Horrorfilm met stroopwafels

interview | In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Vandaag regisseur Chris Mitchell en acteur Gijs Scholten van Aschat over Nederhorrorfilm 'De Poel'.

De eerste horrorfilm van productiebedrijf House of Netherhorror is de schepping van een ongewoon schrijversduo: de als lange speelfilmregisseur debuterende Britse Nederlander Chris Mitchell (eerder mede-scriptschrijver van 'Süskind') en de van tv, toneel en film vermaarde acteur Gijs Scholten van Aschat.

Zeker van de laatste zag je een low budget 'sleazy' horrorfilm niet direct aankomen. Scholten van Aschat schreef verschillende toneelstukken en een literaire novelle ('Beretta Bobcat'). Als acteur associeer je hem met Shakespeare, Tsjechov, Maria Goos. Voor zover er bloed vloeit in die werken, is dat gemotiveerd tragisch bloed, niet het bloed-om-het-bloed van een psychopaat met een kettingzaag of een buitenaards monster met haaientanden.

'De Poel' blijkt dan ook geen doorsnee lowbudgethorror. De film werd opgenomen op een landgoed in Overijssel - waar eerder 'Wolfsbergen' van Nanouk Leopold werd opgenomen. Hij wordt gedragen door Nederlandse kwaliteitsacteurs die aan gruwel en bederf een realistische, bij momenten zelfs intieme lading geven. De kotsscène - "moest erin", zegt Mitchell, vaste prik in Nederlandse films sinds 'Turks Fruit'" - overtroeft al die eerdere kotsscènes.

Naast Scholten van Aschat als de opgefokte patriarch, een ontslagen bankier, doet ook Carine Crutzen mee als zijn teleurgestelde echtgenote en Katja Herbers als de geheimzinnige sirene. De acteurs gaven als vriendendienst aan Gijs hun vakanties op voor de opnames en hadden een enerverende drie weken in een droge zomer, getergd door een overvloed aan teken, wat cast en crew gemiddeld vijftien tekenbeten per persoon opleverde, zo meldt de persmap.

'The Shining' meets 'Deliverance', beloofde horrorproducent Jan Doense grappend, toen hij afgelopen herfst in deze krant de eerste Netherhorror-productie aankondigde. Twee bevriende gezinnen gaan samen kamperen bij een vennetje ergens in de rimboe van Overijssel. Na de eerste nacht kruipen er maden in de koelbox en zijn de appels plotseling rot. Een domper voor de wildkampeerders, maar de fanatiek naar de ware natuurbeleving en bijbehorende gezinscatharsis hunkerende ex-bankier Lennaert (Gijs Scholten van Aschat) wil per se een week blijven. Dom. Er is niet alleen iets niet pluis in de poel, ook tussen de twee bevriende gezinnen is meer aan de hand wat het daglicht niet kan verdragen.

Hoe vonden jullie elkaar?

Mitchell: "Ik ben met Gijs bevriend geraakt op de set van 'Tirza'. Dat was een lange opnameperiode, drie maanden in Nederland, daarna Afrika. Ik hielp hem met tegenspel-dingetjes. Toen ik aan het script van 'De Poel' werkte, wilde ik hem heel graag in de hoofdrol. Omdat ik wist dat hij daar niet zomaar zin in zou hebben, heb ik het snode plan opgevat om hem te laten meeschrijven."

Scholten van Aschat: "Ik ben helemaal geen horrorfan. Dat zei ik ook tegen Chris, ja luister eens, ik ga het script lezen, maar je doet me geen plezier met een horrorfilm. Ik heb niks met horror, met slasher- of zombiefilms. Maar 'Rosemary's baby', 'The Exorcist', David Cronenberg vind ik goed, en hij meldde dat hij ook meer op dat type film uit was. De relatie vader-zoon vond ik direct interessant, daar zag ik wel elementen van een Griekse tragedie in, net als in de relatie tussen de man en het wezen, die aan Odysseus en de sirenes herinnert. Voor ik het wist was ik aan het meedenken en hadden we zo'n twee jaar lang driemaandelijkse stevige sessies waarin we spraken over tekst, dialogen, psychologische thema's."

Lag in die eerste versie al veel vast?

Mitchell: "Mijn originele inspiratiebron was Jenny Greenteeth. Dat idee komt vaker voor in Europa. Jullie hebben de witte wieven. Diep in het bos heb je een meertje en daaronder woont een heks, een trol. Die wacht tot er kinderen rondlopen en trekt ze dan naar beneden om God weet wat mee uit te halen. Als kind zag ik een plaatje van Jenny Greenteeth in het boek 'Faeries', heel eng vond ik haar. Daar heb ik op voortgeborduurd. Voor het kampeeruitje dacht ik eerst aan een kantooruitje, maar dan kom je al snel op een 'slasher-idee', dat de een na de ander het loodje legt. Een familie-uitje is beter. De spanningen in een familie leveren interessantere psychologische ontwikkelingen op. Dan komt ook het idee van de bederfelijkheid van het eten beter tot zijn recht."

Voor een horrorfilm krijgen de personages verrassend veel reliëf.

Scholten van Aschat: "We hebben veel gesproken over wat je nodig hebt om de personages goed neer te zetten; uitgedacht hoe het zat met dat uitgebluste huwelijk: niet één obstakel maar allerlei irritaties. De man is nogal egocentrisch, weinig empathie met zijn kinderen, niet communicatief, en toch meent hij dat hij het goede doet. De gedachte was steeds dat het over mensen moest gaan, meer mensen dan effecten. Dat was Chris zijn uitgangspunt, zijn verdienste, om het over mensen te hebben die in een horrorsituatie terechtkomen, in plaats van een horrorfilm waarin mensen terechtkomen. Voor de acteurs was het bovendien belangrijk om de personages honderd procent serieus te nemen. Hoe zou het zijn als dit je overkomt, dat was de vraag. De beste horrorfilms zijn op die manier character-driven."

Mitchell: "Daarom hebben we ook gekozen voor een trager begin. Soms begint een horrorfilm met honderd kilometer per uur, iemand in het nauw, grote borsten, mes, maar zo'n heftig begin heb ik altijd saai gevonden. In het begin moet je juist de tijd nemen om de mensen te leren kennen. Zodat je je later, als het echt erg begint te worden, met ze identificeert. In het begin hebben we bewust een scène ingelast dat het kamperen wel leuk is. Dat ze even als God in Frankrijk zitten. Anders zie je alleen ruziënde mensen."

In de setting in het bos herinnert de film aan 'The Blair Witch Project'. Hebben jullie naar andere films gekeken?

Mitchell: "Nee, bewust niet. Een van mijn inspiratiebronnen was 'Long Weekend', een Australische film van midden jaren zeventig. Een echtpaar met huwelijksproblemen gaat kamperen en alles gaat mis, de natuur keert zich tegen hen. Maar tijdens het schrijven kijk ik zo'n film niet, veel te bang dat ik iets ga schrappen omdat het er te veel op lijkt. En ik wil zeker niet bewust naar andere films verwijzen. Ik wil geen 'camp'. Ik heb een hekel aan films die de hele tijd knipogen. Kijk eens, dit is hetzelfde shot als in die film. Dat vind ik verschrikkelijk. Een film moet zijn eigen universum creëren en we hebben een unieke wereld gecreëerd met 'De Poel'. We willen niet dat de film op andere films lijkt, dat kan toevallig zo zijn, maar het is niet de bedoeling."

Zijn jullie bezig geweest met het Nederhorror-gehalte van de film?

Scholten van Aschat: "We hebben het erover gehad dat je in Nederland eigenlijk niet kan verdwalen. Dat we misschien naar België moesten. Maar toen heeft Chris volgehouden dat het in Nederland moest zijn. Ik ben naar vennen gaan zoeken en kwam tegen dat in de tachtigjarige oorlog een heel dorp in het bos was verdronken door de Spanjaarden en jaren later kwamen daar nog lijken boven drijven. Dat was een verdoemd ven, daar ging je niet heen. Dat verhaal is toen in korte versie in de film beland in het spookverhaal dat Rob bij het kampvuur vertelt."

Mitchell: "Het Nederlandse van deze film is het unique selling point. Dat hebben we zeker willen uitbuiten. Die Hollandsheid is een pluspunt voor de internationale markt. En dus gaat het over kamperen, is er gezeur over stroopwafels. Je ziet het in de manier waarop de kinderen met hun ouders omgaan, gevloek van vaders tegen hun kinderen en andersom.

"Typisch Nederlands is trouwens ook dat ze in het begin naar een ideaal plekje aan het zoeken zijn en dat hij dan zegt, maar hier is het leuk toch, en dat je dan de snelweg hoort. Dat heb ik zo vaak meegemaakt in Nederland. Dan is er prachtige natuur en dan hoor je toch weer auto's. Hij blijft maar doorzoeken naar een plek waar je niets meer hoort en die vindt hij dan ook, maar dat is dan toch niet helemaal een goede beslissing."

Na het schrijven stonden jullie ook nog samen op de set. Is er toen veel veranderd?

Mitchell: "Een belangrijke verandering was wel het meisje. In het script was dat nogal een leeghoofd, alleen met haar nagels bezig. Maar op de set zag ik haar in stoere kleren en bedacht dat ze sterker moest zijn, dat ze iets alternatiefs moest hebben. Gijs was ook altijd op de set aanwezig, dus als iets niet klopte konden we tussentijds herschrijven."

Scholten van Aschat: "In de montage heb ik me teruggetrokken. Dan zijn er zoveel krachten die hun werk doen. Er zijn nog heel wat darlings gesneuveld in die fase. Veel scènes rond Jenny die ik geschreven had. Mijn lievelingsscène tussen de vader en de zoon waarin ze handlangers worden. Je maakt een film eigenlijk drie keer. Bij het script, op de set, en in de montage. De verschillen tussen die versies zijn heel groot."

Heeft horror een functie? Is het iets voor angstige mensen, zoals Stephen King zegt?

Scholten van Aschat: "Angst is een gevoel. Mensen willen iets voelen. Bang zijn voor spinnen en je daar dan over aanstellen. Zelf heb ik ontzettende hoogtevrees. Als in een film mensen van een dak afspringen, heb ik al pijn in mijn buik, het gevoel te vallen. Dan is er zo'n YouTubefilmpje van mensen die langs een afgrond rijden in de Himalaya en dan wil ik het toch zien."

Mitchell: "Gruwelijke verhalen gaan terug naar de Grieken. Het idee om de dood te confronteren. Eraan wennen dat we allemaal ziek worden, dat we geen controle hebben."

Scholten van Aschat: "Vond je de film eng?"

Zeker. Ik heb zelfs een keer door mijn vingers gekeken.

Beiden: "Ah. Heel goed."

Nóg drie Nederlandse horrorfilms

De financiering van horrorfilm 'De Poel' is een voorbeeld van nieuw cultureel ondernemerschap: vriendendiensten en crowdfunding en nog maar een deel subsidiegeld.

Alles begon bij de eetclub voor gefrustreerde fantastische filmmakers, waaraan ook Jan Doense en Herman Slagter (The House of Netherhorror) meededen, en Chris Mitchell. Tijdens deze met pizza's en nieuwe plannen gevulde avonden kwam het plan op om vier lowbudgethorrorfilms te gaan maken waarbij men elkaar onderling behulpzaam zou zijn.

Zo heeft Barend de Voogd geassisteerd op de set van 'De Poel' en zal Chris Mitchell op zijn beurt assisteren bij de Voogds film 'Bijlmer Voodoo'. Toenmalig intendant van het Filmfonds Ate de Jong was enthousiast en kende een ontwikkelingssubsidie toe. Later subsidieerde het Filmfonds één 'pilot'-film. De keuze viel op 'De Poel' omdat Mitchells scenario het verst gevorderd was en de film met maar zeven personages op één locatie budgettair het meest levensvatbaar was. Geld werd ook geworven via crowdfunding-site Nieuw Nederlands Filmplatform en distributeur Just Bridge Entertainment.

De drie films die nu nog op stapel staan zijn 'Nieuw Bloed' (over een experimenterende arts en hondsdolle vampiers), 'Bijlmer Voodoo' (over mensensmokkelaars en voodoo in de Bijlmer) en 'In het duister' (over spookachtige gebeurtenissen in een Fries landhuis).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden