Hostieroof in het veen

Van Limburg tot Groningen telt Nederland honderden voormalige bedevaartplaatsen. Trouw zoekt deze zomer naar sporen van de vergeten devotie. Vandaag het slot: het gestolen tabernakel van Weiteveen.

In de verte knettert een bromfiets. Voor de rest is alleen het ruisen van de eikebomen te horen in Weiteveen, een veendorp gelegen in de meest zuidoostelijke hoek van de provincie Drenthe. Wie over de Zuidersloot rijdt, de hoofdstraat van het dorp, krijgt ter hoogte van een heideveld talloze windturbines in het vizier. Daar begint Duitsland al.

Op de rooms-katholieke begraafplaats van het dorp valt meteen een achthoekige kapel op. Een zwaluw vliegt schreeuwend rond het kruis in de nok. Binnen staat op het altaar een grote metalen kist. Het blijkt een kluis, waarvan de deur stevig op slot zit. Het gevaarte is loodzwaar. Met enige moeite valt de brandkast heen en weer te schuiven.

Het dorp aan de rand van Nederland zou nooit een bijzondere betekenis hebben gekregen, als niet in de nacht van 4 op 5 mei 1925 enkele inbrekers het speciaal op deze brandkast hadden voorzien. In de bewuste nacht werd uit de plaatselijke parochiekerk de brandwerende kluis gestolen. In deze kist, een zogeheten tabernakel, bewaarde de pastoor zijn gewijde hosties.

Bennie Mensen (79), gepensioneerd hoofd technische dienst van een verpleeghuis in de buurt, kent het verhaal over de hostieroof uit zijn hoofd. De uiterst gemoedelijke Drent verzamelt in zijn huis alles wat met zijn geboortedorp te maken heeft. "Iedereen had een vaste zitplaats in de kerk waarvoor betaald werd. Daags van te voren was de bankpacht betaald. Sommigen dachten dat de pastoor dat bewaarde in het tabernakel", vertelt Mensen terwijl hij op het punt staat zijn privémuseum te betreden.

De diefstal trok landelijke bekendheid, waarbij vooral het katholieke dagblad De Maasbode uit Rotterdam voor veel publiciteit zorgde. Voordat Mensen voorgaat naar zijn verzameling, wijst hij in de woonkamer op een pakket foto's. Die kreeg hij zo'n 25 jaar geleden, toen zijn zoektocht naar de geschiedenis van de tabernakelroof hem in Rotterdam bracht. Daar kreeg hij foto's in handen die ooit hadden toebehoord aan de Rotterdamse journalist die bij de zoekactie in Weiteveen betrokken was. "Ze waren bijna verloren gegaan", zegt Mensen. "De nazaten van de journalist stonden op het punt om de foto's weg te gooien. Ze hadden geen idee wie en wat erop stond."

Mensen laat de afbeeldingen zien. Hij heeft ze uiterst nauwkeurig op grote stukken karton geplakt. Op verschillende foto's zijn manspersonen te zien, op zoek in het drassige veen. Toen op 10 mei 1925, vijf dagen na het incident, een groep vrijwilligers in de stromende regen de omgeving rond Weiteveen uitkamde op zoek naar het tabernakel, werd die gevonden door twee jongens. Het lag op een plaggenhoop, bedekt met veen en zoden, in een veensloot op ongeveer 600 meter van de kerk. Alles zat er nog in. Wel lagen de hosties kriskras door het tabernakel verspreid. Mensen toont de foto's van het moment van de vondst: tientallen mannen in vrome aanbidding rond de veenbult, de handen gevouwen, een knie op de grond.

Negentig jaar later is het misdrijf nog altijd niet opgehelderd. Bennie Mensen vermoedt dat er zeker drie of vier personen bij de diefstal betrokken zijn geweest. "Ik weet zelf hoe zwaar het tabernakel is", zegt hij. Hij toont een kleurenfoto waarop twee mannen met veel moeite het oude cultusobject voorttrekken. Een van de twee is hijzelf, bijna dertig jaar jonger dan nu. Die foto is gemaakt in 1985, toen de kist op de huidige plaats kwam te staan, in de kapel ter ere van het tabernakel. Mensen knikt nogmaals naar de foto. "Dat is geen ding dat je zo onder je arm meeneemt. Die kluis is loodzwaar. In het natte veen was het enige vervoermiddel een kruiwagen. Dat red je niet in je eentje."

Mensen knipt het licht aan in zijn museum. Vitrines met vaandels, heiligenbeelden, prentjes en allerlei andere devotionalia verschijnen. Alles keurig geordend en stofvrij bewaard. Een muizenvalletje staat scherp afgesteld. Mensen loopt naar een vitrinekast. Daarin liggen een kist met pijpen, een stok en een bril. "Prachtig", glundert hij als hij de spullen toont. "Dit is de geschiedenis."

De voorwerpen in de vitrine behoorden ooit toe aan pastoor Veltman, die een centrale rol speelt in het verhaal van de tabernakelroof. Want het terugvinden van de doos met hosties leidde tot een speciale cultus. Onder leiding van pastoor Veltman, werden de heilige hosties in processie teruggebracht naar de kerk. Volgens de pastoor was diefstal een gevolg van goddelijk ingrijpen, en is het tijd voor 'eerherstel': godsdienstige oefeningen ter compensatie van de beledigingen die mensen God aandoen door de zonde. In 1930 lukt het pastoor Veltman de zusters franciscanessen missionarissen van Maria naar Weiteveen te halen. In hun klooster, dat gebouwd werd naast de kerk, namen de zusters de taak op zich om de gelovigen te helpen bij hun oefeningen van eerherstel. Een paar jaar na de komst van de zusters werd het Broederschap van Eerherstel opgericht. Wat begon met de diefstal van een tabernakel mondde in de Drentse venen uit in een grote devotie tot het Heilige Sacrament.

Bennie Mensen herinnert zich nog levendig hoe op 7 mei 1950 (hij was toen zelf een knaap van 15) gevierd werd dat het tabernakel 25 jaar geleden was teruggevonden. Duizenden gelovigen trokken naar Weiteveen, en er was een grootse processie, waaraan overigens alleen jongens en mannen mochten deelnemen. "De processie begon vanaf het schoolplein. In de openlucht was er een lof, een plechtig lof."

De laatste decennia heeft Mensen geen pelgrims meer waargenomen in zijn woonplaats. Na 1950 verminderde de deelname aan de processie. Geleidelijk werden ze alleen nog gehouden bij speciale gelegenheden, zoals bij de herdenking dat de zusters een kwarteeuw in Weiteveen woonden.

Wie nu in Weiteveen op zoek gaat naar het religieuze verleden van het dorp, komt in de openlucht alleen wat schaarse sporen tegen. De katholieke kerk is op deze doordeweekse dag gesloten. De naast de kerk gelegen pastorie is omgebouwd tot een bed & breakfast en een natuurinformatiecentrum. Daarbinnen valt er van alles te lezen over veenpluis, eenjarig wollegras en struikhei. Verderop is namelijk een groot heideveld, een van de laatste in de omgeving dat nooit is afgeplagd, en waar Weiteveen tegenwoordig een bescheiden toeristenstroom aan dankt. Over het mirakel van de teruggevonden hosties in de veensloot zwijgen de informatieborden. Het vrouwenklooster, aan de andere kant van de kerk, is een aantal jaren geleden omgebouwd tot een centrum voor begeleid wonen.

Van een cultus mag dan al jaren geen sprake meer zijn, wel leeft de herinnering aan het verhaal voort. Althans bij sommigen. Bij de ingang van de begraafplaats van Weiteveen rusten twee mannen uit in hun vrachtwagentje. In de laadbak ligt een grafzerk. "Geen idee wat dat is", zegt een van de mannen, doelend op de kluis in het kapelletje verderop. Het lijkt hem ook geen zier te interesseren. De man kijkt na zijn mededelingen meteen weer op zijn telefoon. Zijn collega, die met de ellebogen op het stuur ligt, fronst zijn wenkbrauwen. Na enig graafwerk in zijn geheugen weet hij iets meer over achtergronden van de kist in de kapel. "Dat is zo'n ding, hoe heet het ook alweer, waar ze de kelk in bewaren." Opeens kijkt hij samenzweerderig: "Vind je het gek dat ze die probeerden te stelen? Zo'n kelk, die is ik weet niet hoeveel karaats goud. Daar moet het ze natuurlijk om te doen zijn geweest."

tekst

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden