Huidig ontslagrecht dient de rijken

Juist linkse politici zou veel gelegen moeten zijn aan modernisering van het ontslagrecht.

Femke Halsema

Bijna elke week houdt de Tweede Kamer wel een debatje over het Plan-Donner. Het is een rituele exercitie geworden, vooral voor de SP, die de PvdA wil betrappen op een ’draai’, en moord en brand wil schreeuwen over het ’werknemersverraad’.

Ondertussen ligt het arbeidsmarktoverleg tussen regering, werknemers en werkgevers stil. De aanleiding van alle gekrakeel verschuift naar de achtergrond. Verandering van het ontslagrecht was oorspronkelijk namelijk een middel om werkgevers te forceren werkgelegenheid te scheppen voor de 200.000 langdurig werklozen. Die werkgevers leunen nu lui achterover, terwijl de politiek voort moddert.

Minister Donner heeft een brevet van onvermogen afgegeven door deze discussie zo lang te laten doorzieken. Hij heeft met zijn ontslagplan eenzijdig de werkgeversbelangen willen bedienen. Maar het valt ook de PvdA kwalijk te nemen dat zij zich angstig laat tiranniseren door het ontslag-taboe van de SP.

Er zijn juist goede, linkse argumenten te geven voor modernisering van ons ontslagstelsel. Wie elke verandering in het ontslagrecht boycot, vindt het blijkbaar prima dat een thuiszorgdirecteur er met één miljoen aan ontslagvergoeding vandoor gaat. Juist linkse politici zou veel gelegen moeten zijn aan modernisering van het ontslagrecht.

Verandering van ontslag is niet doorslaggevend voor vermindering van de werkloosheid of voor versterking van de economische concurrentiepositie van Nederland. Veel belangrijker is dat het huidige stelsel van ontslagprocedures kwetsbare werknemers benadeelt ten opzichte van hen die goed zijn opgeleid en alle kansen hebben. De langste procedures via de kantonrechter worden vooral benut door de werknemers aan de (sub)-top. Het overgrote deel van de 2 miljard die werkgevers jaarlijks spenderen aan ontslagvergoedingen komt bij hen terecht, niet bij gewone werknemers met een minimum- of modaal inkomen.

Voor kwetsbare werknemers zoals gedeeltelijk arbeidsongeschikten of laagopgeleide ouderen, kan de werkgever zonder veel moeite een ontslagvergunning krijgen bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Daarbij komt nog de grote en groeiende groep flexwerkers –onder wie veel laag opgeleide jongeren– die geen enkele bescherming tegen ontslag kent. Van alle OESO-landen kent Nederland, na het Verenigd Koninkrijk, de grootste tweedeling tussen vaste en flexibele werknemers.

Modernisering van de ontslagprocedures kan een einde maken aan de ongelijke behandeling van kansrijke en kansarme, vaste en flex-werknemers. Het nieuwe ontslagrecht dient alle werknemers te beschermen tegen onredelijk ontslag, en hun positie op de arbeidsmarktpositie te verbeteren.

De huidige ontslagprocedures maken passief. In afwachting van een ontslagvergoeding is de werknemer gedwongen om stil te zitten, of de ontslagprocedure zo lang mogelijk te rekken. Daarbij komt dat werkgevers het geld voor scholing (en daarmee voor versterking van de arbeidsmarktpositie) vrijwel uitsluitend reserveren voor jonge en hoogopgeleide werknemers.

Het wordt hoog tijd dat de PvdA komt met een links ’plan-Bos’ voor modern ontslagrecht. Daarmee voorkomt de PvdA ook dat zij verzandt in een schimmig coalitiecompromis, waarbij de laatste linkse kabinetsmaatregelen (het eigen-villaforfait en beperking van de aftrek van pensioenpremies) moeten worden ingeruild voor een ontslagplan waar niemand gelukkig van wordt.

Een ’Plan-Bos voor rechtvaardig ontslag’ laat zich bovendien betrekkelijk eenvoudig schetsen. Om te beginnen: de 2 miljard die werkgevers jaarlijks besteden aan ontslagvergoedingen kunnen worden ingezet voor financiering van wettelijke scholingsrechten. Als een werkgever die scholingsrechten niet (volledig) heeft besteed bij het einde van een dienstverband, dan neemt de vertrekkende werknemer ze mee. Ook flexwerkers hebben hier recht op.

Verder worden werkgevers verplicht om scholing, bemiddeling en outplacement te regelen. Werknemers moeten er wel aan meewerken. Een werkgevers die hier niet aan voldoet, kan iemand niet ontslaan.

In een ’Plan-Bos’ voor een modern ontslagrecht is de ontslagprocedure voor elke werknemer hetzelfde, met een vaste opzegtermijn van 2 maanden, een verplichte hoorzitting van werkgever en werknemer en met vaste normen voor een ontslagvergoeding nieuwe stijl. Als het nodig is dan kan de gang naar de rechter – ook in hoger beroep - worden gemaakt en ontslag via het CWI vervalt. Minstens zo belangrijk is dat ontslagvergoedingen in de publieke sector beperkt worden tot een maximum van 90.000 euro. Tot slot is het cruciaal dat de flexwet wordt beperkt tot 2 tijdelijke contracten met een maximum van in totaal 2 jaar.

Zo’n plan zal werkgevers geruststellen: de ontslagprocedures worden inderdaad vereenvoudigd. Anders dan in het ’Plan-Donner’ leidt een ’Plan-Bos’ op termijn echter ook tot beter geschoolde werknemers. Het is een rechtvaardige verandering. Want het huidige ontslagstelsel geeft de meeste privileges aan de (kans)rijkste werknemers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden