Hulp aan blinden en leprozen de twee beste goede doelen

De hulporganisaties Dark and Light en LepraZending staan op een gedeelde eerste plaats in de Trouw top-50 van goede doelen. Dat wil niet zeggen dat bij die organisaties nooit wat mis gaat. „Wij willen hulp bieden in landen waar die het hardste nodig is, dus ook in risicolanden.”

Stichting Dark and Light, die in Azië en Afrika opkomt voor mensen met een handicap, eindigde samen met LepraZending op een gedeelde eerste plaats van de Trouw top-50 van goede doelen op het gebied van gezondheidszorg. Beide organisaties haalden 8,89 van de maximaal haalbare 9 punten.

Dark and Light in Veenendaal ondersteunt organisaties in Afrika en Azië, die niet aan overheden zijn gebonden. De nadruk ligt op de preventie van blindheid, op oogzorg en op de integratie van gehandicapten in de samenleving. De stichting, op christelijke grondslag, heeft jaarlijks 4,5 miljoen euro te besteden, geld dat wordt bijeengebracht door 23.000 donateurs, Rotary Clubs, vermogensfondsen en overheidssubsidies.

Dark and Light is 25 jaar geleden opgericht door het oogartsen-echtpaar Martien en Jenny Cozijnsen. Jarenlang leidde de organisatie een marginaal bestaan, maar in 1998 werd besloten tot professionalisering.

Om de hulpprojecten in Afrika en Azië goed te kunnen volgen hebben medewerkers van Dark and Light een eigen managementprogramma ontwikkeld. „We wilden een optimaal inzicht in de voortgang van onze programma’s en in de besteding van het geld”, zegt Matthijs Nederveen, hoofd programma’s van Dark and Light. „We kunnen daardoor goed verslag uitbrengen aan de geldgevers. Verantwoording is heel belangrijk, wij willen nakomen wat we afspreken.”

Het managementprogramma werd zo opgezet dat organisaties in de ontwikkelingslanden op hun eigen niveau worden beoordeeld. „Je hebt nu eenmaal te maken met beginnende en ervaren organisaties, die moet je verschillend beoordelen”, aldus Eelco Akkerboom, hoofd marketing en fondsenwerving. „Belangrijk voor ons is ook dat we een exitstrategie hebben: voordat je aan een project begint, maak je afspraken hoelang de ondersteuning duurt en op welke manier de lokale partner op termijn eigen fondsen gaat werven.”

Ten Hove: „Het zijn vaak langdurige processen. We zijn lang aanwezig in een land. Rampen zijn niet na zes maanden achter de rug. De publieke opinie wil graag snel, snel, maar ontwikkelingswerk duurt lang. Vaak ontbreekt infrastructuur.”

Nederveen: „We willen twee keer per jaar een rapportage van de partnerorganisaties. We bezoeken ze ieder jaar. Na drie jaar doen we een evaluatie op impact: wat heeft onze hulp per saldo opgeleverd. Daarbij kijken we ook naar duurzaamheid.”

Duurzaam is ook het ontmoedigen van Nederlandse oogartsen die in hun vakantie naar een ontwikkelingsland willen om daar gratis oogoperaties uit te voeren. Ten Hove: „Lovenswaardig hoor, die oogsafari’s, maar daarmee maak je de oogarts in de regio brodeloos. Je vernielt de lokale infrastructuur. Niemand gaat meer naar de plaatselijke kliniek, want dat kost geld. Ze rekenen op de Nederlandse dokter die in zijn vakantie gratis komt opereren. Als die al komt. Dat is geen duurzame oplossing. We stimuleren liever artsen die willen helpen om een paar weken de collega in een ontwikkelingsland te assisteren.”

En natuurlijk gaat er wel eens wat mis. Ten Hove: „Als je dat risico wilt vermijden moet je niet in Zuid-Soedan gaan werken, een land dat twintig jaar burgeroorlog heeft meegemaakt. Ons uitgangspunt is dat we hulp willen bieden in landen waar die het hardste nodig is, dus ook in risicolanden.”

Enige tijd geleden rees het vermoeden van fraude in Zuid-Soedan met geld van de organisatie. Uiteindelijk ging het om maximaal 2000 euro. „Dat zijn we kwijt. Dan stoppen we zo’n project en rapporteren dat aan de donoren.”

Ook Dark and Light probeert een beeld te krijgen van het effect van de hulpverlening in Afrika en Azië. Ten Hove: „Het gaat er niet om hoeveel oogoperaties er door jouw inspanning zijn verricht, maar om de vraag hoeveel kinderen er beter zijn gaan zien door de ingrepen. Met die impact van ons werk zijn we nu meer mee bezig. Een nieuwe school is prachtig, maar leidt die op langere termijn tot beter onderwijs?”

Ton ten Hove is niet blij met de telkens weer oplaaiende discussie over de directeurssalarissen in de goededoelensector. Het inkomen van directies is sinds 2005 aan normen gebonden, die ontleend zijn aan de code voor goed bestuur van de commissie-Wijffels. Toch vinden veel donateurs dat er bij goede doelen te veel geld blijft hangen in de organisatie en veelal op directieniveau.

Ten Hove: „Daar is wel wat tegenover te stellen. Wij zitten in het ontwikkelingswerk. Dat moet je met goeie mensen doen die kennis hebben van het land, van ontwikkelingswerk van het begeleiden van projecten. Die mensen moet je goed betalen.”

„De steeds terugkerende discussie heeft ook te maken met het beeld dat veel mensen van ontwikkelingswerk hebben: ze denken dat wij in zo’n land even een zak geld afleveren en dan weer vertrekken. Zo simpel is het niet. Het is een ingewikkeld proces waar vaak jaren overheen gaan, die projecten worden tot in detail begeleid. Daar moet je goedopgeleide mensen voor inzetten. Op onze programma-afdeling, dat is de afdeling die de contacten onderhoudt met de organisaties die wij ondersteunen, zitten mensen met een universitaire achtergrond. Als je als organisatie goed werk wil doen, moet je de goede mensen hebben.”

Het zijn argumenten die Henno Couprie, directeur van Leprazending in Apeldoorn, aanspreken. De discussie over directiesalarissen is slecht voor de branche, vindt hij. „Een incident bij één organisatie heeft zijn weerslag op de gehele sector. Dat is jammer. Het is moeilijk om dat slechte imago kwijt te raken.”

Leprazending deelt de eerste plaats van de Trouw top-50 met Dark and Light. Het toeval wil dat beide organisaties samenwerken in een project in Bangladesh. Een tweede overeenkomst is dat beide goede doelen werken vanuit christelijke beginselen. Zijn christelijke organisaties kansrijker als het gaat om de maatschappelijke impact?

Ten Hove van Dark and Light gelooft daar niet in. „Christelijk ontwikkelingswerk bestaat niet. Wat wel bestaat is ontwikkelingswerk dat door christenen wordt gedaan.”

Leprazending in Apeldoorn, is één van de oudere goede doelen in Nederland. De voorloper van de Nederlandse organisatie dateert uit 1874. Een Ierse onderwijzer zag leprapatiënten in de Punjab in India om wie niemand zich daar druk maakte. Zijn noodkreet leidde tot de oprichting van de Leprocy Mission, de Leprazending in Schotland en Ierland. De organisatie groeide aanvankelijk vooral in de Angelsaksische landen. In Nederland werd Leprazending in 1975 opgericht.

Leprazending is een zelfstandige organisatie binnen The Leprosy Mission International, dat 171 projecten ondersteunt in 28 landen in Azië en Afrika. De organisatie heeft ruim 2000 nationale veldwerkers en werkt samen met kerken, plaatselijke overheden en andere ontwikkelingsorganisaties.

„De laatste jaren concentreert het werk zich vooral op integratie in de bestaande gezondheidszorg in de landen waar we werken”, zegt directeur Couprie. „Wij richten ons op de specialistische zorg. Lepra is een ziekte met een stigma, patiënten zitten in een moeilijke positie. Wij vinden het belangrijk dat deze mensen weer een plek krijgen in de samenleving. En dan kom je meteen op de impact van ons werk. Wij denken dat voormalig leprapatiënten die weer volop in de samenleving kunnen meedraaien, een betere kwaliteit van leven hebben. Maar hoe meet je dat? Daar zijn we nu mee bezig. In ons nieuwe strategische plan willen we contouren uitzetten voor een impactmeting.”

Volgens Nico Zwemstra, programmacoördinator van Leprazending, denken veel jongeren dat lepra een uitgebannen ziekte is. „Was het maar waar. Er is onmiskenbaar sprake van een dalende tendens, maar nog steeds wordt het aantal nieuwe gevallen geschat op 250.000 per jaar. Er is nu goede medicatie, dus er is in beginsel medische zorg voorhanden. Wij concentreren ons daarom vooral op projecten waarbij we patiënten leren voor zichzelf op te komen.”

Leprazending groeide door intensieve mailingsacties in vier jaar tijd van 4000 tot ongeveer 40.000 donateurs, die tezamen met enkele fondsen, EO Metterdaad (een hulpstichting verbonden aan de Evangelische Omroep) en een overheidssubsidie jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen euro opbrengen.

Morgen: De hart- en vaatlobby

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden