Column

Houd het dedain buiten de deur

Hans GoslingaBeeld Foto: Jörgen Caris

Nog bondiger dan Churchill drukte de Franse staatsman Clemenceau, premier tijdens de Eerste Wereldoorlog, zijn kijk op de democratie uit. Toen iemand hem een keer alle bezwaren tegen deze staatsvorm had voorgehouden, antwoordde hij: ‘Weet u wat beters?’

Misschien moet je een oorlog hebben meegemaakt om de democratie op een van haar essentiële waarden te schatten: het vreedzaam oplossen van conflicten in een samenleving. Zoals sociaal-democraat Willem Bonger (1876-1940), socioloog en politiek denker, in de jaren 30 schreef: ‘Je kunt de koppen beter tellen dan deze inslaan’.

Het citaat van Clemenceau heb ik gehaald uit het boek ‘Problemen der democratie’, dat Bonger schreef in een tijd waarin de staatsvorm onder steeds grotere druk kwam te staan van rivaliserende ideologieën. Nu de democratie opnieuw onder druk staat, zijn geschriften uit die periode van meer dan gewone waarde: de gedachtenvorming werd op scherp gezet.

Sterker nog, de verdediging van de democratie was niet langer vrijblijvend. Bonger trok zelfs de uiterste consequentie. Op 15 mei 1940, vijf dagen na de inval van nazi-Duitsland in ons land, benam hij zich, samen met zijn vrouw, van het leven onder het achterlaten van de boodschap: ‘Ik zie voor mij geen toekomst meer, en ik kan niet bukken voor dat tuig, dat nu gaat heersen’.

Optimisme

Hoewel de titel van zijn boek en zijn einde anders doen vermoeden, was Bonger optimistisch over de levensvatbaarheid en de veerkracht van de democratie. Hij schreef in 1938: ‘Er leeft in de democratie iets natuurlijks, iets onverwoestbaars; zij berust op diep in de mens liggende kwaliteiten’. De geschiedenis liet weliswaar periodes zien van verdringing door autocratische regimes, ‘maar de democratie is altijd weer teruggekeerd’.

Het natuurlijke karakter van deze bestuursvorm nam Bonger waar in het verenigingsleven, dat zich overal in de westerse wereld op zuiver democratische basis had gevormd. Zelfs de sociëteiten De Witte in Den Haag en de Groote Club in Amsterdam, waar je volgens hem nog wel wat tegenstanders van democratie in de staat kon vinden, waren volmaakt democratisch. ‘Elk lid heeft een stem, of hij nu een inkomen heeft van een miljoen of enkele duizenden guldens en als een bestuur niet bevalt wordt het bij de periodieke verkiezing weggestemd’.

Conclusie van Bonger: ‘Er zit in de democratie iets onmiskenbaar natuurlijks, want men is er als van zelf toe gekomen. Men heeft daarover niet van gedachten gewisseld, men heeft het eenvoudig gedaan’. Mede op basis van deze praktijk verdedigde hij de indirecte democratie. Net als in een vereniging zouden in het landsbestuur de besten naar voren komen. Als dit in onze tijd al minder zou zijn geworden door het grotere afbreukrisico, zegt dit ook iets over de publieke moed van hen die hun nek uitsteken.

Gekken in optima forma

Toch kan er wel twijfel zijn of de democratie in onze tijd, door een afnemende rol van belangrijke tussenschakels als politieke partijen en media, nog als vanzelf de besten selecteert. In Amerika bleek de Republikeinse partij, hoewel nog altijd aangeduid als Grand Old Party, niet in staat de opmars van de populist Trump te stuiten, terwijl de media ontdekten dat factchecking niet op kon tegen de eigen waarheid van veel kiezers.

De sociale media maken het voor politici mogelijk, met het overslaan van de lange mars door de instituties, rechtstreeks met de kiezers te communiceren. Dat is misschien een stille droom van alle machthebbers. Toen Ben Bradlee, de toenmalige hoofdredacteur van The Washington Post, John Kennedy tijdens zijn presidentschap een keer complimenteerde met een tv-optreden, zei deze: ‘Ik heb altijd gezegd: als we niet eerst bij jullie, rotzakken, langs hoeven, kunnen we ons verhaal rechtstreeks bij het Amerikaanse volk kwijt’.

Ik vermoed toch dat de opmerking, opgetekend in het boek ‘The powers that be’ van David Halberstam, een pesterige provocatie was - Bradlee en Kennedy waren enige tijd bevriende buren - en juist het belang onderstreepte van filters, correctiemechanismen en tegenkrachten als essentialia in een democratie. Trump kan dan direct met de kiezers communiceren, de directe wijze waarop hij denkt het land te besturen is al na minder dan een maand ontaard in een chaos.

Bonger schetste in zijn lofzang op de democratie als contrast de uitwassen van de absolute monarchie: ‘Wat heeft er al niet op de troon gezeteld? Zwakkelingen, domkoppen, ellendelingen, ja, zelfs gekken in optima forma’. Hij was zich er sterk van bewust dat dit ook kan gebeuren in een democratie, zodra dedain de overhand krijgt. Ons kiesstelsel, gericht op samenwerking, voorkomt dat de macht in één paar handen valt, laat staan de verkeerde handen. Daaraan ontleent het in de geest van Bonger zijn democratische schoonheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden