Hulpclubs zijn bang voor schade door seksschandalen

Sloppenwijk bij de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince in 2011, toen de misstanden bij Oxfam plaatsvonden. Beeld EPA
Sloppenwijk bij de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince in 2011, toen de misstanden bij Oxfam plaatsvonden.Beeld EPA

Steeds meer hulporganisaties bekennen dat ook bij hen seksueel misbruik heeft plaatsgevonden. Het is slecht voor hun imago en heeft gevolgen voor de financiën.

Na de filmwereld, de kunst, de sport, de politiek en het zakenleven heeft de #MeToo-storm nu ook de ontwikkelingshulp bereikt. En de verhalen over seksueel misbruik treffen de hulporganisaties hard.

Sinds de onthulling van de Britse krant The Times over orgiën met prostituees die in 2011 werden georganiseerd door de toenmalig Oxfam-manager op Haïti buitelen de bekentenissen over elkaar heen. Artsen zonder Grenzen, Save the Children, Plan International, het Internationale Rode Kruis, de ene na de andere organisatie moet toegeven dat ook bij hen misbruik heeft plaatsgevonden.

“Het is een vreselijke toestand”, zegt Peter Lanjouw, hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Het is voor de hulporganisaties ontzettend belangrijk om een goed imago te hebben.”

Debat

De onthullingen hebben binnen de sector een debat doen ontbranden over de omvang van het misbruik. Volgens sommigen gaat het om een omvangrijk, diepgeworteld probleem, dat voortkomt uit het doorgaans grote machtsverschil tussen de gevers en de ontvangers van de hulp. De Britse oud-minister Priti Patel noemde het Oxfam-schandaal zelfs ‘het topje van de ijsberg’.

Maar anderen bezweren dat het slechts gaat om incidenten, begaan door een relatief klein aantal medewerkers. “Er zitten altijd wel een paar rotte appels tussen”, zegt Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. “Dat heb je in elke sector.”

De hulporganisaties vrezen intussen de gevolgen van de onthullingen voor hun reputatie en financiën. Zo kondigde de Zwitserse regering deze week aan dat Oxfam vanwege het Haïti-schandaal geen subsidies meer krijgt. Ook de Britse overheid dreigt de geldkraan dicht te draaien, beroemdheden als actrice Minnie Driver en de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu weigeren nog langer ‘ambassadeur’ te zijn, en duizenden donateurs hebben al hun steun beëindigd.

Steun voor ontwikkelingshulp onder EU-burgers Beeld Trouw
Steun voor ontwikkelingshulp onder EU-burgersBeeld Trouw

Weinig sympathie

In Nederland worden de zorgen nog vergroot doordat de ontwikkelingshulp hier de laatste jaren toch al onder druk staat. De sympathie voor ontwikkelingshulp is in Nederland in vergelijking met omringende Europese landen ook relatief gering. Uit vrees de steun van de subsidieverstrekkers, donateurs en vrijwilligers te verliezen zijn veel hulpclubs als de dood voor reputatieverlies.

“Veel hulporganisaties weten best wat er misgaat in het veld”, zegt hoogleraar Lanjouw. “Maar ze delen die informatie niet met elkaar, omdat ze hun imago niet willen beschadigen. Alles moet mooi en succesvol zijn.” Volgens Lanjouw is dit waarschijnlijk ook de reden waarom Oxfam het misbruik in eerste instantie zo stil mogelijk heeft gehouden. “Oxfam is niet zo heel afhankelijk van donateurs, omdat de organisatie veel subsidie krijgt, maar ook dat overheidsgeld kan in gevaar komen als er ophef ontstaat onder de bevolking. Dat blijkt nu ook wel.”

Velen in de sector vrezen ook dat de misbruikonthullingen het debat over het nut van ontwikkelingshulp weer zullen doen oplaaien. In Groot-Brittannië gebeurt dat inmiddels ook al.

Gulle Britten

Anders dan in Nederland schroefde de Britse regering de hulp de laatste jaren juist op. Het land is tegenwoordig een van de gulste gevers in de wereld. En volgens een opiniepeiling van de Europese Unie van eind 2016 genoot dit beleid – in elk geval tot voor kort – ruime steun van de bevolking.

Maar sinds het losbarsten van het Oxfam-schandaal nemen critici dit beleid op de korrel. Volgens sommige conservatieve Britse politici kan het in tijden van bezuinigingen en economische onzekerheid wel wat minder.

Ook de werkwijze van de grote hulporganisaties ligt onder vuur. Zo schampert de Britse columnist Aidan Hartley, een door de wol geverfde voormalige Afrika-correspondent, op de website van The Spectator dat Oxfam van een altruïstische club idealisten op sandalen is ontaard in een ‘gelikte operatie’ van ‘jonge goed betaalde academici in pak’, die grossieren in ‘linkse agitprop’ en nog maar zelden in arme landen komen. “Ze zien er uit als bankiers”, schrijft Hartley.

In reactie op de #MeToo-crisis hebben getroffen hulporganisaties de laatste dagen allerlei maatregelen aangekondigd. In brieven aan donateurs en autoriteiten beloven ze diepgaande onderzoeken, strengere regels, beter toezicht. Ook wordt er gesproken over een mogelijke ‘zwarte lijst’ van medewerkers die over de schreef zijn gegaan, om te voorkomen dat een hulpwerker die vanwege misbruik de laan uit is gestuurd bij een andere organisatie weer aan de slag gaat.

Maar volgens de Nederlandse journaliste Linda Polman, die veel onderzoek heeft gedaan naar de hulpsector en er ook een kritisch boek over heeft geschreven, moet van al die maatregelen niet al te veel worden verwacht. “Ik denk dat het vooral een cosmetische operatie wordt”, zegt Polman. “Het wordt op de hoofdkantoren waarschijnlijk nóg krampachtiger, maar in het veld zal er niet zo veel veranderen.”

“Alles wat ik zeg word verkeerd uitgelegd", zei Oxfam-directeur Mark Goldring afgelopen weekend. "Zelfs als ik excuses aanbied."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden