Huis schoon, relatie gered

Voor het eerst in zijn leven schakelt Robert van Dijk hulp in de huishouding in. 'Ineens geneerde ik me. Omdat ik haar nu moest vragen dingen schoon te maken die ik zelf vies had gemaakt.'

ROBERT VAN DIJK

Vandaag is de schoonmaakster geweest. Het was de eerste keer dat iemand mijn huis kwam schoonmaken. Er ging een lang gekoesterde wens in vervulling.

Toen ik dik twintig jaar geleden op kamers ging, heb ik het proefballonnetje opgelaten dat de overheid studenten beter een schoonmaakster dan een ov-kaart cadeau kon doen, want reizen doen studenten toch wel en dat kun je van schoonmaken niet zeggen. Maar de ballon bleef steken in de heg van Jo Ritzen. Het idee was dat ik het voortaan zelf zou doen. Mijn moeder deed het me nog één keer voor en liet teil en dweil uitnodigend voor me achter. Toch kwam het er niet van. Ik had een hekel aan viezigheid, maar aan schoonmaken nog meer.

Waar ik woonde was het steevast een zwijnenstal. Er waren studentenhuizen bij waar een door de wol en kapper geverfde schoonmaakster nog dienst zou weigeren. Aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht deelde ik een keuken waar we het recordaantal van zeven muizen op één dag hebben gevangen. De laatste was nog niet echt dood en ik zag hoe hij de val achter zich aansleepte terwijl hij vloekend tussen de muren verdween. Anders hadden we de tien misschien gehaald. (Later daalde het aantal gevangen muizen ineens. Het leek alsof ook onze muizen naar college gingen en daar leerden hoe je rookworst van een val eet zonder dat die klapt.)

Verlangend keek ik bij tijd en wijle naar de exotische namen van de poetsvrouwen die zich aanboden op het prikbord van de supermarkt. Ze stoorden zich duidelijk niet aan spellingsregels en met belastingregels zouden ze het ook wel niet zo nauw nemen. Bovendien hebben we het hier over de tijd dat als je fiets gestolen was, je naar een junk ging voor een nieuwe. Maar mijn huisgenoten waren niet zo happig op een schoonmaakster. Het viel allemaal best mee, bij hun vriendinnen moest het nog veel ranziger zijn.

Ik troostte me met de gedachte aan iemand in Amerika (Where else?) die een beschimmeld stukje pizza achter de oven vandaan had gevist dat hij vervolgens voor duizenden dollars wist te veilen. In de groene schimmel was met een beetje goeie wil namelijk sprekend een afbeelding van de maagd Maria te herkennen. Misschien kon ik ook slapend rijk worden als ik eens in de zoveel tijd de koelkast van zijn plaats wipte.

Ook toen ik alleen ging wonen, waren er altijd redenen om het niet te doen, hoe graag ik ook een schoonmaakster wilde inhuren. In de eerste plaats geld. Toch ben ik in al die jaren nooit nagegaan wat het precies zou kosten en of ik dat wekelijks al dan niet kon missen. Geld was een smoes. Ik vond het gewoon not done. Ik associeerde het met grote witte Amerikanen in dito huizen die voor de schoonmaakster zelfs een logeerkamer hadden ingericht. Ik kom uit een arbeidersmilieu. Mijn moeder is 71 en wil nog steeds van geen hulp weten. En bij mijn ouders thuis kun je nog steeds van de grond eten.

Sinds ik kinderen heb, is mijn verlangen naar reinheid fors gegroeid. Iedere ouder leert al vroeg dat kinderen met alles behalve speelgoed spelen; in het stof bijten is een gezegde dat baby's letterlijk nemen. Zijn kinderen in het begin nog reden om je over je afkeer van boenen heen te zetten, al snel kom je er juist door hen niet meer aan toe. Temeer omdat ze een rol van betekenis spelen in het bevuilen van het nest. Het zijn soms net corpsballen.

Maar nu komt het. Toen ik op een zondagmiddagfeestje bij vrienden besloot dat het tijd was om 'morgen weer vroeg dag' te zeggen, zag ik dat een geallieerde troepenmacht de kamer had gebombardeerd. Ik spoorde mijn kinderen aan puin te ruimen toen de vrouw des huizes luchtig uitriep: "Nee joh, doet de schoonmaakster morgen wel!" Uit een kleine enquête in de dagen erna, bleek dat als je in de fase zit van het grootbrengen van jonge kinderen, het volledig geaccepteerd is om de schoonmaak uit te besteden. Overigens valt deze fase samen met de periode waarin de meeste mensen scheiden, al biechtte een vriend mij juist weer op dat 'het' zijn huwelijk heeft gered. "Hoeveel echtelijke ruzies zijn er die eigenlijk gaan over een zogenaamde ongelijke verdeling van huishoudelijke taakjes?" Hij ging door: "Heb je nou weer het vuilnis niet buiten gezet? Kun je niet even je troep opruimen als je dan een keer kookt? Ik kan zien dat je vrienden weer langs zijn geweest..." Ik knikte instemmend.

Een schoonmaakster als alternatief voor Dr. Phil. Zo had ik het nog niet bekeken. Ik had nooit mot met mijn partner, maar dat wilde ik graag zo houden. Bovendien, wist een andere vriend, we leven in een gig economy, wat mijn potentiële bindingsangst betreffende de poetsvrouw in kwestie naar de prullenbak verwijst. En ook de Belastingdienst hoefde ik niet te vrezen, de jobbers die je via bemiddelingssites of -apps voor een luttel bedrag inhuurt werken nog wit ook. Kortom: no more excuses.

Ik opende de deur voor iemand die totaal niet paste in mijn beeld van een vijftigplusser met een plat permanentje en een gekruld accent. Mijn schoonmaakster bleek jong, leuk en rood. Ik zag meteen dat ze de dochter van actrice Julianne Moore was. Ineens geneerde ik me. Niet vanwege haar wereldberoemde moeder, maar omdat ik haar nu moest vragen dingen schoon te maken die ik zelf vies had gemaakt. En dat terwijl ik zelf ook gewoon thuis was, dat kon ik niet ontkennen nu ik net zelf voor haar had opengedaan. Ik was een automobilist die was doorgereden na het veroorzaken van een ongeluk en nu even handsfree een ambulance had besteld. Ze vroeg of ik al eerder iemand van Helpling in huis had gehad. "Nee, dit is de eerste keer", zei ik. "Oe, spannend!" glimlachte ze.

Uit ongemak ontkende ik dat meteen, waarschijnlijk nog ongeloofwaardiger dan de leugentjes van mijn dochter van zes. Ik dacht: moet ik haar misschien voorstellen samen te stofzuigen? Maar ze zei: "Meestal gaat het sneller als de mensen niet thuis zijn." Dat vond ik een lieve manier om mij weg te sturen.

Ik had honger en wilde ergens een broodje halen, maar bij die gedachte alleen al voelde ik me volledig ontspoord. Buiten de deur gaan lunchen terwijl ik in mijn huis iemand kutklusjes liet opknappen, ik dacht zeker dat ik Kanye West was. Ik ben maar met knorrende maag in de bieb gaan zitten. Mijn moeder zat op mijn schouder mee te kijken of ik wel echt aan het werk was.

Bij thuiskomst vond ik een briefje met een opsomming van wat ze allemaal had gedaan. Verliefd keek ik mijn hygiënisch huisje rond. Alles is hetzelfde gebleven en toch is alles anders, frisser. Eindelijk had mijn huis zichzelf een trap onder z'n hol gegeven: terwijl ik in de bieb had zitten flexwerken, was het wezen hardlopen en douchen. Voldaan plofte neer ik op de bank.

Bij nader inzien vond ik dat met name de badkamervloer beter had gekund, maar mijn relatie is gered, nog voor er problemen konden ontstaan.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden