Hulp met een Afghaans gezicht

(Trouw) Beeld
(Trouw)

De discussie over ’vechten of opbouwen’ in Uruzgan wordt door de praktijk ingehaald. Nederlandse en Afghaanse hulporganisaties veroveren de Afghaanse provincie. Makkelijk is dat niet.

George Marlet

Zie ook: missie Uruzgan steeds civieler (video)

Het vergt enige verbeeldingskracht om in de spartaanse pantsercontainer op de militaire basis Kamp Holland de officiële vertegenwoordiging van Nederland te zien. Toch staat op het visitekaartjes van de twaalf mensen daar dat ze werken op de ’Embassy of the Kingdom of the Netherlands’ in Tarin Kowt, Uruzgan. Het is een subtiele, maar betekenisvolle verandering in de Nederlandse aanwezigheid in de Afghaanse provincie, tot nu toe gedomineerd door de 1600 militairen tellende taskforce Uruzgan.

Langzaam maar zeker neemt het ministerie van buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking de leidende rol van Defensie over. Eind 2010 zal de taakgroep zijn vertrokken. Hulpprojecten daarentegen, lopen veel langer door, tot zeker 2020.

De leiding van de Nederlandse missie in Uruzgan is nu ook al tweehoofdig. Commandant Kees Matthijssen leidt de militaire taskforce. De twaalf diplomaten die adviseren over politieke en tribale verhoudingen en ontwikkelingssamenwerking staan onder leiding van Peter Mollema. Hij werkt voor Buitenlandse Zaken en is de civiele vertegenwoordiger van Nederland in Uruzgan.

De opvolger van Mollema wordt volgend jaar directeur van het voornamelijk uit militairen bestaande Provinciaal Reconstructieteam (PRT), dat verantwoordelijk is voor opbouwtaken. Voor militaire begrippen is dat niet minder dan een revolutie. „Een politiek signaal hoe deze missie zich van militair naar civiel ontwikkelt”, noemt Mollema die verandering. Het ministerie van buitenlandse zaken is in Uruzgan „veel duidelijker aanwezig”. Voor het militaire reconstructieteam is het nog wennen dat burgerambtenaren meebeslissen over projecten die het PRT tot voor kort zelf deed.

De militair-civiele missie in Uruzgan is volgens Defensie en Buitenlandse Zaken ’absoluut uniek’ in de wereld. Het is nog niet eerder vertoond dat langjarige structurele ontwikkelingshulp al begint, terwijl de militaire operatie nog volop gaande is. De ontwikkelingshulp blijft als Nederland eind 2010 de leiding van de militaire operatie overdraagt aan een ander Navo-land. Mollema: „Ons programma hangt niet af van welke militaire partner wij hebben. Het moet vooral een Afghaans gezicht hebben”.

Commandant Matthijssen noemt de situatie in Uruzgan ’relatief stabiel en rustig’, met wel steeds de dreiging van bermbommen. Gevechten met strijdgroepen doen zich vooral voor aan de randen van de bewoonde gebieden. In Tarin Kowt is het mogelijk om de beveiliging wat te versoepelen, „al is het risico natuurlijk nooit weg”.

Dat nu meer de nadruk komt te liggen op de opbouw van Uruzgan, past volgens commandant Matthijssen in de Nederlandse tactiek on de gunst van de bevolking te winnen. „Het gaat er niet om een vijand te verslaan. Vechten of opbouwen – dat vind ik een non-discussie. De focus ligt op het bieden van een beter perspectief aan de bevolking door veiligheid, ontwikkeling en goed bestuur. Soms zullen we moeten vechten om dat mogelijk te maken.”

Nederland werkt, sinds de missie in Uruzgan in augustus 2006 begon, nauw samen met lokale en regionale Afghaanse bestuurders. Dat is goed te merken bij de shurah, de vergadering van dorpshoofden, in de regio Deh Rawod. Het zaaltje in het shurah-huis, vlakbij de bazaar van Deh Rawod, puilt uit van de maliks, dorpshoofden. Bij shurahvoorzitter Jan Mohammed komen ze aanvragen indienen voor hulpprojecten. De formulieren stapelen zich op terwijl de gesprekken steeds geanimeerder worden. De shurah heeft niet alleen een zakelijke, maar ook een sociale functie. De maliks informeren naar elkaars welzijn en dat van hun families en hun dorpen.

Majoor Tony van het PRT neemt het woord. Het wordt stil in de propvolle zaal. De majoor stelt „miss Brechtje from the department” voor, de adviseur ontwikkelingssamenwerking. Zij is een van de belangrijkste mensen die het Nederlandse ontwikkelingsbeleid in Uruzgan uitvoeren. De majoor praat de maliks bij over succesvolle hulpprojecten: de projecten voor oeverbescherming die goed vorderen, de waterpompen die her en der worden geïnstalleerd. Een wens is nog om in het noorden van de regio Deh Rawod een school te bouwen zodat kinderen daar volgend jaar naar school kunnen.

Maar ook bij die hulpprojecten is veiligheid van het grootste belang, zegt shurah-voorzitter Jan Mohammed. Hij waarschuwt de maliks: als er vreemde personen opduiken, ga dan niet met ze zee, maar meld het aan Isaf en het PRT.

Ook achter de schermen oefent Nederland invloed uit op belangrijke Afghaanse benoemingen. Het succes van deze stille diplomatie bepaalt voor een belangrijk deel de speelruimte voor ontwikkelingsprojecten. Mollema: „De keuze voor een bepaalde persoon bepaalt hoe succesvol en effectief we zijn met ontwikkelingssamenwerking. Wie wordt gekozen, is in principe een Afghaanse zaak. Maar als we echt denken dat een benoeming niet deugt, laten we dat duidelijk merken; zonodig bij de Afghaanse regering in Kaboel.”

De samenwerking tussen Defensie en Buitenlandse Zaken verloopt goed, zeggen betrokkenen, al zijn er wel cultuurverschillen. Militairen zijn gewend zaken voortvarend aan te pakken, ook in de wetenschap dat de militaire missie over twee jaar voorbij is. Ontwikkelingswerkers denken en plannen in langere termijnen. Ze weten uit ervaring dat het veel tijd kost om het vertrouwen van de lokale bevolking te winnen en die vervolgens ook in te zetten bij opbouwprojecten. Maar die cultuurverschillen zijn volgens Mollema makkelijk te overbruggen „als je je hier niet als traditionele diplomaat of krijgsheer opstelt”. Wat zeker ook helpt, is dat militairen en diplomaten zich samen op hun uitzending naar Uruzgan hebben voorbereid.

Ook in het PRT-huis, net buiten het militaire kamp waar Afghanen kunnen worden ontvangen, is de samenwerking tussen militairen en burgerambtenaren goed zichtbaar. De commandant van het missieteam en de adviseur ontwikkelingssamenwerking van Buitenlandse Zaken ontvangen er vertegenwoordigers van Afghaanse non-gouvernementele organisaties (ngo’s). Het inschakelen van Afghaanse hulporganisaties past bij de filosofie ’alles een Afghaans gezicht te geven’. Maar een blanco cheque krijgen de ngo’s zeker niet.

De adviseurs van Buitenlandse Zaken mogen zelf maar heel beperkt de provincie in en kunnen hun projecten niet controleren. Te gevaarlijk, vindt het ministerie. Medewerkers van Afghaanse en Nederlandse ngo’s kunnen wel bij projecten gaan kijken en dragen dan voor hun veiligheid de traditionele shalwar kameez, een lang tuniek met wijde broek. Meestal gaan er ook een paar bewapende mannen mee.

Tijdens zo’n rondrit langs verschillende ontwikkelingsprojecten heeft manager Mohammed Hashem van de Afghaanse ngo SADA Hashem zelf ook een wapen bij de hand, maar dat is in Afghanistan net zo gewoon als in Nederland een mobiele telefoon. In hoog tempo leidt hij zijn gasten rond door vier qala’s, ommuurde huizen, in verschillende stadia van opbouw. Vrouwen duiken haastig weg, kinderen komen nieuwsgierig op het bezoek af. De herbouw van kapotgeschoten huizen vordert goed, zegt Hashem. Bij gevechten tussen talibanstrijders en Amerikaanse troepen zijn dit voorjaar honderden huizen beschadigd of verwoest. De taliban verschool zich vaak in andermans huizen die daarmee doelwit werden voor beschietingen door de Amerikaanse luchtmacht. De VS hebben schadevergoeding betaald. SADA denkt eind deze maand zo’n 350 qala’s hersteld te hebben.

De bouw is simpel, maar ook degelijk en efficiënt. In de nieuwe qala’s krijgt elk gezin een eigen ruimte. Op de binnenplaats kan worden gekookt en gewassen. Boeren slaan er hun oogst op.

Gezinnen die vanwege de gevechten gevlucht zijn, kunnen langzamerhand terugkeren naar de streek rond Deh Rawod. De bazaar, het winkelgebied, is niet veilig. Vorige week blies een zelfmoordenaar zich er nog op. Maar ook in het buitengebied is het nog onveilig. Bij een modderig stuk weg laat Hashem de auto stoppen omdat er nog bermbommen kunnen liggen. Het gezelschap moet te voet verder.

In het plaatsje Miandow laat aannemer Jelani Khan trots de net gerenoveerde jongensschool zien. De muren zijn zo wit dat het in de felle zon bijna pijn aan de ogen doet. Morgen komt het Amerikaanse PRT voor de oplevering. Daarna Jelani zit zonder werk. Een paar honderd meter verderop ligt mogelijk een nieuwe klus: de bouw van een meisjesschool. De fundering ligt er al. Volgens Jelani is zijn collega-aannemer overleden voordat hij de klus kon afmaken. Kunnen zijn gasten misschien een goed woordje bij het Nederlandse reconstructieteam doen?

Het PRT in Deh Rawod besteedt het werk uit aan lokale aannemers. Dat is niet zonder gevaar. Vorige week reed een aannemer in de buurt van Deh Rawod met een vrachtwagen vol arbeiders op een bermbom. Zeven mensen kwamen om het leven.

Het PRT heeft tweehonderd aanvragen in behandeling, variërend van kleine waterputten tot de aanleg van een complete brug. Het PRT en de ngo’s moeten hun projecten goed op elkaar afstemmen. Anders worden regio’s te veel of juist niet geholpen.

Bij een rondgang van het PRT langs hulpprojecten komt heel wat meer kijken dan bij eenzelfde tocht door ngo’s. Die laatste kunnen met één of twee auto’s volstaan. Het team van het PRT rijdt met beveiliging van het Afghaanse leger en Franse militairen die de Afghanen begeleiden.

De laatste kilometers naar het dorpje Yokoryah zijn alleen lopend af te leggen. Tientallen mannen graven een irrigatiekanaal uit. Kluiten vette klei vliegen door de lucht. De militairen glibberen langs de muren van qala’s. Het dorp is voor PRT een uithoek; er lopen nog geen projecten. „We zijn lang niet meer in dit gebied geweest en willen de mensen aten zien dat we ze niet vergeten zijn”, zegt sergeant Malika.

Uit een megafoon klinken bevelen. Het lijkt dreigend, maar de tolk kan de militairen geruststellen: een opzichter geeft arbeiders aanwijzingen. Bij een verzameling qala’s raakt Malika in gesprek met een jonge man en de mullah. Aanvankelijk reageren de mannen wat schichtig, mede doordat arbeiders nieuwsgierig blijven kijken. Op de vraag of ze een madrassah (een religieuze school) of een gewone school willen, zegt de mullah gedecideerd: „Allebei”.

Over de malik, de gekozen burgemeester, zijn de mannen eensgezind: die vult zijn zakken en deugt niet. Die klacht zal het missieteam nog verschillende keren horen. Maliks wonen soms niet eens in hun eigen dorp, maar aan de overkant van de rivier. Van de zestig families in het dorp zijn er zo’n dertig vluchteling. Het dorpje, gebouwd op een heuvel, blijkt geen graan te krijgen hoewel daar wel een project voor bestaat.

Ook voorbij het dorp zijn tientallen mannen in het kanaal met spaden in de weer. De patrouille loopt er in een langgerekt lint langs. Aangekomen bij de rivier Tiri Rud zegt een beambte dat de militairen niet verder kunnen lopen. Het damproject moet van een afstand worden gefotografeerd om de voortgang vast te leggen. Over smalle dijkjes vol gaten en kuilen loopt de patrouille buitenom terug naar de rand van het dorp. Sultan Mohammed, leider van het irrigatieproject, gaat gretig in op de vragen van sergeant Malika in. Ze remt hem af. „Mensen denken dat ze hulp van ons krijgen. We moeten geen valse hoop wekken.”

Zie ook: missie Uruzgan steeds civieler (video)

man, idem (\N) Beeld
man, idem (\N)
sergeant Malika in gesprek met de mullah (geestelijke) van het dorpje Yokoryah (\N) Beeld
sergeant Malika in gesprek met de mullah (geestelijke) van het dorpje Yokoryah (\N)
voorzitter Jan Mohammed van de shurah in Deh Rawod (\N) Beeld
voorzitter Jan Mohammed van de shurah in Deh Rawod (\N)
kwekerij van amandel- en abrikozenbomen (\N) Beeld
kwekerij van amandel- en abrikozenbomen (\N)
Majoor Tony (geen achternaam vanwege veiligheid) van het Provinciaal reconstructieteam en OS-adviseur Brechtje Paardekooper bij de shurah in Deh Rawod (\N) Beeld
Majoor Tony (geen achternaam vanwege veiligheid) van het Provinciaal reconstructieteam en OS-adviseur Brechtje Paardekooper bij de shurah in Deh Rawod (\N)
sergeant Malika in gesprek met de mullah (geestelijke) van het dorpje Yokoryah (\N) Beeld
sergeant Malika in gesprek met de mullah (geestelijke) van het dorpje Yokoryah (\N)
Kinderen in een gedeeltelijk verwoest huis buiten Dh Rawod (\N) Beeld
Kinderen in een gedeeltelijk verwoest huis buiten Dh Rawod (\N)
Kinderen bij een gebombardeerd huis buiten Deh Rawod (\N) Beeld
Kinderen bij een gebombardeerd huis buiten Deh Rawod (\N)
Patrouille van Nederlandse, Franse en Afghaanse militairen (\N) Beeld
Patrouille van Nederlandse, Franse en Afghaanse militairen (\N)
Bouwvakker bezig met herstellen dak (\N) Beeld
Bouwvakker bezig met herstellen dak (\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden