er één centraal 24-uurs meldpunt van waaruit alles en iedereen wordt aangestuurd. Politie en huisartsen kunnen met al hun vragen over spoedeisende hulp terecht op één telefoonnummer. De aanrijtijden voor probleemgevallen zijn kort, en er is binnen de organisatie altijd wel ergens een bed te vinden. ,,Die fusie is een zegen voor de crisisopvang'', vindt Barends.

'Amsterdamse toestanden' komen in de Haagse regio dan ook niet meer voor. De situatie in de hoofdstad is namelijk een stuk minder rooskleurig. Politie en hulpverleners gingen daar met name afgelopen zomer vaak rollend over straat.

In plaats van samen te werken bij de opvang van verwarde, overlast veroorzakende junks en/of psychiatrische patiënten, maakten betrokkenen elkaar vooral verwijten. Noodgedwongen belandden probleemgevallen te vaak en te lang in een politiecel. Daar zijn wij niet voor, meent de politie. De zorgverleners voelden zich op hun beurt regelmatig door de politie aan hun lot overgelaten, wanneer ze aan de slag moesten met gevaarlijke patiënten.

Triest dieptepunt vormde de dood van de 42-jarige Paul Marsman, eind 1999. De volledig buiten zinnen geraakte Amsterdammer, die naakt en schreeuwend de huisraad van het dak van zijn woning had staan gooien, moest uiteindelijk door de mobiele eenheid worden overmeesterd. Later overleed hij in een politiecel wegens zuurstofgebrek.

Een experiment met de openstelling van een screeningsruimte voor spoedeisende gevallen mislukte. En tot overmaat van ramp bemoeide ook de politiek en de korpsleiding zich nadrukkelijk met de gang van zaken, hetgeen door alle media-aandacht zeer schadelijk was voor het imago van de geestelijke gezondheidszorg.

,,De situatie in Amsterdam is ingewikkeld'', erkent Barends. ,,Daar heeft ook de gemeente via de GG en GD een inbreng bij de crisisopvang. Maar ik geef het je te doen. De problematiek in Amsterdam is niet te vergelijken met de onze. Daar zijn veel meer verslaafden, van wie ook nog eens twintig procent niet uit de hoofdstad komt.''

Niettemin vindt Barends het onvoorstelbaar, dat het in Amsterdam zover heeft moeten komen dat de burgemeester de GGZ via de rechter heeft gedwongen een patiënten die in de politiecel was beland op te nemen. ,,Zoiets zou in Den Haag nooit gebeuren'', weet Barends zeker. ,,Is ook geen aanleiding voor. Op de werkvloer wordt prima samengewerkt tussen alle betrokkenen. En als er eens wat is, wordt dat via overleg opgelost.'' De situatie in Amsterdam is opvallend, maar niet uniek, vindt Barends. ,,Ook in andere regio's zijn wel eens meningsverschillen over de taakverdeling.''

Vandaar dat hij de komst van een landelijk convenant tussen politie en GGZ voor een regionale aanpak van harte toejuicht. ,,Het is een lijvig stuk geworden, waarin tal van afspraken zijn vastgelegd: over aanrijtijden, beschikbaarheid, doorverwijzing, enzovoort.''

,,Het belangrijkste is dat je afspraken met elkaar maakt, en weet wie waarvoor wanneer verantwoordelijk is. In gevaarlijke situaties is de politie aan zet, in de overige gevallen dient de crisisdienst snel ter plekke te zijn.''

Het convenant bevat ook de aanbeveling dat er aanvullende wetgeving nodig is. ,,De politie heeft onvoldoende bevoegdheid. Zo staat ze machteloos als een manische patiënt thuis zijn eigen huisraad kort en klein slaat.''

Parnassia krijgt jaarlijks zo'n 2500 meldingen binnen waarvan ruim 700 van de politie. ,,In zeventig procent van de gevallen zijn het bekenden van ons'', zegt Barends. ,,Alle patiëntgegevens staan in één centrale databank. Zo kunnen wij soms zaken op afstand regelen, omdat we weten bij wie iemand in behandeling is en welk behandelplan en welke medicatie hij of zij krijgt.'' Ambulante crisisteams -een psychiater in opleiding met een sociaal-psychiatrische verpleegkundige- rijden continue door de stad om snel ter plaatse te kunnen zijn.''

Elke ochtend overlegt de crisisdienst van Parnassia met de behandelende artsen over de gevallen van de afgelopen 24 uur. ,,Dat gebeurt via een videoverbinding met alle klinische locaties'', vertelt Barends niet zonder trots. ,,Dan kijken we of telkens de juiste beslissing genomen is. Veel mensen denken dat crisishulp vooral aan de voorkant geregeld wordt, maar het is veel meer een achterkantverhaal. Vooral dankzij de inzet van de verpleegkundigen lukt het in 99 procent van de gevallen om snel een bed te vinden voor de direct hulpbehoevenden. Je bent met zijn allen verantwoordelijk voor het succes van de hulpverlening.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden