Houd de kinderen betrokken

Vier van de tien burgers zijn te omschrijven als buitenstaander: ze hebben zich afgekeerd van de overheid. Aan de politiek de taak om te voorkomen dat ook hun kinderen afhaken.

De Nederlandse burger mag dan mondiger en zelfstandiger zijn, Nederland telt miljoenen ’buitenstaanders’ die een steeds groter stempel drukken op de samenleving. Deze mensen beschikken niet altijd over de zelfredzaamheid en de vaardigheden die nodig zijn om de keuzes te maken die de samenleving van hen vraagt. Dat maakt hen en hun kinderen kwetsbaar.

Het is verleidelijk om op basis van het onderzoek van bureau Motivaction, dat wordt gepubliceerd in de bundel ’Benauwd in het midden’, te stellen dat Nederland 4,1 miljoen van deze buitenstaanders telt, maar dat verdient natuurlijk nuancering. Het getal is de optelsom van twee van de acht ’mentaliteitsmilieus’ die onderzoeker Martijn Lampert van Motivaction beschrijft, namelijk de ’moderne burgerij’ en de ’gemaksgeoriënteerden’.

Samen maken ze zo’n 32 procent van de bevolking uit en ze onderscheiden zich door hun afzijdige burgerschap, zegt Lampert: „Ze ervaren een grote afstand tot de politiek en de overheid, voelen zich bedreigd door globalisering en immigratie, zijn materialistisch ingesteld en zijn op zoek naar maatschappelijke zekerheid en erkenning. De traditionele burgerij –vanouds een grote buffer van maatschappelijk vertrouwen– is in de afgelopen decennia sterk gekrompen.”

Maar wie de afzijdige burgers ’verwende burgers’ noemt, gaat te kort door de bocht, benadrukt Lampert. „De andere kant van de medaille is dat de afstand tot de overheid die zij ervaren wederkerig is: veel politici en beleidsmakers slagen er niet in om de buitenstaanders te bereiken. Ze maken zelf deel uit van andere sociale segmenten. In de tijd van de verzuiling waren er nog natuurlijke banden tussen de elite en deze groep. Die zijn weggevallen, waardoor ook de voorbeeldfunctie van de elite voor deze groep is weggevallen.”

Een gevolg is dat de buitenstaanders bitter weinig maatschappelijke ruggensteun hebben, en dat heeft verstrekkende gevolgen die niet alleen hen, maar mede via hun kinderen de hele maatschappij raken. „De nabije ander –meestal het eigen gezin- is voor hen de belangrijkste bron van zingeving”, zegt Lampert. „De buitenstaanders voelen zich niet verbonden met een groter verhaal dan hun eigen leven. Zij vormen de minst religieuze groep, die evenmin verwant is met de humanistische traditie. Ze zoeken wel richting, maar ontlenen die vooral aan opinieleiders in hun eigen kring, de televisie en de markt van consumptieartikelen.”

Dat betekent dat de buitenstaander vooral materialistisch is ingesteld, gevoelig is voor prikkels en aansluit bij het kortetermijndenken van de merken en trends die de markt hem aanbiedt. „Deze mensen hebben moeite om zich te matigen en hun behoeften uit te stellen”, zegt Lampert. „Matiging en zelfbeheersing komen immers voort uit een hoger ideaal van beschaving, omgangsvormen en empathie. Je bent deel van een grotere wereld, maar de wereld van deze mensen is heel klein.”

Maar die buitenwereld wordt door de buitenstaanders als vijandig ervaren, vooral omdat ze moeite hebben met de complexiteit die de buitenwereld met zich meebrengt.

Uit eerder Motivaction-onderzoek blijkt dat deze mensen gemiddeld minder gezond zijn –ze kampen bijvoorbeeld meer met overgewicht- en zich bedreigd voelen door de veranderingen in de maatschappij. Ze voelen zich niet erkend door de overheid en de politiek.

Motivaction voorziet dat de invloed van de afzijdige burger op de maatschappij nog flink zal toenemen. Vier op de tien ouders zijn afkomstig uit deze groep en de kans is groot dat ze deze waarden op hun kinderen overdragen. „Vaak hebben de kinderen net als hun ouders moeite met richting vinden en het maken van keuzes”, zegt Lampert, „waardoor ze eveneens onzeker zijn over zichzelf.”

Die lage score op matiging en zelfbeheersing leidt ook tot maatschappelijke problemen bij kinderen en jongeren die zichtbaar worden in de toename van bijvoorbeeld schulden, overgewicht, pesten, schooluitval, alcoholmisbruik en probleemgedrag zoals een ’korter lontje’.

Voor de rest van de maatschappij komt de achterstand van deze kinderen tot uitdrukking in, wat Lampert noemt, het zware beroep dat zij doen op de morele infrastructuur. Hij bedoelt daarmee dat het andere mensen dan de ouders zijn die de achterstand bij de kinderen moeten wegwerken. Buurtgenoten, onderwijzers, ordehandhavers, mensen in de gezondheidszorg en maatschappelijke hulpverleners krijgen met het groeien van de groep buitenstaanders een steeds zwaardere last op hun schouders, en vragen zich daarom ook steeds vaker hardop af: waarom moet ik dat doen, waarom doen de ouders dat niet zelf?

„Toch is en blijft hun rol heel belangrijk”, zegt Lampert. „Zij zijn degenen die de kinderen in contact kunnen brengen met andere perspectieven. Kinderen bevinden zich in een exploratieve levensfase en zijn niet per definitie voorbestemd om in de voetsporen van hun ouders te treden, en hier liggen kansen. Hierin past bijvoorbeeld het idee van de maatschappelijke stage, zoals dat in Den Haag wordt besproken. Ook het onderwijs -het eerste structurele contact van vele kinderen met een grotere buitenwereld- heeft hierin een grote rol. Het contact met vrijwilligers, onderwijzers of andere inspiratoren kan net dat vonkje geven voor een wederkerige relatie met de maatschappij.”

De buitenstaanders zelf laten in meerdere onderzoeken van Motivaction blijken dat ze veel behoefte hebben aan duiding, richting en leiderschap van de overheid. Zij verwachten dat de overheid hun problemen oplost en zijn vervolgens weer teleurgesteld dat dat niet gebeurt. „Dat is een interessant gegeven”, zegt Lampert. „Naarmate politici minder gezag uitoefenen en uitstralen en meer beloven, worden de buitenstaanders ontevredener, vooral omdat ze zich daardoor onveiliger voelen.”

Bij de opkomst van een groep als deze is populisme een voor de hand liggende reactie van politici. Ze willen de mensen immers representeren. „Je gaat mensen veel dingen beloven die ze willen”, zegt Lampert. „Maar dat is een lastige weg, want dat kan simpelweg niet. Uit een ander onderzoek van ons bleek bijvoorbeeld dat buitenstaanders, gevraagd naar wat ze zouden doen als ze minister van financiën waren, het begrotingstekort zouden laten oplopen. Zo bezien is populisme bij uitstek een uiting van onmatigheid.”

In plaats daarvan kunnen politici juist duidelijkheid en richting geven en ronduit toegeven dat hun middelen beperkt zijn en ze prioriteiten moeten stellen. Bij de groep buitenstaanders –die zich eerder als toeschouwer dan als deelnemer opstelt en die eerder in rechten dan in plichten denkt– zou bovendien de wederkerigheid met de politiek opnieuw in evenwicht moeten worden gebracht. „Politici moeten hun problemen aanhoren en erkennen. Het is aan te bevelen om continu het gesprek met de samenleving aan te gaan over de betekenis van goed burgerschap en de mogelijkheden en beperkingen van de politiek”, zegt Lampert.

Dat is in feite een pleidooi voor het herstel van de klassieke zienswijze op de rol van opvoeders en de politiek, erkent hij. „Uit onderzoek blijkt dat vele Nederlanders vinden dat kinderen weer strenger moeten worden opgevoed en er ook aandacht moet zijn voor omgangsvormen en zelfbeheersing. „Dit is geen gemakkelijk weg, noch een korte weg. Wezenlijke onvrede die samengaat met verleerde deugden, is niet zomaar te beteugelen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden