Hou op met die kankervloeken

Richelle Laurijsen (Joop van Tellingen/Trouw)

Kanker verziekt je taal! Die roep liet Richelle Laurijsen aan de wereld na. De zestienjarige overleed zelf aan de ziekte.

Ze vond het belachelijk, dat gevloek met kanker. Pijnlijk, voor haarzelf en voor andere kankerpatiënten. Daarom wilde ze een poster tekenen en ophangen op school. Het gescheld moest maar eens ophouden. Maar ze kreeg uitval in haar hand, en lijnvast tekenen ging niet meer.

Toen hoorde een reclamebureau, via het werk van haar vader, van het plan. In overleg met Richelle zouden zij wel een poster ontwerpen. Kanker verziekt je taal, en een logo in graffitiletters. Een foto erop, liefst van Richelle zelf. Maar dat wilde ze niet, want dan zou iedereen zien dat ze ziek was. Dus werden er foto's gemaakt op een school in Tilburg – de leukste jongen prijkt nu op de poster.

Wat begon als een plannetje om een poster op school op te hangen, kreeg in korte tijd landelijke bekendheid. Achttienhonderd bestellingen zijn er al binnen. Bijna vierduizend mensen reageerden in het gastenboek van de website. Supportersverenigingen mailen dat ze ’kanker’ willen schrappen uit spreekkoren – uit de stadions. En het belangrijkste: de leerlingen op haar school vloeken nu met kak in plaats van kanker.

Als kleuter al deed Richelle haar best om de wereld wat beter te maken. Huilden er kinderen, dan stond ze vooraan om ze te troosten. Op de kleuterschool had ze bovendien een ’vredesgroepje’. Met een paar vriendinnen ging ze vrede stichten als de kinderen uit haar klas ruzie maakten. Ze was een vrolijk en onbevangen kind – en kreeg dan ook volop aandacht van iedereen.

In groep vier veranderde dat. Richelle kwam niet goed mee vanwege dyslexie, bleef zitten, werd in een hoekje gezet met werkjes uit groep drie. Ze voelde dat ze anders was dan de rest en trok zich terug. Later bleek dat ze ook ADD had, een concentratiestoornis. Ze ging naar het speciaal onderwijs, al hoorde ze daar qua intelligentie eigenlijk niet thuis.

Daar fleurde ze op. Ze was niet meer de slechtste, kreeg haar zelfvertrouwen terug. En ze kreeg een hartsvriendin, Nini. Samen luisterden ze naar muziek en dansten op haar kamer. Ook in haar eentje stond Richelle vaak boven te dansen of zingen. Op muziek van Beyoncé bijvoorbeeld, maar iedere week kon ze weer een andere popartiest leuk vinden.

In die tijd stoorde ze zich al aan gescheld, en ook aan het woord kanker. Dat zei ze ook, recht voor z'n raap, al was ze in de klas rustig, dromerig zelfs. Door haar ADD reageerde ze wat trager dan anderen, maar wat ze zei klonk bedachtzaam en wijs. Vooral in de creatieve vakken kon ze zich uitleven, of het nu knutselen was of drama. Zo kwam het dat ze de hoofdrol in het kersttoneelstuk vertolkte, ook al stond ze normaal niet op de voorgrond.

Over haar leerprestaties bleef ze onzeker. Ze was altijd bang dat ze iets niet goed zou doen. Ook op de middelbare school, een regulier vmbo, zat ze wel tot na tienen aan haar huiswerk. Ze durfde niet op dansles. Hoewel ze bij muziek nooit stil kon blijven zitten, was ze bang dat ze de dansjes niet snel genoeg kon leren. Richelle sportte graag, ze probeerde van alles: paardrijden, tennis, badminton, en uiteindelijk hockey.

Ze hockeyde nog niet zo lang, toen ze pijn kreeg aan haar been. Er verscheen een bult, ter hoogte van haar kuit. Een lel met een hockeystick misschien, of overbelasting? Geen enkel smeerseltje hielp, dus toch maar naar de huisarts. Die vertrouwde het niet. In het ziekenhuis werd ontdekt dat Richelle botkanker had. Een operatie en een eindeloze serie chemokuren volgde. Richelle dichtte:

[...] Niet naar school toe kunnen gaan

Krijg ik later nog wel een baan?

Dansen, hockeyen, gymmen kan niet meer

Doet allemaal veel te zeer

Elke dag weer moe

Vele dagen naar mijn veilige kamer toe

Lekker ff janken

En denken waar heb ik dit alles aan te danken?[...]

Toch verloor Richelle de hoop niet. Ze had plezier in het leven, probeerde er wat van te maken. De buren hadden geregeld dat ze met een Lamborghini naar de laatste chemotherapie mocht, maar deden eerst voor de grap alsof ze met een Daf zou gaan – nou, dat vond Richelle eigenlijk ook al leuk.

Annemiek, een vriendin van school, kreeg in die tijd een hechte band met Richelle. Annemiek wist hoe het was om een moeilijke tijd door te maken – ze had zelf haar vader verloren. De twee begrepen elkaar. Ze vertelden elkaar alles. Dat ze zo bang was, zei Richelle vaak. Maar ze gingen ook wandelen, met de rolstoel naar de stad voor een ijsje. Of om te shoppen, want Richelle vond het belangrijk om er leuk uit te zien. Zit mijn pet wel goed, kan dit wel, vroeg ze dan aan Annemiek.

Ze hadden het ook over leuke jongens, of het nu journalisten of leeftijdgenoten waren. Via hyves had Richelle een jongen leren kennen met wie zij en Annemiek praatten op msn. Dichterbij hoefde hij niet te komen. Al leek het haar leuk als haar vriendinnen eens een date voor haar zouden regelen.

Richelle kon zich ook wel eens bot uitdrukken. Ze zei het onomwonden als een geurtje dat iemand droeg haar niet aanstond – door de chemotherapie werd ze er misselijk van. Als Annemiek voorstelde om langs te komen, zei ze ook wel eens nee, en soms snauwde ze tegen haar vriendin en ouders, uit onmacht. Maar Annemiek liet zich daar niet door weerhouden.

De kanker kwam terug. Een bult op haar been, iets hoger dan de eerste. Haar been werd geamputeerd, maar het was al te laat: de kanker zat door haar hele lichaam. Langzaam drong het besef door dat ze het niet zou gaan redden.

Richelle legde een lange lijst aan, met dingen die ze nog wilde doen. Naar het zwembad, de bioscoop, bij Annemiek logeren. Ook een reis naar New York stond erop. En daar ging ze heen, samen met haar ouders. Het Vrijheidsbeeld zien, het Empire State Building, en natuurlijk shoppen. Maar vaak was ze, eenmaal in een winkel, te moe van alle indrukken om nog te kunnen genieten.

Het liefst had Richelle nog een studie modeontwerp willen doen. Ze ontwierp zelf jurken. Haar vader, die de naaikunst van zijn moeder had afgekeken, heeft moeten beloven dat hij een paar van die jurken zou gaan maken – de stoffen zijn al gekocht.

Ze wilde beroemd worden, als modeontwerpster, al was alle aandacht voor haar anti-kankeractie ook leuk. Nog naar Londen, nog skiën met andere mensen met een amputatie.

Ze wilde niet opgeven toen ze merkte dat ze zou sterven. Maar ze kon niet meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden