Hou vol zuster, klinkt het in de bajeskerk

Voor de gedetineerden in de vrouwengevangenis is de wekelijkse kerkdienst het begin van een transformatie, betoogt theologe Hanneke van der Korst. „Zij zijn zich meer bewust van hun eigen kracht.”

Zondagochtend half elf. De kleine ruimte in de vrouwengevangenis stroomt vol. Het vierkante zaaltje met een paar hoge ramen, eenvoudig meubilair, een cd-speler en een keyboard in de hoek is in het afgelopen half uur door vrijwilligers veranderd in een kerk. De stoelen staan in een halve cirkel voor het ’altaar’: een tafel waarop een wit kleed is gelegd met daarop een groen antependium, de kleur van de kerkelijke jaartijd. Een paaskaars in een houten standaard neemt elk misverstand over wat hier vanmorgen plaats gaat vinden weg.

Maar het zijn de vrouwen die aan de ruimte de werkelijke bestemming geven. Aarzelend, bescheiden, druk pratend, in een vale spijkerbroek, een minirok met een uitdagend shirtje of in kleurrijke Afrikaanse kleding komen ze alleen of in kleine groepjes de zaal binnen.

Het kost de voorgangster enige moeite dit ongeregelde groepje vrouwen tot rust te brengen. Er zijn oudere en jonge vrouwen, uit verschillende landen en culturen. Ze zijn van huis uit rooms-katholiek, oosters-orthodox, protestants – meestal evangelicaal – of nog iets anders. Zij spreken, ook letterlijk, verschillende talen. Sommigen komen voor het eerst naar de bajeskerk, er zijn ook vrouwen bij die niet gewend zijn naar een religieuze viering te gaan.

Dan komt het moment van aandacht. Nadat een vrouw te kennen heeft gegeven dat zij deze morgen graag de paaskaars wil aansteken wordt het al stiller in de zaal. Tijdens het eerste gebed en bij het luisteren naar een lied van de Amerikaanse zangeres Mariah Carey (’There’s a hero if you look inside your heart’), raken sommigen ontroerd. Wanneer de vrouwen bij wijze van voorbede één voor één een kaarsje mogen aansteken is de devotie van de gezichten af te lezen. Sommigen zetten hun lichtje bij het Mariabeeld, anderen bij de opengeslagen bijbel of bij het Christusbeeld.

Als aan het eind van de viering de zegen wordt uitgesproken zingen de vrouwen het gebruikelijke slotlied: ’Sister, carry on! It may be rocky and it may be rough, but: sister, carry on’. (’Geef niet op, zuster. De weg kan rotsachtig en ruw zijn, maar, zuster: geef niet op!’)

Na de viering gaan alle vrouwen onder begeleiding terug naar hun cel. Er is niets veranderd. De muren van de gevangenis staan nog recht overeind en de celdeur gaat nog steeds achter hen op slot. De terugkeer naar de samenleving zal straks voor de meeste vrouwen zeer problematisch zijn. Zij zijn niet verzekerd van een baan of een plek om te wonen. De kinderen zijn uit huis geplaatst en het zal nog een hele toer worden om daar weer de zeggenschap over te krijgen. Wat doet, in deze crisis van hun bestaan, een religieuze bijeenkomst zoals hier beschreven er dan toe? Geloven deze vrouwen in een God die zorgt dat alles wel goed zal komen? Versterkt dat geloof hun gevoelens van afhankelijkheid en onmacht? Is het samen zingen, uit de Bijbel lezen, bidden en een kaarsje aansteken niet alleen maar een zoethoudertje voor de vrouwen in hun ellende: even uit de sfeer van de dagelijkse bajesnarigheid, na afloop een kopje koffie met iets lekkers en een praatje met één van de kerkvrijwilligers en dan kunnen ze er weer een paar uur tegen?

Het slotlied ’Sister, carry on!’ is maar één voorbeeld van de wijze waarop in deze context religie vrouwen juist kan aansporen op hun eigen benen te gaan staan. Opstaan uit het slachtofferschap en verantwoordelijkheid nemen voor verleden, heden en toekomst zijn belangrijke noties in de geestelijke begeleiding van de vrouwen in de vrouwengevangenis. Wat door de week in persoonlijke gesprekken met de dominee of pastor aan bod komt, vindt zijn weerklank in de zondagse kerkdienst. Dan worden verhalen gelezen als dat van Hanna, de vrouw van wie in de Bijbel (1 Samuel 1) wordt verteld dat zij de situatie waarin zij zich bevond niet langer accepteerde en opstond om daarin verandering aan te brengen. Verhalen zoals van Esther (Numeri 27) die die haar volk redde door de onbenaderbare vorst van Perzië toch aan te spreken.

Een gesprek over het scheppingsverhaal waarbij duidelijk wordt dat Eva Adam niet heeft overgehaald om van de verboden vrucht te eten is voor veel vrouwen een openbaring. Het beeld van Maria als jong Joods meisje, zwanger tegen wil en dank maar moedig en ondernemend, geeft de vrouwen meer kracht, meer ’power’, dan de zoete Maria die lijdelijk ondergaat wat door anderen voor haar wordt beslist. Zeer inspirerend is het verhaal van de ontmoeting tussen de beide zwangere verwanten Elisabeth en Maria. Een ontmoeting waarvoor Maria in haar eentje een gevaarlijke reis door de bergen heeft moeten maken.

Misschien lijkt een penitentiaire inrichting voor vrouwen niet de meest voor de hand liggende context om de vraag naar de combinatie tussen religie en emancipatie te stellen. Toch is het juist hier, waar vrouwen als aparte groep bijeen geplaatst worden, dat vragen als deze gesteld kunnen en moeten worden. Een gevangenis is behalve een instituut voor vergelding ook een plek waar je jezelf kunt herontdekken en herdefiniëren. Het is een soort oefenplaats: je bent er helemaal aan jezelf overgeleverd en dat biedt de kans om je levensverhaal te herschikken en te herinterpreteren.

Religie is dan geen luxe-artikel of opium, geen zoethoudertje (’stil maar, wacht maar...’), maar een vehikel tot volwassenwording, tot emancipatie. In de soms hernieuwde kennismaking met de Bijbel en de daarop gebaseerde tradities kunnen vrouwen in de crisis van de detentie hun krachten op het spoor komen. Door hun eigen ervaringen opnieuw te bezien in het licht van transcendentie kunnen zij hun grenzen verkennen en desgewenst verleggen.

Vrijheid ontdekken in een situatie van ultieme onvrijheid: het lijkt een contradictie. Maar juist daar waar alles voor je bepaald wordt, juist in die situatie waarin je je als gedetineerde ondergeschikt weet aan een hiërarchische machtsstructuur vanaf het moment dat de poort zich achter je sluit tot de dag waarop de deuren weer opengaan, dringen vragen naar zin en betekenis zich op. In zo’n crisis van je bestaan wordt het mogelijk oude, bekende vanzelfsprekendheden, ook religieuze, in twijfel te trekken en grote schoonmaak te houden. Helpen deze vragen te stellen en eigen, vaak nieuwe antwoorden te vinden is misschien wel één van de belangrijkste taken van de geestelijk begeleiders binnen de inrichting.

Voor sommige vrouwen betekent het verblijf in een penitentiaire inrichting, naast een confrontatie met alles wat er mis is gegaan in hun leven, niets minder dan een transformatie. Zij krijgen zicht op de patriarchale structuur van de samenleving en van hun godsdienst, hun kerk. Een transformatie die doorwerkt in de manier waarop zij in het leven en in hun geloof staan: steviger, zich meer bewust van eigen kracht en van de waarde van de eigen ervaring. ’Sister, carry on. It may be rocky and it may be rough, but: sister, carry on!’. Als dát geen emancipatie is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden