Hulporganisaties en media: ook positieve ontwikkelingen belichten

De auteur is hoofd van de afdeling voorlichting en werving van de Stichting Oecumenische Hulp en coordinator van de actie 'Honger in Afrika - Kerken helpen nu'.

Gelukig blijkt het antwoord op die vragen vooralsnog 'neen' te luiden. Achter de 17,5 miljoen gulden die de kerkelijke actie heeft opgebracht, zitten honderdduizenden giften, via giro, machtigingsformulieren of de collectezak. Alleen al het feit dat deze actie zoveel mensen heeft gemobiliseerd, bewijst dat er ook zonder loterijen, spektakel, amusement of bekende Nederlanders geefbereidheid is voor Afrika.

Hetzelfde geldt voor de nationale Actie voor Afrika, die bovendien 2,5 miljoen gulden meer opbracht dan de actie 'Afrika sterft van de honger' van vorig jaar.

Ook is de afgelopen weken gebleken dat de media nog steeds journalistieke aandacht willen besteden aan Afrika, al lijkt er in die kring sprake te zijn van een deja vugevoel. De berichtgeving in het NOS-journaal en de actualiteitenrubrieken heeft van Afrika (even) 'wereldnieuws' gemaakt.

Overheden

Geld voor Afrika is niet alleen afkomstig van particuliere hulporganisaties. De omvang van de nood in Afrika vraagt om de beschikbaarheid van financiele middelen die de bijdrage van de Nederlandse giftgever ver te boven gaan. Daarom hebben Mensen in Nood, NOVIB en de Stichting Oecumenische Hulp (SOH) begin dit jaar al een beroep gedaan op het 'grote geld' van de Europese Commissie in Brussel en het ministerie van ontwikkelingssamenwerking in Den Haag.

De EG doneerde - helaas met een bureaucratische vertragingsfactor - 680 000 ton voedsel voor Afrika ter waarde van een half miljard gulden. Minister Pronk stelde snel 100 miljoen beschikbaar voor noodhulp aan de Hoorn en Zuidelijke Afrika.

De minister zorgde wel voor een lichte wanklank. Enigszins uit de hoogte verklaarde hij later voor de NCRV-microfoon dat hij deze keer de snelste was en dat de hulporganisaties bij zijn 100 miljoen "een paar dubbeltjes" legden.

In de tijd gezien klopt dit verhaal wellicht, maar in feite is hier sprake van een omkering van zaken. Pronk kon zijn 100 miljoen, en wat daar ongetwijfeld op korte termijn bij komt, beschikbaar stellen op grond van een achterban in de Nederlandse samenleving.

Toen de begroting voor ontwikkelingssamenwerking recent onder druk kwam ten gunste van hulp aan Midden- en Oost-Europa, waren het particuliere organisaties, zoals kerken, de vakbeweging en de CDAjongeren, die het budget voor de Derde wereld verdedigden. Een van de argumenten daarbij was de hulpbehoefte van de Afrikaanse landen. Ook overheidshulp voor Afrika steunt op een draagvlak in de Nederlandse samenleving.

Voorkomen

Al met al kan de conclusie zijn, dat Nederland nog steeds niet 'Afrikamoe' is gebleken. Maar de vraag kan worden gesteld of dit zo door zal gaan. Het lijkt van groot belang, dat de particuliere hulporganisaties, hun Afrikaanse partners en de media de vraag aan de orde stellen hoe voorkomen kan worden dat de aandacht voor dit continent verflauwt.

De sympathie voor Afrika mag niet verworden tot medelijden van het neerbuigende soort: de Afrikanen vormen passieve slachtoffers en het Westen biedt telkens weer een (tijdelijke) oplossing. Want die houding zou wel eens de opmaat kunnen zijn voor apathie, voor het gevoel dat hulp aan Afrika geen zin heeft.

Media en hulporganisaties kunnen samen de vraag stellen of de beeldvorming over Afrika, waarvoor zij, elk vanuit een eigen taak, gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen, wel de juiste is.

De aandacht voor Afrika blijft doorgaans beperkt tot het slechte nieuws uitzonderingen daargelaten, zoals de recente programmaserie van de Ikon over de eigen Afrikaanse cultuur. En dat terwijl in diverse Afrikaanse landen nu vredesbesprekingen worden gehouden en er tendensen zijn tot democratisering.

De focus is doorgaans gericht op de noodgebieden in de Hoorn van Afrika, en dit jaar ook in het Zuiden. Maar het zou goed zijn ook eens de schijnwerper te richten op de Sahel-landen, vroeger onderwerp van inzamelingsacties en nu redelijk in staat om zelfs bij enige klimatologische tegenslag in de eigen voedselbehoefte te voorzien.

Het beeld van Afrika is meestal generaliserend. De werkelijkheid biedt echter een verscheidenheid aan landen, met verschillende problemen. Afrika bevat het verhaal van mensen met een eigen cultuur en overlevingsstrategeen.

Vragen

De agenda voor een noodzakelijke samenspraak tussen media en hulporganisaties bevat vragen voor beide partijen:

Hoeveel middelen kunnen de media vrijmaken voor goede en in de tijd gespreide berichtgeving over Afrika, bijvoorbeeld door het stationeren van meer correspondenten?

Bestaat er zoiets als goed nieuws uit Afrika, om te voorkomen dat het beeld van Afrika louter negatief gekleurd is?

Hoeveel aandacht gaat er uit naar de oorzaken van de steeds terugkerende honger in Afrika, een structurele noodsituatie, die niet alleen het gevolg is van droogte en oorlog, maar evenzeer is geworteld in falend beleid van Afrikaanse regeringen en de ondergeschikte positie van de Afrikaanse landen in de wereldsamenleving op economisch en politiek gebied?

De hulporganisaties kunnen zichzelf de vraag stellen wat de aard moet zijn van de gekozen voorlichtings- en fondsenwervingsmethoden.

De avondvullende programma's voor Afrika, met een hoog 'amusementsgehalte' behoren tot het verleden. Maar op welke wijze brengen de organisaties Afrika nu voor het voetlicht? Is het wel vol te houden om steeds hardere slogans te moeten verzinnen om sympathie op te wekken ('Afrika sterft van de honger')?

Moet Afrika op de televisie worden gebracht via 'branche-vreemde' activiteiten als voetbaltoernooien? Mag de nood in Afrika worden verpakt als quiz-vraag ('Hoeveel doden vielen er bij de vorige droogte in Afrika?').

Moeten hulporganisaties hun positie in de Nederlandse samenleving niet beter gebruiken om kritische vragen te stellen aan overheden en internationale organisaties?

Noodzaak

Op de langere termijn is Afrika het meest gebaat bij genuanceerde beeldvorming; daar vragen Afrikaanse partnerorganisaties van Stichting Oecumenische Hulp ook om. Dit betekent ook aandacht buiten het noodseizoen, belangstelling voor het goede nieuws en voor de eigen inspanningen van Afrikanen en hun lokale organisaties.

Gelukkig blijkt telkens weer dat hulporganisaties en media elkaar weten te vinden voor gezamenlijk optreden onder de tijdsdruk van noodsituaties. Maar buiten het 'Afrika-seizoen' bestaat evenzeer de noodzaak tot samenwerking. Tijdens gezamenlijk beraad kan de beeldvormige inzake Afrika aan de orde komen.

Zo kan hopelijk worden voorkomen dat Nederland nog eens zijn buik vol heeft, niet van Afrika, maar van het beeld dat wordt voorgeschoteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden