Hulpje, vriendin, maatje

Het is mooi werk dat ze doen, dus gaan ze er helemaal voor. De mensen in deze maandelijkse interviewserie vertellen over de passie en gedrevenheid voor het werk dat ze doen. Vandaag Fatma Sahingöz, assistent-begeleidster van verstandelijk gehandicapten die zelfstandig wonen.

Arlette Dwarkasing

’Waar ik blij van word op mijn werk? Oh, dat zijn zó veel momenten”, zegt Fatma Sahingöz (37). „Mijn rol is voor elke cliënt die in ons zorgcentrum in Hengelo woont verschillend. De een ziet me als een begeleidster die alles doet of voorzegt wat hem of haar te doen staat. Voor de ander ben ik een hulpje dat hand- en spandiensten verricht. Maar ik ben ook vaak een vriendin of ’praatmaatje’. Gister nog was een cliënt heel verdrietig. Haar eigen begeleidster was er niet, ik ben dan haar schaduwbegeleidster. Even de tijd nemen voor iemand, die dan zegt: ’Bij jou kan ik alles kwijt’, dat zegt toch genoeg? Ik vind het ook geweldig om te zien hoe deze mensen met een verstandelijke handicap veel dingen toch zelfstandig kunnen doen. Dat is zó knap.”

„Nadat ik mijn eerste kind kreeg heb ik tíen jaar thuisgezeten.” Sahingöz vertelt het, met de nadruk op tien, alsof ze het zelf niet kan geloven. Zij die in Turkije een drukke baan had gehad in de horeca, die daar altijd buiten en onder de mensen was, zat opeens thuis in Hengelo met een kind. Geen familie hier. Wel een man die ze een paar jaar eerder had ontmoet toen hij in zijn geboorteland op vakantie was. Hij groeide op in Nederland, maar wilde voor haar wel in Turkije gaan wonen.

„Dat was lief van hem”, zegt Sahingöz. „Maar ik vond het wel spannend om naar het buitenland te gaan. In de horeca ontmoette ik veel toeristen. Ik wilde zelf ook eens naar een ander land.” Dat was vijftien jaar geleden. Ze stortte zich vol energie meteen op de Nederlandse taal en vond werk in een hotel in Hengelo. Hier zou ze haar carrière in de horeca voortzetten.

Maar het liep anders. Na een moeilijke zwangerschap werd de oudste dochter in 1998 veel te vroeg geboren. En bij de geboorte liep het meisje ook nog een hersenbeschadiging op. „Ze was zo klein en had zoveel speciale zorg nodig, ik kon haar niet in een kinderdagverblijf achterlaten. Dus heb ik mijn baan opgezegd. Dat was een moeilijke periode voor mij. Nu ik geen werk had, ontmoette ik ook niet veel mensen meer. Dat was ik niet gewend, zo’n leven.”

Haar bezorgdheid over de toekomst van haar dochter maakte dat Sahingöz zich ging verdiepen in de mogelijkheden in Nederland voor kinderen met een verstandelijke handicap. „Ik ontdekte dat er zoveel vormen van zorg zijn, zo anders dan in Turkije waar mijn dochter alleen op de familie zou zijn aangewezen en misschien niet eens naar school had kunnen gaan. Ik wilde er alles over weten. Hoe zal het voor haar zijn als ze hier in Nederland opgroeit? Waar kan ik ondersteuning zoeken voor haar? Zo kwam ik in de wereld van de zorg terecht. En hoe meer ik me in die wereld verdiepte, hoe nieuwsgieriger ik werd en hoe interessanter ik het vond.”

Gretig gaf Sahingöz zich in 2004 op voor een leerwerkproject bij de Twentse Zorgcentra. De oudste dochter ging inmiddels naar een speciale basisschool en ze had een jaar eerder een tweede dochter gekregen waar het uitstekend mee ging. Dus die 28 uur per week werken en ondertussen de mbo-opleiding voor sociaal-pedagogisch werker op niveau 3/4 volgen, zag de jonge moeder helemaal zitten. „Ik werd áángenomen”, haar stem schiet omhoog en ze straalt, alsof ze de blijdschap van destijds voelt.

Maar weer liep het anders. Er was een kinderopvangprobleem. Er was op korte termijn geen plek te vinden voor de twee dochters. „Ik heb hier geen familie en de ouders van mijn man konden niet zo vaak oppassen. Een paar dagen later moest ik de Zorgcentra bellen om te zeggen dat het niet ging lukken. Ze hadden er begrip voor, maar voor mij was het een enorme teleurstelling.”

Twee jaar later startte de gemeente Hengelo een project om allochtone vrouwen die zonder uitkering thuiszaten, in de zorg te laten werken. Sahingöz was er als de kippen bij. „Een dag per week naar school (mbo helpende welzijn niveau 2) en zestien uur per week stage lopen. Dat moet toch lukken, dacht ik. En helemaal toen bleek dat de gemeente kinderopvang regelde.” De opleiding zou twee jaar duren, maar omdat Sahingöz voor het project bij de Twentse Zorgcentra al een toelatingstest voor SPW-3/4 had gedaan, kon zij de opleiding binnen een jaar afronden. En ze hield er een parttime baan bij zorginstelling AveleijnSDT Wonen aan over.

„Mijn cliënten, van heel jong tot heel oud, hebben hulp nodig in hun dagelijkse leven. Soms persoonlijke verzorging, wassen, aankleden, helpen met eten. Soms alleen hulp bij huishoudelijke taken of met boodschappen doen. Ze waarderen alles wat je voor ze doet. Ja, wij krijgen ook agressietrainingen, dat hoort bij het werk. Maar het blijft voor mij boeiend om te zien hoe dingen anders kunnen lopen in het leven. Het geeft mij voldoening om daar een rol in te kunnen spelen.’’

„In Turkije zijn er buiten de grote steden niet zoveel mogelijkheden voor mensen met een verstandelijke beperking. Daar kwam mijn angst voor de toekomst van mijn oudste dochter (nu 13) uit voort. Toen ze baby was, waren haar vooruitzichten nog zo onzeker. Ik wilde weten waar ze terecht zou kunnen komen als we in Nederland zouden blijven wonen. Nu gaat het gelukkig goed met haar. Ze gaat volgend jaar naar het speciaal voortgezet onderwijs en ze kan daarna naar het mbo. Nu weet ik dat zij zich, met een beetje ondersteuning, prima zal kunnen redden in het leven. Zij zal niet zijn als mijn cliënten. Wat dat betreft zie ik nu op mijn werk de andere kant van de medaille. Dat ontroert me. Het geeft me een fijn gevoel dat ik een steentje kan bijdragen in het leven van deze mensen.”

Sahingöz staat op om haar jongste dochter (7) uit te zwaaien. Die was even thuis voor de lunch en wordt nu door haar vader weer naar school gebracht. „Mijn man werkt nu in ploegendienst en ook ik heb onregelmatige diensten. We kunnen de zorg voor onze kinderen nu makkelijker delen.”

In september begint Sahingöz alsnog aan de opleiding SPW-4. „Ik wil meer weten en leren over mensen met een verstandelijke beperking.” Ze kiest voor de verkorte opleiding die drie jaar duurt. „Ik denk dat ik die makkelijk kan halen. Ik heb nu op de werkvloer al veel geleerd. Maar ik heb als helpende welzijn een assisterende functie. Ik wil graag als volwaardig begeleider werken. En daarna: op naar het hbo.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden