Hulporganisaties klem tussen leger en maoïsten

Donoren in Nepal staan na de koninklijke coup van 1 februari voor een moeilijk dilemma: doorgaan met de hulp en levens van stafleden op het spel zetten, uitsluitend humanitaire hulp verlenen, of het land verlaten.

De Verenigde Naties, Europese Unie en internationale hulporganisaties luidden vorige week de noodklok over Nepal, waar het conflict tussen veiligheidstroepen en de maoïstische rebellen het geven van hulp steeds moeilijker maakt. De organisaties riepen de partijen op de mensenrechten te respecteren. ,,Als er niet snel een oplossing gevonden wordt, is een humanitaire crisis niet onwaarschijnlijk'', waarschuwt Leonard van Duijn, hulpverlener in de hoofdstad Kathmandu.

Veel organisaties maken zich steeds grotere zorgen over de veiligheid van hun personeel. Het eerste slachtoffer viel bijna drie jaar geleden. Ishwor Lal Joshi, programma-manager van de hulporganisatie Plan Nepal werd in juni 2002 ontvoerd door maoïstenrebellen. Ze sneden zijn ogen uit en vervolgens zijn tenen, tanden en ingewanden. Daarna werd wat van Joshi over was, opgehangen. Zijn misdaad? Hij zou het leger informatie hebben gegeven waardoor vijf rebellen werden gedood. De maoïsten vernielden verder alle kantoren van Plan Nepal in het district Bajhang.

Ook de veiligheidstroepen laten zich niet onbetuigd. Jagnath Chaudhari reageerde enkele maanden geleden op een advertentie van een hulporganisatie die veldwerkers zocht uit de achtergestelde Tharu-gemeenschap. Jagnath mocht op gesprek komen, maar werd onderweg gearresteerd door het Nepalese leger. Zijn misdaad: het leger wantrouwt iedere Tharu, omdat een groot aantal van hen zich bij het rebellenleger aansloot. Chaudhari werd drie dagen lang met het nodige geweld ondervraagd en daarna vrijgelaten.

Veldwerkers als Joshi en Chaudhari staan onder grote druk, zowel van de kant van rebellen als van het leger. In het conflict kwamen inmiddels ruim 150 dorpsonderwijzers en zestien veldwerkers om het leven, terwijl een onbekend aantal werd gearresteerd of ontvoerd.

Duurzame hulp is al jaren nauwelijks mogelijk in de 'rode' heuvels van Nepal. Toch gingen de meeste organisaties daar tot voor kort mee door. De Britse organisatie DFID tekende tijdens een staakt-het-vuren van drie maanden miljoenencontracten met de overheid, terwijl ambtenaren al jarenlang het veld niet in konden. Het hulpgeld komt Kathmandu kortom nauwelijks uit.

Het Nederlandse SNV had tot voor kort een 'duurzaam ontwikkelings'-programma in de grotendeels 'rode' Karnali Zone, het armste en minst toegangelijke gebied van Nepal. De organisatie probeerde toch het bestuur te verbeteren, het toerisme te bevorderen waar de armen van profiteren, en het zakenleven te ontwikkelen.

Hulporganisaties staan momenteel voor een moeilijk dilemma. De Denen besloten als eersten nieuwe hulpprojecten te schrappen. Het Verenigd Koninkrijk (samen met India en België) stopte militaire hulp en steun aan politiek gevoelige projecten. Andere landen aarzelen. Ze wachten af wat de 61ste zitting van de VN-Mensenrechtencommissie in Genève, waar Nepal op de agenda staat, besluit en of de koning spoedig de mensenrechtensituatie verbetert.

,,Ontwikkelingsorganisaties aarzelen het roer om te gooien, en dat is begrijpelijk'', stelt Leonard van Duijn. ,,Ze willen vooruit en terugvallen op humanitaire hulp hoort daar niet bij. Aanpassing van programma's op basis van lokale omstandigheden dus ook niet. De verlate reactie van hulporganisaties leidt tot doorgaand geweld en wellicht verergering van het conflict.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden