Hulp aan kinderen bij vechtscheiding kan beter

"We zeggen tegen de ouders: Wat jullie doen, je niet beheersen in het bijzijn van de kinderen, dat noemen we kindermishandeling," Beeld anp

Hulp bij vechtscheidingen faalt vaak. Jeugdzorg Noord-Holland wijst het kind een eigen voogd toe. En een kinderfoto op tafel moet de ouders tijdens gesprekken tot bedaren brengen.

Er stopt een auto op een stil parkeerterrein. Niemand stapt uit. Een tweede auto arriveert, ook deze bestuurder blijft zitten op zijn stoel. Wel zwaait zijn achterportier open, een meisje plant haar voeten op het asfalt, een beetje aarzelend, onvast. "Dag papa", roept ze naarbinnen, "dahaag!" Langzaam loopt ze naar de eerste wagen, doet de deur open en zoent de vrouw achter het stuur. "Ha mam", zegt ze dan, "wat ben je mooi op tijd."

Dit is een scène uit een vechtscheiding, en geen buitengewone. Er zijn genoeg ouders die de aanwezigheid van hun ex op de stoep voor hun deur niet kunnen verdragen. Vandaar de 'kinderwissel' op een carpoolplaats, waar ze elkaar niet eens meer hoeven aankijken.

"Stel je dan eens voor dat je van die twee mensen houdt", zegt Bas van Dijke, projectleider vechtscheidingen bij Bureau Jeugdzorg Noord-Holland. Gezinsvoogden van zijn bureau begeleiden jaarlijks zo'n 1500 kinderen die door de kinderrechter onder toezicht zijn gesteld. In 35 procent van de gevallen - grofweg 500 kinderen - speelt vooral 'echtscheidingsproblematiek'.

Gezinsvoogd
Een vechtscheiding begint met hevige gevoelens bij twee volwassenen: woede om overspel, verdriet om verlies. Daarna volgt strijd, om geld of omgangsregeling: de exen willen zelf winnen en de ander doen verliezen. In fase 3 - zoals gedefinieerd in de escalatieladder van econoom Friedrich Glasl, een model om conflicten te beschrijven - streven de twee al lang niet meer naar een oplossing. Ze willen maar één ding: de ander vernietigen.

Het is vaak pas in deze fase dat Bureau Jeugdzorg bij een gebroken gezin betrokken raakt. De ex-partners staan elkaar al jaren (nog net niet) naar het leven, zijn in die strijd verhard. Jaarlijks zijn circa 70.000 minderjarige kinderen betrokken bij echtscheidingen - lang niet allemaal conflictueuze gelukkig. Maar bij 5000 van hen wordt de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld, zoals dat ook is gebeurd bij Julian (7) en Ruben (9), de broers die zondag dood werden gevonden. Ook bij deze ouders werd wel gesproken van een vechtscheiding.

Vaak adviseert de raad om de betrokken kinderen onder toezicht te stellen. De gezinsvoogd die dat toezicht moet uitoefenen, valt niet te benijden. Want die raakt al gauw verstrikt in de exenoorlog, die via ellenlange mails, dreigende telefoontjes, advocaten en kort-gedingen wordt uitgevochten. Beide ex-partners verwachten steun van de voogd, in het begin. 'Nu gaat hij ervoor zorgen dat de kinderen niet meer naar hun vreselijke vader hoeven', veronderstelt de moeder. 'Nu gaat hij die heks van een ex mores leren!' hoopt de vader. Daar kan alleen maar teleurstelling op volgen.

"Het was voor de gezinsvoogd ontzettend ingewikkeld om niet door één van de ouders beschuldigd te worden van partijdigheid", zo beschrijft Van Dijke een van de nadelen van deze vorm van ondertoezichtstelling (OTS) - met één gezinsvoogd per gebroken gezin. De hulpverleners stonden onder grote druk, vooral tegen Kerst. "Ze zaten urenlang aan de telefoon, eerst met moeder, daarna met vader, dan belde oma weer...", vertelt Marjan Adema, regiomanager van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland.

Diepgeworteld conflict
Deze telefoongesprekken, en alle andere inspanningen van de gezinsvoogd, leverden relatief weinig op voor wie de hoofdpersonen van het verhaal zouden moeten zijn: de zonen en dochters van vechtende exen. Natuurlijk weten gezinsvoogden dat het belang van het kind voorop moet staan, maar knokkende ouders verdringen hun kroost soms uit beeld.

Voor de Raad voor de Kinderbescherming zijn vechtscheidingen 'de moeilijkste zaken', vanwege het diepgewortelde conflict. "In de beste gevallen komt er iets meer begrip tussen de ouders", zegt gedragswetenschapper Meta Kuipers van de raad. "Of iets meer rust en acceptatie."

De Kinderombudsman concludeerde afgelopen november (in het rapport 'De ondertoezichtstelling bij omgangsproblemen') dat gedwongen hulp bij vechtscheidingen lang niet altijd een positief effect heeft. "De maatregel kan zelfs bijdragen tot verdere escalatie."

Nieuwe aanpak
Dat moest dus anders, besloot Bureau Jeugdzorg Noord-Holland zo'n twee jaar geleden. De medewerkers ontwikkelden een nieuwe aanpak, die inmiddels in 90 Haarlemse gezinnen is uitgetest en vanaf nu ook wordt toegepast bij vechtscheidingen in de rest van de provincie.

De kern is: elk gezin krijgt twéé gezinsvoogden. De ene concentreert zich volledig op het kind. "Dat weet dan ook: 'Deze gezinsvoogd is er alleen voor mij. Wat ik hem vertel, komt niet zomaar bij mijn ouders terecht'", zegt Van Dijke. Gezinsvoogd nummer 2 is er voor de ouders en heeft voor hen een heel heldere boodschap: 'Ik ben er niet om jullie conflict op te lossen, ik ga niet tussen jullie bemiddelen. Jullie kind heeft recht op een veilige opvoeding, op contact met beide ouders. Het moet ook vrijuit over de andere ouder kunnen spreken. Dát is het doel van onze gesprekken.'

Om dat te bereiken, moeten beide ouders een foto van hun kind meenemen. Die liggen tijdens de gesprekken voor hen op tafel en zijn 'heel behulpzaam' volgens Van Dijke. "Ik hoor van gezinsvoogden dat ze soms alleen maar op de tafel hoeven te wijzen, om duidelijk te maken wat de focus is." En heel soms zetten de foto's nog iets mooiers in gang. Dan neemt de moeder bijvoorbeeld een recenter beeld mee voor haar ex, die alleen over oude kiekjes van zijn dochter beschikt.

Hockeykleren
"We zeggen tegen de ouders: Wat jullie doen, je niet beheersen in het bijzijn van de kinderen, dat noemen we kindermishandeling," vertelt regiomanager Adema. "Dat shockeert ze meestal wel." En soms schudt het inzicht ze wakker. "Gezinsvoogden melden dat ze sneller de kern van het probleem te pakken krijgen." Ze spreken, dankzij de speciale 'kindergezinsvoogd', ook met meer gezag: deze hulpverlener spreekt de kinderen veel vaker dan voorheen en kan dus goed uitleggen met welke problemen zij worstelen.

Neem een achtjarig meisje, dat twee keer per maand een weekend bij haar vader is, op last van de rechter, zo staat het in de beschikking. De precieze tijden zijn daarin niet vastgelegd, dus daarover ruziën haar ouders. "In de oude situatie ging de gezinsvoogd dan een schriftelijke aanwijzing geven", zegt Van Dijke. "Zo van: het weekend duurt van 9.00 uur op zaterdag tot 19.00 uur op zondag."

Is het daarna vrede? Welnee. Want het meisje hockeyt op zaterdag, en ze heeft slechts één set hockeykleren. Haar moeder weigert die mee te geven als ze naar haar vader gaat, omdat 'die eikel' geen alimentatie betaalt. En haar vader koopt geen extra set, 'want ik heb immers geen geld'.

Met welk praktisch probleem zit hun dochter intussen - nog los van het innerlijke loyaliteitsconflict dat haar ouders met bekvechten en moddergooien veroorzaken? Dat ze twee keer per maand, als ze bij haar vader is, niet met goed fatsoen kan hockeyen. Dankzij de Noord-Hollandse aanpak kan ze nu aan haar eigen gezinsvoogd vertellen hoe verschrikkelijk vervelend ze dat vindt. Die geeft dat - met toestemming van het meisje - aan zijn collega-gezinsvoogd door, die het op zijn beurt weer op de gespreksagenda van de ouders zet. Met de vraag: Zo, hoe lossen jullie dit op?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden