Huiveringwekkende film over RAF

Het revolutionaire paar Andreas Baader en Gudrun (EPA)

De film ’Der Baader Meinhof Komplex’, die vanaf donderdag in Nederland is te zien, houdt je tweeënhalf uur op het puntje van je stoel. De draaikolk van geweld van de ’Duitse herfst’ wordt huiveringwekkend echt neergezet, maar de obsessie voor detail heeft helaas de hoofdrol.

Helemaal aan het eind van de film ’Der Baader Meinhof Komplex’, als iedereen zo’n beetje dood is, valt ineens een raar zinnetje. Het is de doorgewinterde terroriste Brigitte Mohnhaupt die tegen het verslagen groepje jonge RAF-leden zegt: „Jullie hebben ze nooit gekend, hou op ze te zien zoals ze nooit zijn geweest”.

Het is vreemd, omdat het zinnetje veronderstelt dat de toeschouwers, die hiervoor net tweeënhalf uur lang zijn meesleept in het compromisloze activisme van de inmiddels dode helden wél hebben gezien wie Baader, Meinhof en de anderen waren. Maar dat is niet zo. We hebben gezien wat ze deden.

De Duitse taal heeft er, met dank aan filmproducent Bernd Eichinger, een nieuw voltooid deelwoord bij: na de laatste dagen van Hitler in ’Der Untergang’ (2004) is dankzij hem nu ook de geschiedenis van het naoorlogse terrorisme ’ver-eichingert’, zoals het in de krantenkolommen al is gaan heten. Methode: men neme een miljoenenbudget, een sterrenbezetting en een historisch standaardwerk, in dit geval ’Der Baader Meinhof Komplex’ van journalist Stefan Aust, voormalig hoofdredacteur van weekblad Der Spiegel.

Het streven: de in dit boek gepresenteerde feiten zo precies mogelijk weer te geven, met grote aandacht voor de uiterlijke stilering. Vervolgens vertelt de auteur van het boek in het boek-bij-de-film-over-zijn-boek hoe huiveringwekkend echt de acteurs overkomen, hoe dicht de film de realiteit nadert. Zo ging het met Hitler-biograaf Joachim Fest en de verfilming van zijn ’Untergang’, zo gaat het nu met Stefan Aust en zijn ’Baader Meinhof Komplex’: Zo was het, zo was het echt.

De kritiek op ’Der Untergang’, onder anderen geuit door de cineast Wim Wenders, luidde destijds dat de film wel laat zien, maar zelf geen mening heeft, geen houding kiest ten opzichte van de geschiedenis. Hij laat de kijker eigenlijk aan zijn lot over. Dit recept, en daarmee ook de kritiek, herhaalt zich bij ’Der Baader Meinhof Komplex’. De film rijgt in hoog tempo de vele dramatische gebeurtenissen in de periode 1967-1977 in de Bondsrepubliek Duitsland chronologisch aan elkaar. Hij laat zien hoe eind jaren zestig de kopstukken van wat later de Rote Armee Fraktion (RAF) zou worden, met elkaar in contact komen. Hoe de in progressief-intellectuele kringen bewonderde columniste Ulrike Meinhof zich steeds sterker aangetrokken voelt tot de dadendrang van het revolutionaire liefdespaar Andreas Baader en Gudrun Ensslin, en in 1970 met hen ondergronds gaat om de, desnoods gewapende, strijd tegen het grote onrecht te voeren. En hoe hun beweging, die dankzij de tijdgeest aanvankelijk op veel sympathie kan rekenen, het land en het staatsapparaat gaandeweg meezuigen in een draaikolk van geweld. En aan het eind is, zoals het een klassiek drama betaamt, iedereen dood.

Omdat het allemaal moest zijn zoals het werkelijk was, heeft het productieteam van regisseur Uli Edel en producent Eichinger met obsessieve perfectiedrang het Duitsland van de jaren zestig en zeventig nagebouwd. Interieurs, straataanzichten, auto’s, spandoeken, kapsels, kleding, make-up: de smokey eyes van Gudrun Ensslin zijn perfect geïmiteerd. Naar de karakteristieke zonnebril met vleugelrand van Ulrike Meinhof is eindeloos gezocht, tot iemand ’m vond bij een opticien met een privéverzameling brillen. Het rijtje lp’s van Andreas Baader is er niet zomaar neergezet: al zijn de hoezen niet eens allemaal te zien, het zijn werkelijk dezelfde platen als hij in zijn cel had staan.

Voor de scènes rond de beruchte demonstratie tegen de komst van de sjah van Perzië van 2 juni 1967 in West-Berlijn, waarbij een politieagent de student Benno Ohnesorg doodschoot, werd de originele tank met waterkanon opgeduikeld die tegen de demonstranten werd ingezet, inclusief de man die het waterkanon veertig jaar geleden bediende. De jonge vrouw die zich in de film om de stervende Ohnesorg bekommert, draagt niet alleen dezelfde mantel, maar ook dezelfde oorbellen als de vrouw op de originele foto, het horloge om haar pols is naar dezelfde kant verschoven, haar wenkbrauwen zijn op identieke wijze geëpileerd, het nummerbord van de Volkswagen Kever op de achtergrond klopt. Het is een foto die, zoals Stefan Aust het formuleert, tot de iconen van het historisch bewustzijn van de Bondsrepubliek is gaan horen.

De film bestaat uit een aaneenschakeling van dit soort beelden, van tot leven gewekte nieuwsfoto’s en journaalbeelden: de arrestatie van Andreas Baader en Holger Meins, halfnaakt, schreeuwend; het korrelige zwart-witbeeld van de ontvoerde zakenman Hanns Martin Schleyer voor het RAF-symbool. De cijfers die de datum aanduiden op het karton dat hij in zijn hand houdt zijn net zo smal en hebben dezelfde lichte cursivering als op de originele foto.

Gek genoeg heeft dat streven naar authenticiteit door perfecte nabootsing een omgekeerd effect: de tot het uiterste doorgevoerde stilering maakt de film niet extreem realistisch, maar juist kunstmatig.

De filmmakers hebben zich geconcentreerd op de belangrijkste gebeurtenissen uit het boek van Stefan Aust. En dat is ook precies wat hij zo bewondert aan het eindresultaat, dat ze hebben weten „te verdichten zonder dat het belangrijke verloren gaat”. Het klopt, als een machinegeweer vuurt de film hoogtepunten op je af: demonstratie hier, arrestatie daar, bomaanslag hier, gijzelingsactie daar. Maar nergens wordt werkelijk ingezoomd, de verliefdheid op het detail dat in de aankleding van decor en acteurs zo onmiskenbaar aanwezig is, ontbreekt eigenlijk in de rest van de vertelling. De bijzaken, ze zijn er niet.

Die parade van hoogtepunten zet de toeschouwer wel tweeënhalf uur lang met het adrenalinegehalte van de goed gemaakte actiefilm op het puntje van zijn stoel. En met name naar het einde toe, als we voorbij elke ideologische discussie zijn en het geweld alleen nog maar zinloos verder escaleert, als de gedetineerde RAF-leden als gebroken volièrevogels in de rechtszaal zitten en hun politieke spreuken slechts nog moeizaam machinaal kunnen voortbrengen, terwijl jonge opvolgers buiten zich steeds verder in bloederige geweldsdaden begeven, treedt een grote benauwdheid op. Dit is het Eichinger-effect: alsof we opnieuw met Hitler die eindeloze gangen van de bunker moeten afdalen, terwijl we al weten hoe het afloopt.

En dan is er nog het perspectief. Net als in Hitlers bunker wordt het verhaal verteld vanuit de daders, en dat stelt de toeschouwer voor een probleem. We zijn niet alleen voortdurend bij de daders in de buurt en volgen hun lotgevallen, ze zijn ook veel interessanter, cooler, aantrekkelijker, jonger dan de slachtoffers, doorgaans grijze representanten van de macht, die slechts als bordkartonnen decorstukken zijn neergezet om omvergeschoten te worden. De bibberende medewerker van de gegijzelde ambassade in Stockholm, hij mag gedurende een paar seconden enkele woorden spreken, en knal, weg is hij.

De daden maken de daders niet sympathiek, integendeel, maar we zitten wel in hun blikveld gevangen, we moeten met hen mee de isoleercel in, krijgen mét hen onder dwang voeding toegediend.

Toch krijgen die hoofdpersonen uiteindelijk maar weinig profiel. Om hun motieven is het de makers ook nooit te doen geweest, ze wilden niet tonen „hoe een intellectuele vonk aangestoken werd die in een daad ontvlamde”, het ging ze om de daden zelf. Alleen die bepalen volgens hen de geschiedenis. En zo blijft Andreas Baader (Moritz Bleibtreu) voornamelijk een macho rauwdouwer die van dure snelle auto’s houdt en vrouwen consequent met ’blöde Fotze’ (kutwijf) aanspreekt. Domineesdochter Ensslin (Johanna Wokalek) preekt consequent en zonder haperingen haar revolutionaire parolen.

Het enige personage aan wie je je nog enigszins kunt binden, is Ulrike Meinhof (Martina Gedeck), omdat zij twijfelt. Ze is gefascineerd door de onbevreesde Ensslin en Baader die het geweld als legitiem middel omarmd hebben, maar blijft aarzelen of het de goede weg is. Het is de keuze tussen woord en daad, tussen tekst en wapen, tussen haar twee kinderen en een ondergronds bestaan. Ook als ze letterlijk de sprong uit het venster heeft gemaakt bij de bevrijding van Andreas Baader, blijft die onzekerheid aan haar kleven, wat uitmondt in steeds terugkerende conflicten met de overige leden in de groep.

Die strijd zal in gevangenschap alleen maar bitterder worden. Maar heel erg uitgewerkt wordt ook deze twijfel niet, ten dienste van het grotere verhaal dat hier verteld moet worden.

Een kleinere, maar essentiële gebeurtenis die daardoor ook aan de toeschouwer voorbij dreigt te gaan is het moment waarop Meinhof in de rechtszaal, een half jaar voor haar zelfmoord, in cryptische bewoordingen duidelijk probeert te maken dat het voor een gevangene onder deze omstandigheden onmogelijk is om te tonen dat hij misschien van mening is veranderd. De rechter hoort haar verkapte roep om hulp niet.

Dit tekstfragment bestaat ook in het echt. Het zijn originele opnames van het proces, die pas enkele jaren geleden in een archief zijn teruggevonden. De cd ervan ligt nu gewoon in de handel. Als je hem opzet hoor je de echte stemmen van de echte betrokkenen, van aangeklaagden, advocaten, rechters, officieren van justitie, van publiek. Er is ruis, gefluister, geschreeuw, er wordt met microfoons geschoven.

Misschien komt het juist door het ontbreken van het beeld, maar met het simpele luisteren naar deze cd dringt het verleden zich authentieker en schrijnender op dan de zo zorgvuldig nagebootste werkelijkheid in ’Ðer Baader Meinhof Komplex’ kan bewerkstelligen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden