'Huilbaby niet in ziekenhuis'/Troostkoffer van consultatiebureau kan uitkomst bieden

AMSTERDAM - Een huilbaby hoort niet thuis in een ziekenhuis. Ogenschijnlijk lijkt opname ouders verlichting te bieden, omdat anderen de zorg voor het kind even overnemen. Maar voor de huilbaby zelf - van nature erg prikkelbaar - is het ziekenhuis een te stressvolle omgeving.

Dat schrijft de orthopedagoge E. Vos-Thiels, hoofd behandeling van het medisch kleuterdagverblijf De Stegel in Roosendaal, in het tijdschrift Kind en Ziekenhuis.

Als een kinderarts heeft vastgesteld dat er geen medische oorzaken zijn voor het huilgedrag van de baby, hoort het niet in het ziekenhuis. Ook al bestaan er speciale programma's voor huilbaby's. Het gaat er bij een behandeling, zegt Vos, niet zozeer om het huilgedrag terug te dringen alswel om het hechtingsgedrag tussen ouder en kind te verbeteren. Een ziekenhuis, vindt zij, is geen geschikte plek en bovendien zijn ziekenhuizen er onvoldoende voor toegerust om ouder en kind rustig te begeleiden.

Vos pleit voor deeltijd- of dagbehandeling in medisch kleuterdagverblijven als in De Stegel. Daar is een speciale afdeling met plaats voor zes baby's van nul tot achttien maanden en hun ouders, die worden bijgestaan door een team van deskundigen. Van kinderarts tot logopedist en fysiotherapeut. Soms begeleiden ze ouder en kind ook thuis. Op vastgestelde uren of dagdelen neemt een pedagogisch medewerker de verzorging in het dagverblijf over zodat de ouder aan zichzelf of andere gezinstaken toe kan komen. 's Avonds is de baby in ieder geval thuis. “Volgens de Leidse onderzoeker IJzendoorn blijkt dat vooral 's nachts de veilige hechtingsrelaties worden gemaakt”, zegt Vos.

Alle baby's huilen, sommigen meer dan anderen en ouders kunnen er wanhopig van worden en zich zorgen gaan maken. Maar van een huilbaby is pas sprake als het, in de leeftijd van drie weken tot drie maanden, gedurende een week drie uur per dag huilt. Zo'n 10 procent van de baby's van die leeftijd doet dat. Ze huilen extreem lang, zijn moeilijk te troosten, hebben een onregelmatig eet- en slaapritme. Ze zijn actief, beweeglijk, snel afgeleid, schrikachtig en snel uit hun doen, aldus Vos.

Ouders halen van alles uit de kast om de huilbaby te troosten, maar juist doordat steeds weer een nieuwe oplossing wordt gezocht wordt het activiteitenniveau van de toch al prikkelbare baby verhoogd. Ouders raken ontmoedigd, omdat ze er maar niet achter komen wat hun kind eigenlijk wil. Op consultatiebureaus wordt in zulke gevallen geadviseerd de 'troostkoffer' te lenen bij instellingen voor Spel- en opvoedingsvoorlichting. Met daarin attributen als een schapenvacht, babymuziek en informatie en tips voor ouders.

Ouders die veel steun ondervinden van hun omgeving en zelf kunnen regelen dat de zorg voor de baby af en toe wordt overgenomen, komen zelfstandig door een huilperiode van hun baby heen. Na vier maanden neemt het huilen meestal af. Maar daar waar geen andere hulp voorhanden is, kan een noodsituatie ontstaan en belanden huilbaby's nogal eens in een ziekenhuis.

Vos is verheugd dat bij verschillende medisch kleuterdagverblijven wordt gewerkt aan speciale babydagbehandelingen. “Het mooiste zou zijn als er een goede samenwerking zou zijn tussen ziekenhuizen en dagverblijven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden