Huisman zoekt afzondering

Pieter Hoexum vond het aanstellerij: schrijvers die de eenzaamheid zoeken. Maar eenmaal neergestreken in een eenmanshuisje - 'met de nadruk op man' - bevalt het uitstekend.

Het maakt uit of je jezelf en je werk relativeert of dat iemand anders dat doet. Ik had in mijn boek 'Kleine filosofie van het rijtjeshuis' expliciet geprobeerd de verwachtingen van de lezer te temperen, of in elk geval te sturen: ze moesten geen diepgravende gedachten van een hoogvlieger verwachten, maar eerder laag-bij-de-grondse waarnemingen van een scharrelkip.

Ik had mij voorgesteld als huisman-schrijver. Toch moest ik wel even slikken toen ik las wat de juryvoorzitter van de Socratesbeker 2015 onlangs in Trouw zei bij het bekendmaken van de longlist voor die prijs: "De publieksfilosofie is minder hyperig geworden. Filosofen varen hun eigen koers, ze trekken de wereld in en beginnen te schrijven vanuit hun eigen observaties en vragen. Soms is die wereld zo klein als een rijtjeshuis: in zijn boek overdenkt Pieter Hoexum zijn bestaan als huisman."

Natuurlijk fijn dat mijn boek die longlist had gehaald, maar 'overdenkingen van een huisman...' Dat klonk mij opeens zo onbenullig in mijn oren. Misschien lag dat ook aan de omstandigheden waaronder ik dat bericht las. Ik zat de maand februari in het Adriaan Roland Holsthuis in Bergen. Dit historische pand, het voormalige woonhuis van de dichter, wordt door het Fonds van de Letteren als werkplek voor een kalendermaand voor een bescheiden bedrag verhuurd aan schrijvers, dichters en literair vertalers.

Vanaf het begin beviel het huis mij uitstekend, het past me als een paar oude sloffen. Dat was des te verbazingwekkender omdat het huis het tegendeel is van mijn woning: een eengezinsrijtjeshuis in een nieuwbouwwijk. Dit was een eenpersoonswoning in een villawijk. Het was vooral een eenmanshuis, met de nadruk op man: het was een huis voor een vrijgezel. Het was een open en onweerstaanbare uitnodiging tot het leiden van een vrijgezellenbestaan: ik kon hier alles rond laten slingeren, niemand had er last van of ergerde zich eraan, ik kon heel vroeg opstaan als ik dat wilde en naar het vlakbij gelegen strand fietsen of juist in mijn pyjama tot 12 uur zitten lezen en schrijven. Radio 4 kon de hele dag aan blijven, hoewel het ook heerlijk was om de radio uit te doen en in stilte te werken. Niets hoefde, alles mocht: het was hier heerlijk rondhangen. Steeds kon ik grote concentratie en grenzeloze verstrooiing afwisselen, willekeurig: precies zoals het mij het beste uitkwam.

Eerlijk gezegd had ik een aanvraag voor een verblijf hier gedaan om een vooroordeel te bevestigen. In mijn boek had ik namelijk een hoofdstuk geschreven over dit soort eenmanswoningen, getiteld: 'In een hut kun je niet wonen'. Ik had de draak gestoken met al die dichters en denkers die in een hutje op de hei weer

in contact willen komen met hun ziel of met de wereldziel of weet ik wat.

Het Roland Holsthuis was zo'n hut: speciaal gebouwd voor de dichter Roland Holst in 1921, door zijn vader, een vermogende heer uit Het Gooi. Daar, in Het Gooi, had Roland Holst eerst gewoond en gewerkt, maar hij kon slechts in de nabijheid van de zee inspiratie vinden en dus moest in Bergen een huisje gebouwd worden. Als dat geen kinderachtige aanstellerij is, weet ik het ook niet meer. Het leek verdacht veel op het boerderijtje dat Marie Antoinette liet bouwen achter het paleis van Versailles, en dus een romantische illusie?

Nou, zoals gezegd beviel die illusie mij uitstekend. Wat mij wel verbaasde was hoe snel de klad kwam in mijn vrijgevochten vrijgezellenbestaan: er moest toch gegeten worden en dus moest er gekookt worden en boodschappen gedaan en (na een paar dagen) afgewassen. Er moest zelfs een wasje gedraaid worden en dat ging mis: ik had natuurlijk geen zin me te verdiepen in de gebruiksaanwijzing van de voor mij onbegrijpelijke wasmachine en haalde na drie uur de weliswaar tot mijn verrassing helemaal droge was uit de machine, maar de sokken waren gekrompen tot kindersokken (tot zover mijn huismanschap). Er moesten dus sokken gekocht worden en toen ik toch bij de Hema was, kocht ik ook meteen maar even een beschuitbus en nog wat bewaardoosjes die ik in het huis miste. Ik was kortom al heel snel aan het redderen en nogal huishoudelijk bezig. Het heel bijzondere huis werd nogal gewoontjes en ook dat beviel mij uitstekend. Ik had me dus vergist: je kunt wel degelijk in een hut wonen. Maar door er te wonen wordt de hut een huis en de bewoner dus een huisman, dan wel -vrouw.

Ik had ook een stevige portie leesvoer mee naar het huisje genomen, een stapeltje recent verschenen boeken over huizen, woningbouw, architectuur en wooncultuur. Dat waren voornamelijk Engelse boeken, aan de overkant van het Kanaal hebben ze een zo mogelijk nog grotere fascinatie met Home dan wij Nederlanders. Maar meest inzichtelijk was toch het Belgische boek 'Van Hermes en Hestia' (2006), van de filosoof Bart Verschaffel. Met name het hoofdstuk 'De betekenis van huiselijkheid' bracht veel helderheid. Hij schetst daarin een soort (zeer) korte ideeëngeschiedenis van het begrip huiselijkheid. Wij moderne mensen menen dat huiselijkheid iets van vroeger is, iets zeer traditioneels. Dergelijke nostalgie versimpelt het beeld: alsof vroeger moeder-de-vrouw altijd thuis bij de haard zat te wachten, klaar om het haar huisgenoten naar de zin te maken. We menen dat vroeger het huis de plaats was waar vrouwen 'op hun plaats' waren, en dat huiselijkheid en vrouwelijkheid min of meer synoniemen waren. Maar zo eenvoudig was het toen niet en is ook nu trouwens niet.

Verschaffel verwijst naar een artikel over de Griekse godin van huiselijkheid Hestia, symbool voor stabiliteit en zekerheid. Zij werd meestal gepaard aan Hermes, de god met de vleugeltjes aan zijn enkels, symbool van wegen, reizen, handel (en van diefstal trouwens). Ook in vroeger tijden was het huis niet alleen of voornamelijk een haard (hestia) maar ook raam en deur, waardoor we naar buiten kunnen om op reis te gaan en avonturen te beleven. Het huis is altijd dubbelzinnig opgevat. Net zo dubbelzinnig als de mens dat is: mensen worden beheerst door middelpuntvliedende én middelpuntzoekende krachten.

De eerste dagen was het heerlijk dat alles tijdens mijn verblijf in het Roland Holsthuis in het teken stond, kón staan, van lezen en schrijven. Dat is een voor mij ongehoorde luxe, die ik me maar een maand kan veroorloven. Financieel gaat het niet, want de schoorsteen moet roken en dat lukt met de schrijverij niet. En het was een eindeloos geregel om deze paar weken het lezen en schrijven centraal te kunnen stellen. Maar afgezien van deze praktische bezwaren, vroeg ik me uiteindelijk af, stel dat ik me wel kon veroorloven zo'n schrijfhuisje erop na te houden, zou het dan voor mij werken? Ik betwijfel dat. Slotsom is dan toch dat, hoe heerlijk het ook voor maand is, ik zeer tevreden naar huis ga omdat ik nu nog beter en zekerder weet dat ik de zaakjes daar, met een home-office op zolder, eigenlijk goed voor elkaar heb. Daar is het schrijven geen heilig moeten maar de belangrijkste bijzaak.

In Engeland en ook in Nederland trouwens, nemen steeds meer mannen hun toevlucht tot een schuurtje in de tuin, waar zij een echt mannenleven kunnen leiden. Er zijn al heel wat leuke boeken over verschenen, bijvoorbeeld met de veelzeggende titel: 'The Joy of Sheds, Because a Man's Place Isn't in the Home'. Dat klinkt heel stoer, maar als ik de foto's bekijk, zien die schuurtjes er verdacht knus en gezellig uit. Het zijn stiekem toch gewoon huizen, waar ook mannen zeer op hun plaats zijn.

'Huisman' klinkt zo... suf. Toch zijn we allemaal huisman (m/v): iedereen die woont is onvermijdelijk huisman - pardon: huismens. We moeten gewoon mans genoeg zijn om toe te geven dat we helden op sokken (m/v) zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden