Column

Houd de PvdA nu wel uit het Catshuis

Hans GoslingaBeeld Foto: Jörgen Caris

In de verkiezingsstrijd van 1972 voerde de jonge VVD-aanvoerder Hans Wiegel campagne onder de leus ‘Houd Den Uyl uit het Catshuis’, nu pleit hij ervoor de PvdA op te nemen in een kabinet met VVD, CDA en D66. 

‘Een mooie uitkomst’, noemde hij dat begin deze maand in zijn column in De Telegraaf, indien een vierpartijencoalitie met GroenLinks of de ChristenUnie niet haalbaar zou blijken. Het kan verkeren.

Is de formatie nu in een fase geraakt waarin de PvdA ‘aan snee’ komt of moet de impasse zich nog verder verdiepen, zodat aanvoerder Asscher een rechtvaardiging heeft, ondanks de electorale dreun, in het landsbelang naar voren te treden? Hoe dan ook gaat hieraan de vraag vooraf of het wenselijk is dat de PvdA, de grootste verliezer ooit, zou meeregeren.

Het zegt veel over de veranderde verhoudingen dat iemand als Wiegel, die de PvdA voor de eeuwigheid als ‘potverteerders’ heeft gebrandmerkt, nu de passie preekt. Hij prijst de partij als een ‘constructieve regeringspartner’ die, met ‘over het algemeen kundige ministers’, een grote invloed heeft gehad op het landsbestuur. Wiegel is de enige niet in de VVD die hoopt dat Asscher zal toehappen om een meerderheidscoalitie mogelijk te maken.

Dat hoeft, om diens partij wat ruimte te laten, niet per se een parlementair meerderheidskabinet te zijn. De geschiedenis laat zien dat er varianten mogelijk zijn waarin een of meer fracties zich niet aan het regeerakkoord binden, maar het kabinet, eventueel met geestverwante ministers, gedogen. Het kabinet-Den Uyl zat zo in elkaar, maar in een geheel ander politiek spanningsveld dan het huidige.

Het is dan ook niet uit liefde, maar uit berekening dat Wiegel nu zo kwistig de stroopkwast hanteert: er ontstaat voor het nieuwe kabinet een redelijk draagvlak in beide Kamers, de PvdA brengt meer bestuurlijke ervaring mee dan GroenLinks en zij is minder bedreigend als het aan komt op belastingverhoging en inkomensnivellering. 

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Hans WiegelBeeld anp

Genadebrood

Een pikant bijkomend puntje: het nationale kabinet dat Wiegel voor het eerst in 1977 bepleitte, zou eindelijk een feit zijn. Tenslotte is er de machtsfactor. De PvdA van nu zou in de coalitie niet meer dan een bijwagen zijn. De vleiende woorden van Wiegel doen daarom denken aan de opmerking van de gevreesde vakbondsleider Adri de Boon die, bij zijn afscheid onderscheiden in de Orde van de Nederlandse Leeuw, tegen minister Boersma zei: ‘Nu ik niet meer kan brullen, maak je me leeuw’.

De vraag is niet alleen of de PvdA bereid is liberaal genadebrood te eten, maar ook en vooral of een kabinet van VVD, CDA, D66 en PvdA nog wel in overeenstemming is met de verkiezingsuitslag. Weliswaar tellen in ons coalitiebestel de verhoudingen, maar winst en verlies moeten wel worden meegewogen. Dat heeft een politieke relevantie. Hoeveel elan en energie kan een partij opbrengen die bijna knock-out is geslagen en hoeveel politieke meerwaarde geeft dat aan het nieuwe kabinet?

In dat perspectief is de variant met de PvdA een bewijs van armoede en goed beschouwd een klap in het gezicht van het electoraat. Een coalitie van de grootste partij (VVD) en drie winnaars (GroenLinks, D66, CDA) zou aanmerkelijk meer recht doen aan de uitspraak van de kiezers, ideologisch evenwichtiger zijn en een frissere uitstraling hebben. Deze uitkomst zou veel kiezers het gevoel geven dat ze niet voor Jan Doedel hun stem hebben uitgebracht.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Hans Wiegel en Den Uyl. Beeld Bert Verhoeff/Hollandse Hoogte

Homogeniteit

Speelt de homogeniteit dan geen belangrijke rol, zeker nu de verschillen in een eerste fase niet overbrugbaar bleken? Vanzelfsprekend, maar de keuzes zijn beperkt en maken feitelijk alleen een regeringspolitiek mogelijk vanuit het midden. In de tijd van Wiegel en Den Uyl was de vraag eenvoudig: centrum-links of centrum-rechts? Als je nu de belangen- en protestpartijen buiten haken zet, hetgeen zij voor een deel al zelf doen, houd je een speelveld over van net iets meer dan honderd zetels.

Dat gegeven zegt iets over de opdracht van een nieuw kabinet: dat moet niet alleen een beleid voeren dat de eigen kiezers dient, maar ernstig pogen het verontrustend grote aantal dissenters het motief voor hun vlucht naar de flanken te ontnemen. De moeilijkheidsgraad van zo’n missie moet niet worden onderschat. Juist een centrumcoalitie zal aan de rumoerige middelpuntvliedende krachten blootstaan. Daarom zijn evenwicht en overtuigingskracht van meer dan normaal belang en spreekt het bijna vanzelf dat er voor de ondubbelzinnig afgewezen PvdA geen plaats is.

In ons coalitiebestel kun je nooit de zittende macht geheel wegstemmen; je krijgt altijd een coalitie waarvan ten minste één verliezende partij deel uitmaakt, in dit geval de VVD. Maar twee verliezers? Als er ooit een reden was de PvdA uit het Catshuis te houden, is het nu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden