Hugh Hefner (1926 - 2017) bouwde zijn Playboy op uitbuiting en bevrijding

Hugh Hefner, oprichter van Playboy magazine, is op 91-jarige leeftijd overleden Beeld AP

Altijd stond er een ondeugende grijns op het gezicht van Hugh Hefner. Geef hem eens ongelijk. Tot op hoge leeftijd je dagen slijten in een kasteel, op slippers rondstiefelen langs je natuurstenen zwembad, omringd door jonge, veelal blonde, rondborstige vrouwen: welke, (toegegeven, heteroseksuele) man, wil dat nu niet? 

Mannen wilden hem zijn, vrouwen wilden bij hem zijn: het is ongetwijfeld politiek zeer incorrect om te zeggen, maar als op íemand deze woorden van toepassing waren, dan was dat wel Hugh Hefner.

Ongetwijfeld dat veel feministen hun neus voor hem ophalen, en zeer terecht. Heel 21ste eeuws verantwoord is het beeld overduidelijk niet, dat van de oude witte man omgeven door gewillige vrouwen. Tegenover de door hem geclaimde seksuele bevrijding van de vrouw is vrij makkelijk de exploitatie van het vrouwelijk lichaam te plaatsen, waarop Hefner zijn imperium van hedonisme bouwde.

Maar het blijft onmiskenbaar dat Hefner zijn stempel heeft gedrukt op de vorige eeuw. Hij, zijn blad, dat merk, het uit duizenden herkenbare konijnenlogo zijn gedurende de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw doorgedrongen in onze westerse populaire cultuur. En, ook niet onbelangrijk, met zijn blad en alles waar hij voor stond droeg hij in niet geringe mate bij aan de seksuele revolutie en de omverwerping van de puriteinse mores. Zij het op zijn geheel eigen manier.

Woensdag overleed de oprichter van blootblad Playboy. Hij stierf een natuurlijke dood, waarmee op 91-jarige leeftijd een einde kwam aan het roerige leven van een fenomeen.

Het instituut huwelijk

Hugh Marston Hefner werd op 9 april 1926 geboren in Chicago, als kind van strenggelovig docentenechtpaar. Gedurende de Tweede Wereldoorlog schreef hij tijdens zijn diensttijd voor de legerkrant, in 1949 behaalde hij een bachelor psychologie aan de Universiteit van Illinois. 

Hij trouwde in 1949 met zijn vrouw, college sweetheart Mildred, die hem opbiechtte vreemd te zijn gegaan terwijl Hefner in het leger zat. Uit schuldgevoel stond ze hem zijn affaires toe tijdens hun tienjarige huwelijk, wat Hefners visie op het instituut huwelijk zou beïnvloeden, zei hij later.

Hefner schreef in die tijd voor Esquire, maar nam ontslag toen hem een salarisverhoging werd geweigerd. Met geleend geld van zijn moeder, een hypotheek op zijn inboedel, en geld van investeerders begon hij in 1953 met het blad Playboy, om zijn visie te verwezenlijken.

Naakt met klasse

Die visie was een blootblad, jazeker, maar dan wel eentje met kwalitatief bloot. Geen simplistische tietenplaatjes, maar hoogwaardig, soft-erotisch naakt in moderne stijl, voor de moderne man. En hoewel het een minderheid zal zijn die het blad daadwerkelijk voor de goede artikelen kocht, begreep Hefner dat wanneer hij wilde dat zijn blad een succes zou worden, het zich moest onderscheiden van andere erotische bladen. Het merk Playboy moest zich een zeker klasse, een zekere stijl aanmeten. Naakt is niet altijd maar zo maar naakt.

Dus werd naakt gekoppeld aan literaire kwaliteit en spraakmakende interviews. Een recept dat tot op de dag van vandaag niet wezenlijk is veranderd. Met schrijvers Norman Mailer, Tom Wolfe, John Updike, Ian Fleming, Kurt Vonnegut en Margaret Atwood penden niet de minsten de kolommen van het blootblad vol. 

Beroemd is het interview met toenmalige presidentskandidaat Jimmy Carter in 1976, waarin hij bekende wel eens vreemd te zijn gegaan. Ook befaamd is het postuum gepubliceerde dubbelinterview met John Lennon en Yoko Ono in het januarinummer van 1981, net nadat Lennon was vermoord.

Playboy werd direct een succes, vanaf dat eerste nummer in december 1953, met Marilyn Monroe op de cover. Bij het tweede nummer was het konijnenlogo te zien, dat zou uitgroeien tot één van de meest herkenbare beeldmerken ter wereld. Het konijn was sexy, speels, knuffelbaar, precies zoals de maandelijkse playmates: deze naaktmodellen op de uitvouwbare middenpagina waren ook nooit onbereikbare pornosterren. 

Zelf zag Hefner het niet als een seksblad, maar een lifestyle-blad, met seks als belangrijk component. Vandaar dat hij de wapenwedloop met Hustler en Penthouse om steeds grafischer porno af te drukken grotendeels links liet liggen. Playboy behoorde niet tot die categorie, meende hij.

Daarmee raakte Playboy een snaar, in het snel veranderende Verenigde Staten, aan de vooravond van de seksuele en culturele revolutie. In 1960 doorbrak de oplage een miljoen exemplaren, midden jaren zeventig was het blad op zijn hoogtepunt met zeven miljoen exemplaren.

Imago

Hefner bouwde zijn merk langzaam uit. Onder andere naar Playboy Clubs, een keten nachtclubs, waar in pikant satijn geklede vrouwen, met konijnenstaartje en dito oortjes voor de bediening zorgden. In 1963 ging journaliste Gloria Steinem in één van die clubs undercover, voor haar beroemd geworden artikel ‘A Bunny’s Tale’. Ze ontkrachtte de mythe van Hefner als emancipator, en schetste een beeld van de herenclubs waarin al het personeel een soa-test moest ondergaan en kwetsbare vrouwen wel degelijk werden uitgebuit.

Ondertussen cultiveerde Hefner steeds meer zijn imago als vleesgeworden natte jongensdroom. Hefner leefde zijn eigen merk, in zijn imposante Playboy Mansion tussen de heuvels van Los Angeles. Hij kocht het landgoed met de 29-kamers tellende villa in Victoriaans-gothische stijl in 1971. De villa had onder andere een speelhal, en kleine dierentuin en een wijnkelder met geheime deur, aangezien het pand was gebouwd ten tijde van de drooglegging. 

Maar het meest iconische onderdeel was dat ondergrondse zwembad met die waterval, de grot waarin Hefner zijn nachtenlange glamourfeestjes vierde met door hem aanbeden beroemdheden, en natuurlijk talloze wulpse fotomodellen. Hefner pochte in die tijd dat hij zeker met elf van de twaalf jaarlijkse playmates de lakens deelde – in een bed dat kon ronddraaien, overigens.

Hefner botste vaak genoeg met publieke opinie, goede smaak, feministen en bewakers van traditionele zedelijkheid, maar slechts eenmaal met justitie. Hefner werd in juni 1963 gearresteerd, wegens ‘het publiceren verspreiden van obsceniteit’ na een fotoserie van actrice Jayne Mansfield, die al vaker in het blad had geposeerd. De zaak werd verworpen nadat de jury het niet eens kon worden. Het sterkte Hefner alleen maar in zijn verzet tegen dergelijke ouderwetse regelgeving. De overheid had volgens hem niks te zoeken in de slaapkamers.  

Gemeengoed

Zijn houding ten opzichte van seksuele vrijheid, abortusrechten en recreatief drugsgebruik is inmiddels gemeengoed geworden, maar tot op late leeftijd zag hij dat er nog altijd vrijheden te winnen zijn. Zo schreef hij vijf jaar terug nog een vurig betoog voor het homohuwelijk. “Zonder het homohuwelijk rollen we de seksuele revolutie weer op”, schreef Hefner, voor wie homorechten altijd al samenvielen met basale burgerrechten. 

Geloofsargumenten vormden ‘discriminatie vermomd als geloofsvrijheid’, door mensen 'wiens doel het is ieders seksualiteit te ontmenselijken'. Kern van zijn betoog was nog altijd zijn overtuiging van waaruit hij in de jaren vijftig Playboy was begonnen: seks bestaat niet louter om voor de voortplanting van de mens te zorgen. 

In de jaren tachtig – na een beroerte – ging Hefner het rustiger aan doen. Zijn dochter Christie staat al sinds 1982 aan het hoofd van zijn bedrijf. Wel bleef Hefner tot zijn dood hoofdredacteur van de Amerikaanse editie van Playboy, hoewel hij eerder dit jaar de creatieve leiding overdroeg aan zijn zoon. In 2015 was het groot nieuws dat de Amerikaanse editie geen naakt meer zou afdrukken – in de hoop dalende oplagecijfers te keren, waarmee het blad eigenlijk al kampt sinds de komst van het internet. Die beslissing werd dit jaar teruggedraaid, Hefner zei blij te zijn weer terug te zijn bij de eigen idealen.

Enkele jaren terug vertelde hij in een interview dat hij nog altijd brieven ontving van vrouwen die langs wilden komen in zijn Playboy Mansion. Hij bekeek dan eens de foto, en nodigde ze soms uit. Kwamen die vrouwen niet simpelweg af op zijn geld en macht, vroeg een verslaggever. Hefner: waar anders wordt iemand door aangetrokken?

Hefner zal worden begraven op de Westwood Begraafplaats in Los Angeles, waar hij in 1992 het graf kocht naast dat van Marilyn Monroe – zijn eerste covergirl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden