Hugo de Jonge, het oliemannetje van de zorg

Minister Hugo de Jonge van volksgezondheid, welzijn en sport tijdens het NK scootmobiel op het c ircuit van Zandvoort. Beeld ANP/Koen van Weel

Met onvermoeibare peptalk en 2,1 miljard euro in de achterzak trekt minister Hugo de Jonge door het land. Betere ouderenzorg is ‘de grootste opdracht voor het kabinet’, zegt hij keer op keer. De CDA-minister bemoeit zich met van alles, ver van het Binnenhof. En hij brengt rust.

‘Er is er één jarig, hoera, hoera!’ Eén Kamerlid is begonnen, als grap, maar al snel zingen alle aanwezige politici mee als minister Hugo de Jonge de commissiezaal van de Tweede Kamer binnenkomt, eind september. Tot op de gangen is het gezang te horen. Op zijn verjaardag wordt hij voor één keer afgetroefd. Even weet hij niet wat te zeggen.

Normaal gesproken geldt: waar Hugo de Jonge binnenkomt, in de Tweede Kamer of elders in het land, altijd heeft hij zelf als eerste een gevatte opmerking paraat. Zoals hij vroeger op de lagere school de kleuterklas binnenstapte en zei ‘Hallo allemaal, kinderen!’, zo beheerst hij nu als minister van volksgezondheid de kunst van de politieke entree. Zijn persoonlijkheid snelt zijn boodschap vooruit, als de CDA-minister van volksgezondheid ergens binnenkomt. Het is zijn kracht en achilleshiel tegelijk.

Wethouder

Die middag in september wil de Tweede Kamer met hem praten over de thuiszorg. Het is een van de vele debatten over de zorg, dit jaar. Halverwege vergist een van de Kamerleden zich. “Geachte wethouder…. eh, ik bedoel… minister.”

Die verspreking is geen toeval. Hugo de Jonge is de politicus van de ‘Rotterdamse Aanpak’, een werkwijze die dateert uit zijn jaren als wethouder in Rotterdam. Op praktische wijze wil hij de zorg verbeteren. Het houdt in: liever geen nieuwe wetten, maar ter plekke problemen oplossen. Bij voorkeur is de CDA-minister op werkbezoek in het land. “Wetten geven geen zorg, mensen doen dat”, is zijn mantra. Zijn belofte voor de ouderenzorg: het is pas beter “als oma het kan merken”.

Die aanpak levert hem veel publiciteit op. In de Tweede Kamer rijst alleen de vraag: wat als die missie niet lukt? Neem alleen al de 2,1 miljard extra voor de verpleeghuizen die de minister mag uitgeven. Hoe gaat hij zorgen dat het personeel wordt gevonden? En wat als het niet lukt?

Ruim een jaar is Hugo de Jonge (41) nu minister. Een jaar dat begon met een vliegende start, waarin hij elke maand wel aanschoof bij de talkshow van ‘Jinek’ of ‘Pauw’. Zijn felgekleurde schoenen waren het gesprek van de dag. Zijn optredens als vice-premier namens het CDA, zijn andere functie, trekken aandacht. Binnen zijn partij geldt De Jonge als de kroonprins. Maar wat deed Hugo de Jonge nu echt? Trouw volgde hem negen maanden, vooral op werkbezoek in het land, ver buiten het Binnenhof en het zicht van de tv-camera’s. Wat bereikt hij daar voor de zorg? Is de ‘Rotterdamse aanpak’ wel zo zaligmakend?

Eén ding valt gaandeweg op. De rust is terug in de ouderenzorg. Achter de schermen is Hugo de Jonge het oliemannetje.

***

“Zo’n muziekje wil ik voortaan ook in de Tweede Kamer”, grapt Hugo de Jonge half maart als hij als een popster het podium opkomt in een zorgcentrum in de Haagse wijk Loosduinen. Snoeiharde muziek klinkt uit de geluidsinstallatie. Hier, en niet in de Tweede Kamer, presenteert hij zijn plannen om de personeelstekorten in de zorg op te lossen. Het is zijn eerste actieprogramma van het jaar.

In de zaal hangt scepsis. Personeel zit met de armen over elkaar geslagen te kijken naar de minister met zijn peptalk. Er zijn vele ontslagen gevallen toen het vorige kabinet zwaar bezuinigde op de ouderenzorg. En nu bestookt de minister hen met een blijde boodschap: “We moeten af van dat tobberige, zodat mensen niet meer bezorgd kijken als je zegt dat je in de zorg werkt”, zegt De Jonge. Hij kijkt de zaal in. Hij wacht.

Bij zulke optredens trekt De Jonge alles uit de kast. Heldere zinnen, oogcontact, interactie met de zaal. Als oud-leerkracht weet hij hoe je een verhaal vertelt. Voor de verpleegkundigen heeft hij een cadeautje meegenomen, een reclamespot over de zorg, in hetzelfde zorgcentrum opgenomen. Het filmpje gaat helemaal over liefde voor het vak en vakmanschap in de zorg.

Positiever

“Wow”, zegt de zaal. Het wordt opeens heel stil. Zelfs op de achterste rij, waar verzorgenden zitten die zichzelf ‘criticaster’ noemen. Hij heeft een snaar geraakt.

Het is die positieve boodschap die de minister, waar hij ook gaat, steeds maar herhaalt, letterlijk steeds dezelfde tekst, het hele jaar door: er gebeurt zoveel moois in de zorg. “We moeten af van dat tobberige.” Al in Loosduinen wordt die middag duidelijk: de CDA’er wil de ‘hearts and minds’ van de zorg veroveren. Het imago van de zorg moet weer positiever worden.

Dat is een politieke missie. Hij vindt: het is de enige manier om het keerpunt te brengen.

Minister Hugo de Jonge bij de lancering van het programma Langer Thuis. Beeld ANP

Kritiek is nooit ver weg. De eerste actieprogramma’s zijn erg vaag, vindt bijvoorbeeld ZorgthuisNL, een kritische spreekbuis van honderdvijftig thuiszorgaanbieders. ZorgthuisNL voelt grote druk om mee te doen. Niet tekenen levert ‘alleen maar meer ellende’ op, na zoveel jaren van negatieve publiciteit over de ouderenzorg.

“We gaan wel mee in de show. Eerst tekenen en daarna zien we wel hoe we het van binnenuit op het goede spoor krijgen”, zegt bestuurder Hans Buijng in NRC Handelsblad. Dit is niet het moment voor discussies. Er is eindelijk weer geld voor de zorg, er zit een nieuwe minister. De minister krijgt een kans.

Zo heeft De Jonge met zijn eeuwige opgewektheid alvast de eerste stap afgedwongen. De hele ouderenzorg doet mee aan zijn plannen. Er wordt weer samengewerkt.

***

Met een broodje gezond in de hand monstert de minister zijn topambtenaren, aan het eind van de zomer. Hij kijkt de tafel rond in zijn werkkamer, dezelfde tafel waar op maandagochtend ook altijd de top van Rutte-III vergadert, met de premier, de vice-premiers en de fractieleiders. Door de felgekleurde schilderijen aan de muur hangt er een dynamische sfeer. Knalgroen en fluorescerend oranje zijn ze, en gemaakt door de broer van De Jonge, die kunstschilder is.

Ook de minister maakt zich zorgen. “Sommige verpleeghuizen komen opstandig naar de kerk”, stelt hij vast, tijdens een ambtelijk topoverleg. De verpleeghuizen zijn zo ‘gebasht’ in voorgaande jaren dat ze weinig vertrouwen meer hebben in zijn plannen. Hoe zorgt hij dat ze desondanks enthousiast gaan meewerken? “Houd ze heel dicht bij je”, is zijn opdracht aan de ambtenaren. Zelf gaat hij ook flink investeren in de relatie met de zorgbestuurders.

In de media draagt De Jonge die zomer de bijnaam Mister Actieplan. Twaalf van zulke plannen heeft hij uitgerold. Ze dragen opgewekte namen als ‘Een tegen Eenzaamheid’, ‘Thuis in het Verpleeghuis’, ‘Langer Thuis’ en ‘Werken in de Zorg’. Er staan afspraken in tussen de zorgaanbieders, gemeenten, verzekeraars om op allerlei praktische manieren de ouderenzorg te verbeteren. Op het ministerie van VWS heerst opgewonden activiteit. VWS zit weer aan het stuur, klinkt het daar.

Zak met geld

“Jij hebt zeker jouw actieprogramma op het nachtkastje liggen?”, grapt De Jonge tegen één van de ambtenaren.

De missie van de CDA-politicus: de verpleeghuizen moeten anders gaan werken. De patiënt voorop zetten, en kwalitatief betere zorg leveren. De Jonge mag daartoe tot 2,1 miljard euro extra per jaar uitgeven, zo is al onder het vorige kabinet besloten. Een enorm bedrag.

Alleen, dat geld gaat hij niet zomaar geven.

“Als ze met een goed plan komen, ja, dan kunnen ze geld krijgen”, vat hij aan de vergadertafel nog eens samen. De verpleeghuizen moeten van tevoren verantwoorden waar het geld naartoe gaat. En nog belangrijker: ze moeten 85 procent van het geld besteden aan extra personeel. Zo heeft de minister aan de ene kant die enorme zak met geld, maar stuurt hij toch méér op de uitgaven dan eerst.

Topbestuurders

De Jonge heeft de verpleeghuizen flink aan het werk gezet. De 560 besturen in het land moeten voor al hun 2300 locaties een ‘verbeterplan’ maken. Pas dan krijgen ze extra geld. “Het is wel de bedoeling dat ze voelen dat ik grip wil hebben op wat er met het geld gebeurt”, zegt de minister.

De verpleeghuizen ervaren het als regelrechte betutteling. Er wordt door de verpleeghuizen ook geklaagd dat de minister niet alleen praat met de topbestuurders zelf, maar ook met de subtop. En dat hij ter plekke wil kijken en met de werkvloer praten. Waar bemoeit hij zich mee?

Het heeft alle ingrediënten voor een enorm conflict.

Samen met koning Willem-Alexander tijdens een werkbezoek aan het Sint Elisabeth Verpleeg- en Gasthuis (EVG) in Amersfoort. Beeld ANP

“Waar is de minister?!” Op een zomerdag, in diezelfde maand augustus, is chauffeur Tim met zijn dienstauto de minister kwijt. Hugo de Jonge had het zelf al gezegd bij het begin van zijn ministerschap: “Ik ga soms te snel”. Dit keer letterlijk: met een paar jonge wijkverpleegkundigen is hij weggestoven naar een cliënt. De minister heeft een knalgroene bodywarmer van thuiszorgorganisatie Aafje uit Dordrecht aangetrokken en is zelf achter het stuur gekropen van een thuiszorg-Toyotaatje. De dienst-Audi zou narijden maar is het spoor kwijt.

Werkbezoeken zijn Hugo de Jonges lust en leven. Hij legt er in een jaar wel honderdvijftig af, het liefst met reisschema’s kriskras langs alle uithoeken van het land. Het reisdoel is steeds: de werkvloer. Alles wordt wekelijks vastgelegd in snel gemonteerde, professionele filmpjes, zijn eigen ‘terugblikvlog’ op YouTube, Facebook en Twitter. “Leuk dat je kijkt”, meldt hij elke week. Soms lijkt het of de minister zijn boodschap dat hij wil dat ‘de zorg verbetert’ bij elke instelling en elke individuele verzorgende en verpleegkundige persoonlijk wil bezorgen.

Terwijl losvliegende parkieten hem onderpoepen, kan De Jonge thuis bij een cliënt met eigen ogen zien wat de verpleegkundige hem al vertelde: dat langer thuiswonen voor ouderen zeer complexe situaties oplevert. Overal staan lege drankflessen. Hij wordt niet herkend.

Trek aan de bel

“Sla met de vuist op tafel”, adviseert de minister, terug op het kantoor. Hij heeft zijn jasje uitgetrokken en zit in hemdsmouwen aan tafel, omringd door zorgpersoneel en managers. Zij hebben hem geconfronteerd met hun frustraties over bureaucratie in de zorg. De Jonge leunt naar voren: het personeel mag vaker zelf een streep trekken. “Als je ergens tegenaan loopt, trek aan de bel! Accepteer het niet! Elke organisatie heeft een eindbaas. Desnoods bel je die!”

Ook dat is één van zijn vaste strijdpunten. “Los het op of schaal het op”, is de oneliner die hij overal in het land verkondigt. De CDA-minister vindt dat veel problemen in de zorg komen door slechte samenwerking. De overheid (lees: de minister) is niet degene die dan maar alle problemen moet oplossen.

Het zijn klassieke CDA-concepten die doorklinken: de samenleving is zelf verantwoordelijk. De mensen moeten het samen doen.

“Neem je verantwoordelijkheid, je hebt een taak, doe mee”, vat hij dat samen, later in het jaar, in een lezing bij het CDA over de uitdagingen voor de christen-democratie. “Maak iets van je leven en beteken iets voor de mensen om je heen.” In die lezing geeft hij zijn ideologische visitekaartje af. Zijn eerste punt: “Het CDA moet de zorgen van mensen als haar opdracht zien.”

Protestantse humor

“Weet jij nog een Bijbeltekst?” Met zijn laatste broodje gezond in de hand voor de lunch, kijkt de minister naar zijn topambtenaar Kees van der Burg, die verantwoordelijk is voor de langdurige zorg. Net als vorig jaar wil Hugo de Jonge klaar zijn voor het grote begrotingsdebat over de zorg na in de Tweede Kamer, na Prinsjesdag.

Daarbij hoort ook een vaste knipoog voor in het debatje met SGP-leider Kees van der Staaij. Typisch protestantse humor, die aan de minister wel is besteed. De Jonge groeide op als zoon van een hervormd predikant. Gelovig is hij nog steeds. Met zijn vrouw Mireille en twee kinderen is hij op zondag vaak in de PKN-kerk te vinden in Rotterdam-Charlois, waar het gezin woont in de multiculturele wijk Katendrecht.

Op de werkkamer op het ministerie van volksgezondheid wordt die middag stevig vergaderd. De politiek assistent van De Jonge maakt zich zorgen: de vacatures in de zorg zijn zo moeilijk te vervullen dat de hele ambitie om de verpleeghuizen beter te maken, kan mislukken.

De Jonge wil ‘grip’. Cijfers. Hoeveel personeel is er bijgekomen, hoe meet je dat? “Ik kan in de Tweede Kamer geen halleluja-verhalen houden”, waarschuwt hij zijn staf. De kunst is, zo vat hij samen, om “eerlijk te blijven, maar ook monter”.

Tv-optredens

De kunst is ook, om zelf zijn boodschap goed naar buiten te brengen. Daar zit het in het najaar even niet mee. Eerst heeft De Jonge zelf het nieuws gehaald, doordat hij als vice-premier niet weet wat het Marrakesh-pact is, als daar voor het eerst vragen over komen. “Help me even”, probeert hij nog monter tegen de journalisten in perscentrum Nieuwspoort, als hij premier Rutte moet vervangen bij de wekelijkse persconferentie. Zo politiek behendig als De Jonge in de Tweede Kamer inmiddels is over de zorg, zo staat hij in deze andere rol even te schutteren.

Een van zijn belangrijkste tv-optredens in het najaar als zorgminister zit evenmin mee, zij het hier door pure pech. Hij komt bij ‘Nieuwsuur’ vertellen over een spetterende imagocampagne voor meer personeel in de zorg, die net die week is afgetrapt. Dat had een feestelijk moment kunnen zijn, waarop de minister weer zijn verhaal had kunnen vertellen over het mooie werk in de zorg. Maar net de week ervoor zijn twee ziekenhuizen failliet gegaan. Nieuwsuur noemt hem ‘de minister die 125.000 mensen naar de zorg mag sprokkelen’.

Het klinkt als een hopeloze missie.

***

Goed nieuws is er ook: met de verpleeg­huizen zelf gaat het ondertussen steeds beter. Dat is te zien op het werkbezoek van koning Willem-Alexander en de minister, bij een verpleeghuis dat zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Sint Elisabeth in Amersfoort was het één na slechtste van het land, maar is nu een swingende plek met tevreden bewoners, volgens hun familie, en blij personeel.

Zo juichend als ze samen op de foto staan, de minister, de koning en het voltallige personeel, zo voorzichtig blijft de toonzetting. Dat het beter gaat met veel verpleeghuizen, is een boodschap die De Jonge nog niet te nadrukkelijk wil uitventen. “Er moet nog heel veel gebeuren”, voegt hij er steeds snel aan toe. Elke politicus weet: succes moet je nóoit voorbarig claimen.

Hij is daarbij in diezelfde maanden nog verwikkeld in een hoogoplopend geschil met de verpleeghuiskoepel Actiz. Pas in december zal dat tot een oplossing komen. De verpleeghuizen vinden de minister veel te streng over het extra geld voor 2019. In hun ‘kwaliteitsplannen’ moet 85 procent van het geld naar extra personeel. Onhaalbaar, vinden de verpleeghuizen, die meer armslag willen hoe ze het geld mogen besteden. De Jonge weigert toe te geven. “Discussie gesloten”, zegt hij, ergens in het najaar.

Pacificering

Dat is misschien nog wel het meest opmerkelijke van dit eerste jaar: dat zo’n conflict wordt opgelost zonder rumoer en gedoe. De verpleeghuizen accepteren de voorwaarden. Ze zoeken geen publiciteit met hun noden. De pacificering die De Jonge zocht, lijkt gelukt.

De rust is terug. In de Tweede Kamer vindt in heel 2018 niet één spoeddebat plaats over verpleeghuizen. Er zijn geen acute misstanden, zoals de jaren ervoor. Ook de actievoerders van het ‘Manifest Scherp op Ouderenzorg’, schrijver Hugo Borst en ex-mantelzorger Carin Gaemers, beginnen het vertrouwen terug te krijgen, heel voorzichtig. Ze volgen nauwlettend wat de minister doet.

Minister Hugo de Jonge rijdt ouderen rond in een taxibusje. Beeld Phil Nijhuis

Met zijn actieplan onder de arm stapt Hugo de Jonge in oktober de Tweede Kamer binnen voor een debat over de personeelstekorten in de zorg. Zeven uur staat hij in de Kamer, samen met de twee andere bewindslieden van zorg.

De Tweede Kamer moppert. “Erg concreet is het niet wat er ligt”, verwoordt VVD-Kamerlid Leendert de Lange de teneur in het parlement. “Waar kunnen we hem straks op afrekenen?” De PvdA-fractie vergelijkt minister Hugo de Jonge met een schaatser ‘die een wereldrecord belooft, maar pas voor de vólgende kabinetsperiode’. Vrijwel unaniem vinden de fracties de arbeidsmarktplannen te vaag. Zij betwijfelen of het zo wel gaat lukken de honderdduizend tot honderdvijfentwintigduizend extra mensen te vinden die nodig zijn in de zorg, de komende jaren.

“Duizelingwekkende getallen”, noemt de minister het zelf ook, meebewegend met de kritiek.

Waardering

Die brede twijfel in de Kamer legt de vinger op een gevoelige plek. Een actieplan als dit staat vol met concrete doelen, waarbij de minister volgens zijn ‘Rotterdamse aanpak’ alle betrokken organisaties in het land om tafel heeft gezet en afspraken met hen heeft gemaakt. Maar dwingen kan hij niemand. De Jonge weet zelf ook nog niet of zij hun beloftes kunnen waarmaken.

“Dit is de grootste opdracht voor het kabinet in de komende jaren. En ook voor de Tweede Kamer”, probeert Hugo de Jonge nog maar eens de gezamenlijke verantwoordelijkheid te belichten. Hij onderstreept elk woord, zoals gebruikelijk, met een nadrukkelijk handgebaar. “Er gaat letterlijk geen dag voorbij dat dit vraagstuk niet in onze agenda staat.” Daar kunnen de Kamerleden alleen maar instemmend bij knikken.

Bij de oppositie klinkt kritiek op de minister, maar ook waardering, blijkt bij een nadere rondvraag onder Kamerleden. “Hij sleurt er goed aan”, zegt PvdA-Kamerlid John Kerstens. “Maar de verantwoordelijkheid legt hij vaak handig elders”. PVV-Kamerlid Fleur Agema vindt dat De Jonge “een PR-show maakt van de ouderenzorg”, maar hij is “in goede vorm” in debatten. De SP is dubbel: “Hij straalt echte betrokkenheid uit”, zegt SP-Kamerlid Maarten Hijink. “Maar hij zet dat niet om in daden, zoals hogere lonen voor verpleegkundigen.”

***

Eén keer laat Hugo de Jonge in zijn eerste jaar zijn beroemde, kleurige schoenen thuis. Op de avond voor Kerst legt hij zijn laatste werkbezoek af van het jaar. Hij stapt weer in een autootje, zonder pak, zonder stropdas. Met een jonge wijkverpleegkundige rijdt hij door donker Rotterdam langs cliënten die hun zorg voor de avond nodig hebben. Onderweg spreken ze over haar werk, en hoe de zorg beter kan. De rest van Nederland is al aan het eerste kerstdiner begonnen.

Na afloop stuurt een kritische actiegroep ‘Zorg in Actie’ (30.000 leden) hem een bericht via Twitter. “Complimenten dat je juist op zo’n avond als vanavond meeloopt. Dat zal breed gewaardeerd worden. Ook door ons (smiley).”

Op de valreep heeft Hugo de Jonge nog even een snaar geraakt. In januari volgden nieuwe bezoeken aan de werkvloer, ook tijdens nachtdiensten. Er staan alweer zeventig nieuwe werkbezoeken gepland.

Verantwoording

Voor dit artikel is minister Hugo de Jonge sinds maart 2018 gevolgd. De citaten uit de tekst zijn afkomstig uit Kamerdebatten, werkbezoeken, vlogs van de minister, lezingen en gesprekken die Trouw voerde met Kamerleden. Ook kreeg Trouw toestemming om enkele besloten vergaderingen bij te wonen van de minister en zijn ambtelijke top, waarin zij een Kamerdebat voorbereidden of de voortgang bespraken van plannen die eerder in de Tweede Kamer zijn aangenomen.

Hugo de Jonge in het kort

2017 minister van volksgezondheid
2016 schrijft mee aan het verkiezingsprogramma van het CDA
2014 wethouder Rotterdam voor onderwijs, jeugd en zorg
2010 wethouder voor onderwijs en jeugd.
2008 politiek assistent premier Balkenende
2006 politiek assistent minister van onderwijs Van der Hoeven en staatssecretaris Van Bijsterveldt
1999 leraar, later directeur van een basisschool in een achterstandswijk in Rotterdam.

Lees ook:

Er blijft geen mantelzorger meer over

Ouderen kunnen in de toekomst minder een beroep doen op vrienden en familieleden. Er komen steeds minder mantelzorgers, terwijl ook de professionele zorg ouderen weinig hulp kan bieden. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden