Huiver op de weg van Algiers naar Homs

The Battle of Algiers
Regie: Gillo Pontecorvo. Met Brahim Haggiag, Saadi Yacef en Jean Martin. Te zien in Amsterdam, Den Haag en Utrecht.

Een van de neveneffecten van de recente revoluties in Noord-Afrika en het Midden-Oosten is dat films uit en over de Arabische wereld volop in de belangstelling staan. Zo ging op het afgelopen Filmfestival van Cannes een prachtige restauratie van David Leans klassieker 'Lawrence of Arabia' (1962) in première, en wordt vanaf vandaag een nieuwe kopie van 'The Battle of Algiers' (1966) in omloop gebracht, het meesterwerk van de Italiaanse cineast Gillo Pontecorvo.

'The Battle of Algiers' geldt als een van de mijlpalen in de filmgeschiedenis, en een van de beste films over het verzet tegen koloniale overheersing. Slechts vier jaar na de bloedige Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog tegen de Franse bezetter (1954-1962), waarbij circa een miljoen Algerijnen het leven lieten, reconstrueerde Pontecorvo de gebeurtenissen die plaatsvonden in de Algerijnse hoofdstad.

Dat de film bijna een halve eeuw later nog steeds voor opwinding zorgt, komt door de verbluffende manier van filmen, vol energie, waarbij de grofkorrelige zwart-wit-fotografie vaak het gevoel geeft middenin een enerverende oorlogsreportage te zitten. Het is daarbij alsof Pontecorvo (1919-2006) het beste van het Italiaanse neorealisme en de Franse 'nouvelle vague', de twee vernieuwende naoorlogse filmstromingen, verenigde, met als uitschieters het werken met non-professionals en het filmen op straat, in dit geval het duizelingwekkende gangenstelsel van de kasba in Algiers. Het is de plek waar de vrijheidssstrijders zich organiseren, en van waaruit ze via een guerillastrijd aanvallen van Franse paratroopers proberen te weerstaan.

Pontecorvo baseerde zich op het boek 'Souvenirs de la Bataille d'Alger' van Saadi Yacef, die zijn memoires in Franse gevangenschap schreef, en die na de oorlog plaats nam in de regering van het onafhankelijke Algerije. Yacef is in de film te zien als een leider van het Front de Libération Nationale (FLN) dat met Ali La Pointe een kleine, analfabete crimineel ronselt, die we op de voet volgen.

Hoewel de nieuwe Algerijnse regering het maken van de film steunde, en Pontecorvo zich duidelijk achter de revolutionairen schaarde, verzuimt de regisseur niet om ook de bomaanslagen van de FLN als gruweldaad te filmen. Maar huiveringwekkender zijn de moorden en martelingen door de Fransen, die denken heer en meester te zijn in Algerije. Frankrijk wilde het niet zien, en verbood de film vijf jaar. Pas in 1971 werd 'La battaglia di Algeri' door de voormalige kolonisator vrijgegeven.

Koude rillingen aan het slot als het Algerijnse volk en masse in opstand komt, en in de straten van Algiers om vrijheid roept, en de gelijkenis met de recente Arabische opstanden zich opdringt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden