Hulp voor Syrische vluchtelingen 'We hebben mensen maar geen middelen'

Vrienden van Syrië bijeen in Turkije

REPORTAGE | IRIS LUDEKER | ANTAKYA

De modder zit nog aan zijn schoenen, wijst hij, terwijl hij zijn voet een stukje optilt. Vanochtend rende Rami Sleman nog door de Syrische blubber, vlak over de grens met Turkije. "Alleen maar een klein stukje, om spullen af te geven. Daarna weer snel terug." Het is zijn leven tegenwoordig: spullen naar de grens brengen, telefoneren, overleggen, ritselen, organiseren en 's avonds met journalisten praten in een café in de Turkse stad Antakya.

Zo was het niet altijd voor de 35-jarige Syrische Palestijn. Voorheen werkte hij als accountant in Damascus, tot hij vorig jaar werd gegrepen door de Arabische lente. Met vrienden stortte hij zich op het organiseren van demonstraties - tot het regime zijn revolutionaire clubje in de zomer oprolde. Een paar vrienden werden opgepakt en Sleman zag zich gedwongen uit te wijken.

Sindsdien zit hij in Antakya. Met zijn organisatie 'Nabd' biedt hij kleinschalige hulp, samen met lokale activisten in Syrië. Hij schraapt geld bijeen om noodzakelijke goederen in te slaan - communicatieapparatuur voor activisten en burgerjournalisten, medicijnen voor zieken en gewonden, en voedsel en kleding voor iedereen die het nodig heeft. Het meeste geld komt van Syriërs in het buitenland, zelf draagt hij ook bij als hij met vertaalklussen wat geld verdient.

Het is moeizaam werk. Soms duurt het weken voordat spullen op de juist plek aankomen. "Het gaat langzaam, te voet, kilometer voor kilometer, door de vele checkpoints en soldaten. Om alleen al een dorp op een kwartier rijden te bereiken, ben je zo uren kwijt." En het is risicovol. "Twee maanden geleden hadden we veertig satelliettelefoons, die we naar drie verschillende plekken wilden brengen in het noorden van Syrië. Een setje van 15 stuks is aangekomen, de andere twee pakketten niet. We hebben geen idee wat er met de jongens is gebeurd die ze bij zich hadden. En als het ons al lukt om een satelliettelefoon op de juist plek te krijgen, dan hebben we daarna vaak moeite om er beltegoed op te zetten - soms hebben we er gewoon geen geld voor."

De bijeenkomst morgen in Istanbul, waar de 'Vrienden van Syrië' praten over hoe het verder moet, zegt Sleman niet zo veel - zijn verwachtingen zijn in ieder geval laaggespannen. Het is allemaal abstract en ver weg, terwijl de nood juist hoog is. Zijn telefoon gaat. Het is een vriend in Frankrijk, die een container met tweedehands kleding naar Turkije wil sturen om uit te delen aan de vluchtelingen daar. Daar heb je weer zo'n complicatie: "We moeten invoerbelasting betalen, daar willen we vanaf. Maar zoiets kost al enorm veel moeite."

Als de Vrienden dat soort simpele dingen zouden regelen, zou Sleman flink geholpen zijn. "En het zou ook mooi zijn als Turkije internationale hulporganisaties toelaat om met ons te overleggen. Wij hebben wel de mensen maar nauwelijks de middelen om de Syriërs te helpen. Als we twee miljoen dollar hadden, zouden alle mensen in Idlib (provincie die grenst aan Turkije) geld kunnen krijgen om zelf eten of medicijnen te kopen." Sleman snapt dat dat ingewikkeld ligt. "Hulporganisaties willen weten waar het geld heen gaat. Maar wij werken niet met bonnetjes, we werken met ketens van mensen die we vertrouwen. We hebben een heel fijnmazig netwerk van lokale activisten die het geld eerlijk onder de bevolking kunnen verdelen. Maar we kunnen onmogelijk garanderen dat het geld niet naar bijvoorbeeld wapens gaat."

Een uitkomst van de bijeenkomst morgen zou kunnen zijn dat de Syrische Nationale Raad (SNC), de belangrijkste oppositiebeweging, een rol krijgt in de distributie en verdeling van internationaal hulpgeld. Sleman is sceptisch over de SNC, die maar moeizaam een eenheid kan vormen. "Om eerlijk te zijn, het Syrische politieke verzet is slecht georganiseerd. Mijn organisatie is geen onderdeel van de SNC, wij zijn niet politiek. Maar als het nodig is dan zal ik met ze samenwerken."

Sleman is bereid tot veel, als het de situatie voor de Syriërs maar beter maakt. Zo gelooft hij niks van de toezeggingen die president Assad deze week deed, maar cynisch wil hij niet zijn. "Natuurlijk hoop ik dat hij oprecht is. Mijn grootste wens is dat het geweld stopt. Als we daarvoor om de tafel moeten zitten met Assad, dan moet dat maar. Als het de enige manier is om het bloedvergieten te eindigen, dan ben ik voor een dialoog met het regime."

'Laat internationale organisaties toe'

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden