Hou op met zeuren over de seksualisering

Ruim tien jaar geleden, in december 1997, ging Sex voor de Buch in première. Dertien weken lang zag het Nederlandse volk hoe heertjes aan hun gerief kwamen in een babytuigje, met puntige naaldhakken in de rug, in een wigwam, in een bad bruine bonen. Het zag hoe dametjes zich lieten filmen in wellustige poses. En hoe menig landgenoot de telefoon pakte om live in de uitzending mede te delen waarvan hij opgewonden raakte. Ruim één miljoen kijkers konden er geen genoeg van krijgen.

Ontstond er breed maatschappelijk debat over het programma? Jazeker. Maar vooral bij de koffieautomaat. De elite haalde er de schouders over op. Essays op de opiniepagina’s over de ’pornoficatie’ van onze cultuur? Kamervragen? Ministeriële nota’s? Ik kan het me niet herinneren.

Maar zie. Tien jaar later is het thema, zoals dat heet, hoog op de nationale agenda beland. Feministen, publicisten, orthodoxe christenen – ze hebben elkaar gevonden. En de overheid doet hartstochtelijk mee. De laatste Emancipatienota besteedde vele alinea’s aan de ‘seksualisering’. En ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wijdde in een recent rapport een hoofdstuk aan ’Het seksuele mijnenveld’.

Veel aandacht in dit verband trekt het clubje rond ‘Beperkt Houdbaar’ dat vorig jaar kwam met het manifest ‘Sex moet weer haute couture worden’. Vrouwen als Stine Jensen, Sunny Bergman en Myrthe Hilkens trekken eensgezind ten strijde tegen de ‘seksualisering’ en ‘pornoficatie’. Zij gaan er voetstoots vanuit dat die verschijnselen bestaan. En dat de gevolgen ervan zorgwekkend zijn.

Zij bezondigen zich, met alle respect, aan borrelpraat. Geen enkel onderzoek heeft tot nog toe kunnen aantonen dat onze huidige seksuele staat zorgwekkender is dan pakweg tien, vijftien jaar, dertig geleden.

Kenmerkend: in dat zojuist genoemde rapport van de WRR wemelt het van de woordcombinatie ’steeds meer’ – altijd een teken dat de onderbouwing flinterdun is. „Seksuele normen”, staat er, „worden steeds meer gedomineerd door een mondiale cultuur waarin seksualiteit eenzijdig wordt afgebeeld.”

Steeds meer? Steeds meer dan wanneer? Is er geturfd, ondervraagd, nauwkeurig vergeleken? Welnee. Maar als je zo’n stelling maar vaak genoeg herhaalt, krijgt ze vanzelf de glans van waarheid.

In werkelijkheid blijkt het met de pornoficatie reuze mee te vallen. Nederlanders mogen dan bedolven worden onder seks, we zijn met z’n allen uitermate braaf. Sterker, we worden juist braver. Tien jaar geleden had 58 procent van de volwassen Nederlanders naar eigen zeggen meer dan één keer per week seks. Nu is dat 41 procent. Zo’n 20 procent heeft trouwens helemaal geen seksleven.

En de Nederlandse jongeren? Ook dat valt reuze mee.

Ruim zeventig procent van hen wil pas met iemand naar bed als ze vaste verkering hebben. De meeste jongeren (62 procent) hebben tot nu toe maar één sekspartner gehad. Een ruime meerderheid (84 procent) zegt seksueel trouw te willen zijn in een relatie. Sowieso zijn ‘liefde’, ‘trouw’ en ‘intimiteit’ voor driekwart van de Nederlandse jongeren reuze belangrijk.

Het fascinerende is natuurlijk dat de uitkomsten van déze onderzoeken in het niets verdwijnen. Een bericht met als kop ‘Breezerseks lijkt geen toenemend probleem’ belandt in een eenkolommertje op pagina 6. Terwijl elk oprisping omtrent seksualisering en pornoficatie breed wordt uitgemeten.

Dat werpt de intrigerende vraag op: vanwaar toch nú al die ophef? Waarom slaat dit cultuurpessimistische geneuzel uitgerekend nú zo aan?

Wij hebben hier, hoe kan het anders, te maken met een democratiseringsvraagstuk.

Alle ophef houdt verband met de complexe relatie van de elite tot seks. Het bijzondere van seks is natuurlijk dat het niet bijzonder is – in die zin dat seks even banaal is als eten, drinken en slapen. Uw buurvrouw, mijn puberdochter, de koningin, de minister van emancipatiezaken, de vuilnisman – allemaal eten, drinken, en slapen ze. En allemaal zijn ze in staat zijn tot seksuele handelingen.

Niettemin is de elite er diep in haar hart van overtuigd dat er maar één aanvaardbare vorm van seksualiteit bestaat: de hare. Alleen zij weet er verstandig mee om te gaan.

Eeuwenlang verkende ze zelf ijverig de erotische grenzen. In Parijs was onlangs in de Bibliothèque Nationale een tentoonstelling te zien van twee eeuwen pornografische werken. Je zag er platen van een jonge vrouw die door een bos fallussen wandelt, je zag afbeeldingen van vastgebonden heren, van copulerende paren die Jupiter en Juno heten, van een vagina omringd door tien spuitende penissen. Het was alles even smakeloos en ranzig. En destijds uitsluitend toegankelijk voor de elite.

In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam porno bovengronds en werd voor de massa bereikbaar. En nu het pornografisch cultuurgoed dankzij internet helemáál gezonken is tot in brede lagen, wendt de elite zich er weer nuffig vanaf. Zij staat opnieuw vooraan, nu om de ordinaire horden op de vingers te tikken. Die kunnen natuurlijk niet aan wat de elite wel aankon.

Een van haar stokpaardjes luidt dat al die pornobeelden, al die hitsige videoclips een verderfelijke invloed hebben op de jeugd. Maar ook dat is, met permissie, nog nimmer aangetoond. Een blik in de historie kan nooit geen kwaad, ook niet in dit verband.

De Britse historica Joanna Rourke verdiepte zich in verkrachtingszaken tussen 1860 tot nu. Ze schreef er een boek over: Rape. Ierland bijvoorbeeld kende in de 19de eeuw geen MTV of TMF. Toch kwamen groepsverkrachtingen er ‘op grote schaal’ voor.

Hoezo zou er dan nu een verband bestaan tussen videoclips en verkrachtingen?

,,Het lijkt me waarschijnlijker”, zei Bourke in een interview, ,,dat seksueel gewelddadige mensen de videoclips gebruiken om glamour te geven aan iets dat ze toch al wilden doen. Ze gieten hun daden in een script dat ze kennen uit de populaire cultuur.” In de 19de eeuw waren dat de helden uit de driestuiversromans, nu de pimps en bimbo’s op TMF.

Ander, nog ouder voorbeeld. Volgens historici Amanda Kluveld en Rozemarijn Schalkx werden er alleen al in Dijon tussen 1436 en 1486 zo’n 125 rituele verkrachtingen onderzocht. Tachtig procent ervan betrof collectieve aanranding door een groep jongeren. Ook wezen zij erop dat er nooit zoveel ontucht met kinderen, incest en schennis van de openbare eerbaarheid plaatsvond als in de brave, televisieloze periode rond 1950.

Natuurlijk is het afschuwelijk als meisjes in kelderboxen gedwongen worden tot groepsseks. Elk meisje dat het overkomt is er één te veel. Maar TMF en MTV daarvoor verantwoordelijk stellen is tamelijk naïef. En de clips daarom te verbieden helemaal. Alsof het probleem daarmee de wereld uit zou zijn.

Zelf vind ik het trouwens vele malen zorgwekkender dat groepsverkrachting nog steeds onwaarschijnlijk lauw wordt bestraft.

Klein voorbeeld. In juni 2006 stonden zes jongens voor de rechtbank van Den Bosch vanwege verkrachting op een 15-jarig meisje.

Alle zes hadden ze zich om de beurt uitgebreid aan het meisje vergrepen. Toch werden vijf van de zes vrijgesproken. Waarom? Omdat het meisje naar het oordeel van de rechtbank niet overtuigend genoeg had geprotesteerd. Zij had alleen maar gehuild.

Welk bericht geeft zo’n rechtbank, geven wij als samenleving daarmee af? Heren, ga gerust uw gang. Tranen tijdens de groepsseks hoeft u niet serieus te nemen.

Mij heeft het hogelijk verbaasd dat over dit vonnis nauwelijks deining is ontstaan. Ook niet onder vrouwen als Sunny Bergman, Myrthe Hilkens en Stine Jensen die zich zo druk maken over onze seksuele moraal.

Sowieso verbaast het mij dat er zo weinig belangstelling is in dit debat voor de rol van de jongens. Waarom toch zo exclusief op de meisjes ingezet?

Onlangs sprak ik de rector van een zwarte scholengemeenschap. Hij was reuzetrots op zijn school. De Nederlandse normen en waarden komen er volop aan bod, zei hij. Zelfs over seks zwijgen de docenten niet – ook al is menig moslimouder daar zwaar op tegen.

Zo waren de meisjes uit de hoogste klassen, vertelde hij, naar De gesluierde monologen geweest, theatervoorstelling rond de seksuele wederwaardigheden van islamitische vrouwen. De leerlingen, zei de rector, waren na afloop diep onder de indruk geweest. Dat kon toch maar mooi op zijn school.

Heel goed, natuurlijk. Maar, vroeg ik hem, had hij zijn mannelijke leerlingen óók naar de voorstelling had gestuurd – desnoods op een andere dag? De rector keek me met verbaasde ogen aan. Op dat idee was hij nog nooit gekomen.

Toch zouden we dáár, bij de jongens, moeten beginnen. Het gevaar schuilt natuurlijk niet in beelden van schuddende billen of in een affiche van een goudkleurige bikini langs de openbare weg. Het gevaar schuilt in het vrouwbeeld van jongens die hun lusthuishouding niet op orde hebben. Die in een kortgerokte vrouw een willige prooi zien. Die er geen boodschap aan hebben als een meisje protesteert tijdens de seks. Die menen dat voor vrouwen maar twee rollen openstaan: hoer of maagd.

Het is een gevaarlijke vergissing dat die dappere strijdsters tegen de seksualisering zo geobsedeerd zijn door het gedrag van de meisjes. Vooral omdat, in de woorden van de genoemde Joanna Bourke, hier een ‘oude mythe’ op de loer ligt. ,,Het gaat niet om de meisjes, het gaat om de daders. Ook al loopt een meisje bij wijze van spreken naakt over straat, dan nog mag ze niet verkracht worden.”

Een ander favoriet thema van de strijdsters tegen de seksualisering is het westerse schoonheidsideaal. Photoshop regeert volgens hen. Hoe strakker en jonger, hoe beter. En dit schoonheidsdictaat zou door en door ‘geseksualiseerd’ zijn.

Hebben ze gelijk? Jazeker. Het huidige schoonheidsideaal heeft alles met seks te maken. Maar ook dat is, zoals elke cultuurhistoricus haarfijn kan uitleggen, geen verschijnsel van vandaag. Elk cultuur, elk tijdperk kent zijn eigen, seksueel geïnspireerde schoonheidswetten.

In het verleden betrof dat hier in het Westen nu eens de kleine boezem, dan weer dan weer de welvende buikpartij of juist de wespetaille. En de vrouw die deze kenmerken van nature niet bezat, deed belachelijk veel moeite ze kunstmatig te verwerven. Door haar borsten weg te drukken, door heel veel zoetigheid te eten, of juist door zich in te snoeren in letterlijk adembenemende corsetten.

Het huidige schoonheidsideaal is rimpelloos, anorectisch en onbehaard – behalve bovenop het hoofd, geloof ik. Niet heel veel maller, zou ik zo zeggen, dan die vroegere schoonheidsidealen. En al helemaal niet verontrustender.

Zo mogelijk nog merkwaardiger is de bittere klacht over het verliezen van je aantrekkingskracht na zekere leeftijd. Sunny Bergman maakte er rond haar befaamde documentaire ‘Beperkt houdbaar’ een heel nummer van. O jee, ze is thirtysomething! De bouwvakkers fluiten haar niet meer na! En daarvan geeft ze de schoonheidsindustrie en de glossy’s de schuld. Die zouden moeten stoppen met ons te bombarderen met irreële beelden.

Pardon? Dat je niet langer meetelt op de flirtmarkt is natuurlijk vooral een kwestie van biologische wetten. Rond je 35ste raakt je eiervoorraad op. Er valt weinig meer voort te planten. En dus houden bouwvakkers op naar je te fluiten. Zo primitief én zo simpel is dat.

Natuurlijk is dat aanvankelijk even slikken – de vrouw die dat ontkent, liegt of woont in een klooster. Maar met klachten hieromtrent dienen wij ons onverwijld te vervoegen bij de Schepper. En niet bij de schoonheidsindustrie.

Die zouden wij juist innig dankbaar moeten zijn voor de alleraardigste hulp- en lapmiddeltjes die ze op de markt brengt. Wat is daar eigenlijk op tegen?

Dat brengt me op het laatste, maar zeker niet onbelangrijkste punt.

Hoe je het ook wendt of keert, geen vrouw is verplicht glossy’s met graatmagere modellen door te bladeren, haar kruis te laten waxen, een schoonheidssalon te bezoeken. Wie zich aan de botox, een hongerdieet of de rode lippenstift vergrijpt, doet dat bij haar volle verstand en uit vrije wil.

Wij zijn geen weerloze kleine meisjes. Wij zijn geen slachtoffers van perfide machten die ons eronder proberen te houden. Wie zo denkt, bezondigt zich aan een even absurd als achterhaald slachtofferfeminisme. Wij hebben alle vrijheid om ons te kleden en te gedragen zoals we willen. Ingetogen of hoerig, bescheiden of schreeuwerig, elegant of pervers.

Het zal hopelijk geen nieuws zijn dat pakweg tweederde van onze zusters op deze wereld die vrijheid niet hebben. Hun uiterlijk en kleding zijn onderworpen aan voorschriften die geen vrouw kan ontlopen – vooral in de islamitische landen niet.

Lees het vorig jaar verschenen Zwartboek, samengesteld door Christine Ockrent. Deprimerende lectuur, ik kan niet anders zeggen. En Ockrent draait er niet omheen: hoe krachtiger een regime zich afzet tegen de westerse waarden, des te beroerder zijn de vrouwen eraantoe. Daar regeert, kort samengevat, de diepe angst voor al wie een vagina bezit.

Zeker, de zedenverheffing staat er hoog in het vaandel. Er hangen nergens billboards met vrouwen in goudkleurige bikini’s langs de openbare weg. Tienermeisjes dragen er naveltruitjes noch decolletés. En een ranzig programma als ’Spuiten en slikken’ is er beslist niet op televisie te zien. Maar onze zusters kennen nog geen fractie van de vrijheid die wij bezitten.

Vrijheid, het is niet anders, komt niet zonder schaduwzijden. En persoonlijk ben ik meer dan graag bereid die voor lief te nemen.

Houd dus op met dat gezeur over de seksualisering van de samenleving. Met dat wijzen naar krachten die het op ons zouden hebben voorzien. Met dat slachtofferisme. Wat wij doen of laten – dat is goddank geheel aan ons. Daar zijn wij zelf, en alleen wijzelf, verantwoordelijk voor.

Dit is een bewerking van de lezing die op 28 maart 2008 werd uitgesproken bij ‘Open en bloot?’, de viering van het tienjarig jubileum van feministisch tijdschrift Fier, in de Utrechtse Janskerk. http://www.tijdschriftfier.net/

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden