Huiselijk geweld: Omgeven door angst en schaamte

(Mark Kohn)

Geweld achter de voordeur komt in Nederland veelvuldig voor. Meer dan 200.000 Nederlanders zijn jaarlijks slachtoffer van serieus huiselijk geweld. Ook steeds meer mannen.

Opvallend: vier van de tien slachtoffers (40 procent) van huiselijk geweld zijn man. Tot dusver werd altijd gedacht dat het percentage mannelijke slachtoffers veel lager lag, ergens rond de 16. Mannen worden vooral gezien als daders. Dat zijn ze overigens ook: 83 procent van de verdachten is man. Bijna twee van de drie daders – mannen én vrouwen – zijn in de afgelopen vijf jaar zelf ook slachtoffer geweest van huiselijk geweld. Van de slachtoffers is ruim een derde zelf pleger geweest.

Het bewijst eens te meer dat geweld in huiselijke kring een complex probleem is, beladen, omgeven door angst, schaamte en zwijgen. In twee derde van de gevallen gaat het om geweld tussen partners of ex-partners.

Dertien jaar na het laatste landelijke onderzoek naar huiselijk geweld, publiceert het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van justitie vandaag drie onderzoeken naar huiselijk geweld in Nederland. Het gaat om een schatting van de omvang van huiselijk geweld en om studies naar slachtoffers en daders. In 2007 is het onderzoek opgezet, in opdracht van de ministeries van justitie, volksgezondheid en onderwijs.

Naar schatting 100.000 mannen en vrouwen maken zich jaarlijks schuldig aan ’evident’ huiselijk geweld, de ernstiger vormen. Lichtere vormen van geweld – zoals bespotten, kleineren, volgen, in de gaten houden, verbieden om uit te gaan, dreigen met pijn, duwen, grijpen, aan het haar trekken, slaan, schoppen, bijten en stompen – werden pas als huiselijk geweld aangemerkt als ze zich minimaal tien keer hadden voorgedaan. Seksueel geweld – verkrachting, het dwingen tot seks of seksuele handelingen, het opdringen van seks – werd in alle gevallen gekenmerkt als evident huiselijk geweld. Onder het begrip huiselijk geweld vallen overigens ook de voorvallen waarbij (ex-)partners, gezins- en familieleden of huisvrienden elkaar buitenshuis geweld aan doen.

Mannen vormen de hoofddader, maar volgens de onderzoekers stijgt sinds 2005 het percentage vrouwelijke verdachten. Daders die door justitie voor huiselijk geweld worden vervolgd, blijken in 70 procent van de gevallen vaker – gemiddeld zes keer – vanwege een misdrijf met justitie in aanraking te zijn gekomen.

Het percentage meldingen van huiselijk geweld bij de politie is in de afgelopen dertien jaar gestegen van 12 tot 20 procent. „Dat is toe te schrijven aan het succes van gericht beleid”, zegt wetenschapper Henk van der Veen van het WODC. De socioloog schreef samen met Stefan Bogaerts, forensisch psycholoog aan de universiteit van Tilburg, een rapportage over het huiselijk geweld in Nederland anno 2010, waarin de drie deelonderzoeken met elkaar zijn vergeleken. Van der Veen: „Er is in de afgelopen jaren veel aandacht geweest voor het probleem, er is met succes gepoogd huiselijk geweld weg te halen achter de gesloten voordeur. De politie is beter gaan registreren. En al die maatregelen beginnen succes te krijgen. Nog steeds meldt maar één op de vijf slachtoffers zich bij de politie, maar het is toch een opmerkelijke stijging.”

Voor een betrouwbare schatting van de omvang van huiselijk geweld in Nederland, hebben de onderzoekers gebruikgemaakt van bijzondere methoden. Bij delicten zoals huiselijk geweld is er altijd een verborgen populatie (ook wel ’dark number’ genoemd). Om de grootte van de verborgen populatie in te schatten hebben Utrechtse onderzoekers de vangst-hervangst-methode gehanteerd, een methode die in de biologie is ontwikkeld voor het schatten van het aantal dieren dat zich in een bos of meer bevindt. De laatste jaren wordt deze methode steeds vaker in de criminologie gebruikt, bijvoorbeeld bij het inschatten van het aantal illegale vreemdelingen.

Daarnaast is een online onderzoek onder ruim 9500 willekeurig (aselect) gekozen personen als primaire databron gebruikt. Van der Veen: „Onder wetenschappers bestaat het beeld dat dergelijk online onderzoek niet representatief kan zijn, want je ondervraagt alleen mensen met internet en dat zouden overwegend hoger opgeleiden zijn. De gouden standaard is dat mensen aselect worden getrokken in een steekproef uit de hele bevolking. Wij vinden die opvatting achterhaald. Bijna iedereen heeft tegenwoordig internet. Bovendien leidt ook de gouden standaard-benadering tot selectiviteit, want in het Bel-me-niet-register kunnen mensen aangeven dat ze niet ongevraagd voor onderzoek willen worden benaderd. Dat doet dus afbreuk aan de representativiteit van een telefonisch onderzoek volgens de gouden standaard.”

De daders van huiselijk geweld zijn in meer dan de helft van de gevallen de ex-partner of de partner. In bijna 20 procent van de voorvallen zijn ouders de dader, in 13 procent een broer en in 9 procent een zus.

Ongeveer een derde van de ondervraagden heeft met niemand over het geweld gepraat toen het zich voordeed. Vooral jongere slachtoffers zwegen. De 70 procent die er wel over praatte, nam vooral vrienden in vertrouwen, één op de vijf slachtoffers sprak erover met de moeder.

Een vijfde van de daders valt in een groep die de wellicht meest ingrijpende vorm van huiselijk geweld uitoefent: intimate terrorism. Hierbij probeert de dader het slachtoffer volledig te domineren door controle en macht uit te oefenen. Bedreiging, isolatie en het bewerkstelligen van economische afhankelijkheid zijn de basiskenmerken van deze vorm van geweld. Veel van deze daders zijn ’generalist’, ze zijn voor andere delicten meermaals in aanraking geweest met justitie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden