Hou je waffel

Ook ik heb een keer buiten mijn vertrouwde kring ’Hou je waffel’ geroepen. Het was in India. We reden door het sprookjesachtige Rajasthan maar telkens als we stopten dromden er bedelende kinderen om ons heen. Mijn gezelschap, een lange bleke vrouw van onmiskenbaar westerse snit, stapte dan uit en sprak ze in vloeiend Hindi toe, want ze woonde al jaren in Delhi. De schoffies keken haar aan alsof de godin Lakshmi verschenen was en hielden prompt hun mond. „Hoe doe je dat?”, vroeg ik haar. „Niks, ik zeg gewoon dat ik ze kinderachtig vind en dat ze maar ergens anders moeten gaan rondhangen.” Ik vroeg of ze voor mij ook zo’n formule wist die lastige Indiërs zou afschrikken en ze leerde me dat ik dan ’tjoep’ moest zeggen of ’tjallo’, ’Hou je bek’ of ’sodemieter op’ in rond Nederlanders. Het voelde wel vernederend en koloniaal om die arme sloebers op zo’n ruwe manier toe te spreken, maar op een gegeven moment deed ik het toch maar. Ik liep in m’n eentje door Delhi en naast mij liep een voddige verschijning hardnekkig aan me te trekken en tegen me te zeuren tot ik er genoeg van had en het toverwoord tevoorschijn haalde. ’Tjoep’. Het was direct raak en klonk zelfs mijzelf volstrekt overtuigend in de oren, niet net aangeleerd maar vol ongeduld en afkeer. De man stond stokstijf stil, keek me aan of hij het in Keulen, of waarschijnlijk Bombay, hoorde donderen en draaide zich direct om – allicht om het wonder aan zijn vrienden te vertellen. ’Hou je waffel’ in de landstaal kunnen zeggen, geeft een ongekend machtig gevoel. Ook voor koning Juan Carlos, die natuurlijk keurig Spaans spreekt, moet wat hij president Chávez toevoegde als een soort vreemde taal hebben geklonken: ’por qué no te callas’, gemeenzaam voor ’waarom zwijg je niet?’ (Ongetwijfeld wordt dit het Spaanstalige ’een beetje dom’.) Het NOS-journaal had het in de vertaling nog wat aangedikt tot ’hou je waffel’ maar was dan weer teruggedeinsd voor ’hou je bek’ of ’hou je smoel’. Waffel heeft nog wel iets kinderlijks. Toch hoor ik het onze hooggeplaatsten niet gauw zeggen, Balkenende die Geert Wilders toevoegt ’hou je waffel’. In het Spaans zit het effect ’m vooral in het tutoyeren. Dat hoor je een vorst zelden of nooit doen. Hij doet dat natuurlijk niet omdat hij zelf ook niet getutoyeerd wenst te worden, integendeel, hij is iemand van de pluralis majestatis, die vorm die wij wel op school leren maar louter om de vorst te verstaan, want zelf kunnen we hem niet in ernst gebruiken. Die pluralis majestatis is overigens allang in onbruik geraakt en wordt alleen nog in wetten gebruikt: ’Wij Beatrix’ etcetera. Zelfs het befaamde ’We are not amused’ van koningin Victoria zou mede namens haar hofdames zijn uitgesproken. Maar tutoyeren is wel weer een brug verder en koning Juan Carlos heeft die genomen. Chávez schrok er trouwens niet zo van en greep vreemd genoeg de gelegenheid direct aan om over de monarchie als achterhaald instituut te beginnen. En dat terwijl die zo te zien juist haar oude, feodale omgangsvormen begint kwijt te raken. Snapt er niks van, die man.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden