Huisarts kent patiënt, Levenseindekliniek niet

De huisarts heeft meer in te brengen dan de Levenseindekliniek, als het om euthanasie gaat, vindt Annemarieke van der Woude.

Aan het dossier 'zelfbeschikking over het levenseinde' is een pijnlijk hoofdstuk toegevoegd. Het betreft een vrouw van in de tachtig die, nadat zij was getroffen door een hersenbloeding, de wens te kennen gaf te willen sterven. Na juridisch getouwtrek overleed zij vorige week thuis door euthanasie, bijgestaan door iemand van de Levenseindekliniek (Trouw, 24 april).

Over de draagkracht van deze vrouw wil ik mij niet uitspreken. Er zijn talloze mensen die, net als zij, na een hersenbloeding gedeeltelijk verlamd raken, nog maar moeizaam uit hun woorden kunnen komen, en voor hun verzorging zijn aangewezen op hulp van derden. Sommigen van hen vinden een manier om met hun lichamelijke beperkingen om te gaan. Voor mevrouw was dat niet zo. Zij leed ondraaglijk onder het verlies van de regie over haar leven. Dat is een individuele aangelegenheid van haar en haar familie. Maar omdat de rechter eraan te pas moest komen, is het ook een vraagstuk van de samenleving geworden.

undefined

Deskundigheid

Ik vind het onverstandig dat de stichting waar het Zeeuwse verpleeghuis onderdeel van is, zich verzette tegen ontbinding van de zorgovereenkomst met mevrouw. Er is een verschil tussen 'gelijk hebben' en 'gelijk krijgen'. Stel dat de specialist ouderengeneeskunde, de psycholoog en de verzorgenden juist hebben ingeschat dat mevrouw door haar cognitieve achteruitgang niet meer wilsbekwaam was, wat had het verpleeg-huis zich dan voorgesteld bij het handhaven van het zorgcontract? De kans op goede zorgverlening was verkeken bij een ruzie die dermate hoog is opgelopen.

Het probleem is ook niet dat het verpleeghuis en de Levenseindekliniek het met elkaar oneens zijn. Dat is namelijk precies de reden waarom de kliniek in 2012 haar deuren opende: daar kunnen mensen met een euthanasiewens terecht als ze bij hun eigen arts geen gehoor vinden. De dokters van de Levenseindekliniek handelen binnen de wettelijke kaders. Als zij van mening zijn dat een verzoek tot euthanasie gelegitimeerd is, kan het worden ingewilligd, ook als collega's een andere opvatting zijn toegedaan.

Het werkelijk nieuwe aan deze zaak is dat de rechter stelt dat de Levenseindekliniek méér deskundigheid bezit over opzettelijke levensbeëindiging dan de behandelaars van de patiënt. Het oordeel van de arts van de kliniek weegt zwaarder dan het oordeel van de eigen arts.

undefined

Toegevoegde kennis

Dat verbaast mij. In een zorginstelling bouwen dokter en patiënt een band met elkaar op, ook als de vraag om levensbeëindiging nog niet heeft geklonken. Als dat verzoek dan komt, heeft de dokter naast medische gegevens, ook andersoortige informatie tot zijn of haar beschikking. Ook de persoonlijkheid en de spiritualiteit van de patiënt kunnen worden meegewogen bij de vraag naar het levenseinde.

Naar aanleiding van de euthanasie in Zeeland heeft de rechter nu besloten dat die toegevoegde kennis van ondergeschikt belang is. Wat telt is de relatie tussen Levenseindekliniek en patiënt, een relatie die is aangegaan met het oog op de dood. De rechter vindt dat een voordeel, omdat binnen die context de expertise aanwezig is voor de beoordeling van een euthanasieverzoek. Maar ik vind het een nadeel, omdat je iemands levensgeschiedenis terugbrengt tot het moment waarop hij of zij uiting geeft aan het verlangen te sterven. Daarmee doe je een mens tekort.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden