Hulde aan de sopranen in Salzburg

Op de laatste dagen van de Salzburger Festspiele, het duurste festival ter wereld, kwamen enkele hoogtepunten langs. Met glansrollen voor Eva-Maria Westbroek en Cecilia Bartoli.

De Salzburger Festspiele zijn gisteren afgesloten met een record aan inkomsten uit de kaartverkoop. In de 45 dagen dat het festival duurde, kwamen bijna 290.000 bezoekers af op de 280 voorstellingen. De gemiddelde bezettingsgraad in de veertien verschillende zalen kwam uit op een fraaie 93 procent, het hoogste percentage in de 93 jaar dat het festival bestaat. En om al dat moois te zien, betaalden de liefhebbers voor die zeer gewilde kaartjes maar liefst 29.155.000 euro. Dat is een bedrag om van te duizelen en ook dit getal was een record voor de Festspiele.

En toch is het nog niet helemaal zeker of de balans uiteindelijk positief uitvalt. Met die berekening zijn de boekhouders nu aan de slag gegaan. In november komen ze met hun slotbalans. Intendant Alexander Pereira liet op de afsluitende persconferentie al doorschemeren dat het wat hem betreft niet zo heel belangrijk is of men 300.000 euro boven de streep uitkomt of 300.000 euro eronder. Wat hem betreft zijn de genoemde records veel belangrijker dan welke andere berekening dan ook.

Pereira, voor wie het zijn tweede Festspiele als intendant waren, heeft misschien makkelijk praten, want hij verlaat in 2014 de Festspiele alweer, nog vóór zijn contract daar officieel afloopt. Hij wordt intendant van het Teatro alla Scala in Milaan. Zijn theaterdirecteur Sven-Eric Bechtolf zal Pereira in 2015 en 2016 ad interim vervangen. De zoektocht naar een nieuwe en spraakmakende intendant is in volle gang. Daarbij lijkt de naam van Pierre Audi ook weer op te duiken. De artistiek leider van De Nederlandse Opera en van het Holland Festival in Amsterdam eindigde bij de vorige zoektocht net achter Pereira. Dus wie weet maakt Audi nu wel kans om het te worden, mocht hij het nog willen.

In ieder geval speelt het huisorkest van de Salzburger Festspiele, de Wiener Philharmoniker, hoog spel bij deze benoeming. Het toporkest - het muzikale hart van het festival - heeft al gedreigd de Festspiele voortaan te zullen mijden als het geen zeggenschap heeft in de benoeming van de nieuwe intendant. Eind van deze maand moet deze bekend worden. Veel genoemd, en ook favoriet van het Weense orkest, is pianist Markus Hinterhäuser die sinds 2006 artistiek leider is van het concertprogramma in Salzburg.

Ondanks deze problematiek en ondanks de hele discussie over teruglopende gages en overvolle roosters in Salzburg, aangezwengeld door mezzosopraan Elisabeth Kulman, kan niet anders dan geconcludeerd worden dat er in Salzburg nog steeds voornamelijk topuitvoeringen te beleven zijn. De grote trekkers dit jaar waren de beide komische opera's van Wagner en Verdi. 'Die Meistersinger von Nürnberg' (geleid door Zubin Mehta) was naar verluidt in de regie van Stefan Herheim een doorslaand succes. 'Falstaff' (regie Damiano Michieletto) was in handen van Gatti een feest. En bij allebei zat natuurlijk de Wiener Philharmoniker in de bak, net als bij Verdi's 'Don Carlo', waarbij Antonio Pappano dirigeerde en waarin topsterren als Jonas Kaufmann, Anja Harteros en Thomas Hampson zongen. Dat is de grote kracht van Salzburg, dat alle wereldsterren er ook daadwerkelijk allemaal komen zingen en dirigeren.

Romig en vol
Wie er ook was, was Eva-Maria Westbroek. De Nederlandse topsopraan debuteerde in 2010 op de Festspiele als Chrysothemis in Strauss' 'Elektra'. Nu was ze in Salzburg om er haar glansrol te laten horen: Sieglinde in Wagners 'Die Walküre'. Overal ter wereld, van New York to Bayreuth, op de meest prestigieuze plekken dus, heeft Westbroek die rol al met veel succes gezongen. In Salzburg stond alleen de eerste akte op het programma in een uitverkocht Grosses Festspielhaus. Lorin Maazel dirigeerde de Wiener Philharmoniker en Westbroeks zingende collega's waren Peter Seiffert (Siegmund) en Matti Salminen (Hunding).

In Sieglinde heeft Westbroek zonder overdrijving haar droomrol gevonden. Het is onvoorstelbaar hoe goed haar stem zich om de noten en woorden van Wagner heenplooit. Inmiddels is de stem zo vol en volumineus geworden dat geen enkele climax aan Westbroeks inzet ontsnapt. Het fraaie daarbij is dat de stem in alle registers zo volkomen egaal blijft. Waar bij anderen het geluid in de hoogte uitdunt, blijft die van Westbroek ook daar romig en vol klinken. De extase van Sieglinde wordt fantastisch door haar opgebouwd, om te culmineren in de frase waarin zij de aangewaaide vreemdeling een naam geeft. Die uitroep - 'Siegmund, so nenn' ich dich!' - was van een verpletterende kracht, waarbij de stem moeiteloos boven het luid spelende orkest uitzweefde.

Dirigent Maazel bleek een goeie Wagner in de vingers te hebben en ook op Seiffert en Salminen was hoegenaamd niets aan te merken. Seiffert pakte meer dan overtuigend uit, misschien ook omdat hij wist dat er na deze akte niet nog twee vermoeiende aktes volgden. De Oostenrijkse pers schreef onder meer: Als warmherzige Sieglinde überzeugte die volltönende Eva-Maria Westbroek. Elders werd haar prestatie omschreven als fabelhaft intensiv.

Minder te spreken was men over de nieuwe 'Cos¿ fan tutte'. Mozart is in Salzburg natuurlijk nog altijd core business en met deze 'Cos¿' werd een nieuwe cyclus ingeluid van de drie opera's die hij op libretti van Da Ponte schreef. Vervelend was dat dirigent Franz Welser-Möst zich op een laat moment moest terugtrekken. In zijn plaats kwam Christoph Eschenbach, die pas vier dagen voor de première in Salzburg arriveerde. Spits of spitsvondig klonk het dan ook niet in de orkestbak. Regisseur Bechtolf kwam met een zeer traditionele enscenering, die hem in de pers het verwijt opleverde dat hij maakt wat het conservatieve publiek in Salzburg wil zien. Bij de casting van de vrouwenrollen was iets goed misgegaan. Malin Hartelius (Fiordiligi) en Marie-Claude Chappuis (Dorabella) haalden bij lange na niet het niveau dat in Salzburg gebruikelijk is.

Op een van de laatste dagen stond ook de allerlaatste voorstelling van Bellini's 'Norma' geprogrammeerd. De enscenering ging al tijdens het Pinksterfestival in première, maar was nu ook op de zomereditie de echte klapper. Mezzosopraan Cecilia Bartoli is de grote aanjager van dit project en zingt ook de titelrol. In 2010 probeerde ze de rol voor het eerst uit in Dortmund. Toen - in concertante vorm - overtuigde ze al enorm.

Inmiddels is er ook een schitterende opname van verschenen en in Salzburg ging Bartoli er echt het toneel mee op in een sterke enscenering van haar favoriete regisseurs Moshe Leiser en Patrice Caurier.

Het effect dat de kleine Bartoli als een heuse Anna Magnani op het toneel wist te bewerkstelligen was fenomenaal intens en hartverscheurend. Prachtig om te zien hoe ze zich ontpopte als een acterende en zingende furie als ze het overspel van Pollione doorheeft. De r-en rollen gevaarlijk de zaal in en de s-en worden inventief als klankexplosies gebruikt.

Na Norma's openingsaria 'Casta diva' meende iemand in de zaal nog te moeten roepen: 'Viva la Maria'. Die reactionaire idioot doelde daarmee op Maria Callas, voor velen nog steeds dé Norma aller tijden. Bartoli vecht die status van Callas niet aan, ze heeft alleen heel overtuigend aangetoond dat de uitvoeringspraktijk van Bellini's opera helemaal niet klopt. Als je kleinere stemmen neemt, het orkest in de bak op oude instrumenten laat spelen, van Adalgisa een lichte sopraan maakt, en de partituur zoals Bellini hem neerschreef serieus neemt, er dan een hele andere opera uitkomt.

De idiote schreeuwer liet zich overigens verder die avond niet meer horen, omdat werkelijk niemand gedurende de avond ook nog maar één seconde aan Callas dacht. Aan het eind veerde de bomvolle zaal als één persoon op om Bartoli een staande ovatie te geven - dat komt in Salzburg nooit voor.

De enscenering verplaatst het verhaal naar de tijden van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk, waar sommigen heulen met het Vichy-régime van nazi Pétain. Het levert sterke beelden op. Bartoli wordt als Norma bijvoorbeeld aan het eind als een heuse nazi-hoer kaalgeknipt, alvorens ze met haar geliefde Pollione (een uitstekende John Osborn) in een brandend huis het leven laat.

Tranen op het toneel
Gedurende de voorstelling wordt niet alleen duidelijk hoe goed Bartoli zich de rol vocaal heeft toegeëigend, maar ook hoe fenomenaal ze acteert. In de bak zorgt het Orchestra La Scintilla onder leiding van Giovanni Antonini voor een schurende en ruige begeleiding. Opvallend hoe goed deze agressieve orkestbegeleiding bij de nare enscenering past.

Ontroerend om te zien hoe Bartoli aan het eind van haar grote avontuur in tranen op het toneel van het Haus für Mozart staat en de stampvoetende en staande mensen in de ogen kijkt. Geweldig hoe zij haar nek heeft uitgestoken en hoe zij een lange neus maakt naar al diegenen die zeiden dat zij met haar kleine stem nooit de grote, iconische operarollen zou kunnen zingen. Viva la Cecilia!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden