Hulp van virtuele buren

Oproep: virtuele buren gezocht die in Tecalpulco, Mexico, vrouwen kunnen helpen met de verkoop van sieraden in Europa. Een gift is niet nodig, wel het eigen netwerk van collega's, vrienden en familie.

Je kunt op duizend plekken wereldwijd problemen oplossen, maar dan blijven er nog tienduizend plekken over waar ook hulp nodig is'', zegt Siegfried Woldhek (52), bioloog, tekenaar en voormalig directeur van het Wereld Natuur Fonds. Sinds twee jaar is hij met een nieuw project bezig om mensen via internet 'virtuele buren' te laten worden: het nabuurschap -Oudnederlands voor 'buur'. Deze buren voelen zich aangetrokken tot een bepaalde regio. Wanneer hulp nodig is, gaan betrokkenen wereldwijd 'vergaderen' om het probleem aan te pakken. Deskundigheid is niet nodig, wel een netwerk.

Het eerste proefproject noemt Woldhek succesvol. ,,We wilden weten of mensen via internet ook echt bereid waren 'buur' te zijn. En het werkt.'' Het Oekraiense dorpje Izmail kampte met vergiftigde grond door vaten met 320 ton pesticiden. Op de digitale snelweg vond de eerste vergadering en het brainstormen plaats. ,,Over twee jaar zijn waarschijnlijk de vaten verdwenen'', verwacht Woldhek. ,,Deze buren wisten niets over pesticiden, maar een aantal mensen kende wel iemand die deskundig was.'' In de praktijk heeft Woldhek het principe ook uitgetest. In een zaaltje met 25 willekeurige personen legde hij deze casus voor. Drie mensen bleken familie of vrienden te hebben die werkten met pesticiden. Een jongen vertelde dat zijn vader jarenlang landbouwgif had vervoerd. ,,Binnen een paar dagen was de kennis voorhanden over het soort gif, het verwijderen ervan en mogelijke subsidies.''

Woldheks idee staat niet op zichzelf. Ook François Rischard, vice-president van de Wereldbank, verkondigde zijn geloof in netwerken; zij het op grotere schaal dan alleen een 'virtuele vergadering' tussen gewone burgers. In zijn boek Vijf voor Twaalf (2002) onderstreept hij het belang van een Global Issues Network waarin regeringen, bedrijven en niet-gouvernementele organisaties hun kennis bundelen om wereldproblemen als armoede aan te pakken.

Mensen zijn bereid om de handen uit de mouwen te steken, weet Woldhek. ,,Twintig jaar heb ik voor ideële organisaties gewerkt en bijna dagelijks vroegen mensen of ze niet meer konden doen dan giften geven. Bedrijven hadden computers over, gepensioneerden en studenten wilden zich voor een jaar inzetten.''

Het publiek wil betrokken zijn, is Woldheks overtuiging. ,,Op vakantie denken mensen: hé, we zijn toch in de buurt van dat project, laten we even kijken hoe het gaat. Of ze surfen op internet om zo meer informatie te krijgen.''

Hiërarchische organisaties, die met eigen mensen en middelen werken, kunnen nauwelijks handen en voeten geven aan deze ontwikkeling. Op zich is dat niet erg, vindt Woldhek. ,,Het is uitgesloten dat ontwikkelingsorganisaties fundamentele problemen kunnen oplossen. Het is niet een kwestie van harder werken, het is volstrekt onvoldoende wat zulke clubs kunnen doen. Er blijven ontzettend veel problemen over. Daarom moet je nadenken wat je wel kunt doen en het niet van de bestaande organisaties verwachten. Die energie moeten we mobiliseren.''

'Nabuur' is in zijn ogen een manier om de potentie van het publiek niet onbenut te laten. ,,Het WNF heeft 700000 donateurs, moet je nagaan wat die aan tijd, kennis, contacten en ervaringen bezitten! Ik weet best dat niet iedereen zit te trappelen om in actie te komen. Toch, er zijn vast af en toe mensen die een paar minuten of een halfjaar willen investeren.''

Een virtuele gemeenschap werkt precies zoals een echte gemeenschap, gelooft Woldhek. ,,Als je hoort dat in je straat een probleem is, ga je toch ook met de buren om de tafel zitten?''

Alleen een 'dorpsoudste', een community-manager, is nodig om de gesprekken te sturen en knopen door te hakken. En wat te doen met burenruzies op het web? Mensen die hun suggesties en aanpak beter vinden dan die van hun buren aan de andere kant van de wereld? Een reëel probleem, weet Woldhek. Mensen die zich enthousiast inzetten, kunnen na een conflict flink gaan tegenwerken. ,,We zitten nog in de beginfase, maar er komen protocollen die de gebruikers moeten onderschrijven.'' Ook moet er nog een keurmerk komen voor de aangeboden projecten.

Binnen twee maanden zijn er twintig initiatieven op internet te vinden, volgend jaar honderd. ,,In 2006 willen we duizend projecten hebben.'' Het hele nabuurschap moet uiteindelijk vrijwel kosteloos zijn.

Zeven projecten staan inmiddels op de website, van een project in India waar vrouwen onderwijs nodig hebben tot de opvang van aids-wezen in Afrika. Met de hulpvraag van vrouwen in Tecapulco hoopt Woldhek een groot publiek te bereiken. ,,We zoeken mensen die zich verbonden voelen met deze streek in Mexico en die kunnen misschien deze vrouwen helpen aan juristen en marketingdeskundigen.''

Meteen afstappen op de professionals zelf wil Woldhek niet. Dat zou de potentie van het grote publiek tenietdoen en juist daarin gelooft hij heilig. ,,Er zijn al zoveel problemen elders opgelost, omdat de mensen over de juiste kennis en middelen beschikten. Waarom zouden we geen gebruik maken van zo'n netwerk?''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden