’Hopen voor Suriname’

null Beeld

Dat de meesten in Nederland gruwen van de benoeming van Desi Bouterse tot president van Suriname doet in Paramaribo of Brokopondo niet ter zake. Daar zijn er tekenen dat Bouta serieus genomen wordt en zelf zijn rol serieus neemt.

Bas den Hond

Uit Communiqué no. 37, het verslag van de Krijgsraadzitting 23 juni 2010 in het 8 December strafproces:

Omstreeks 10.00 uur wordt de zitting geopend, en de zaak van de verdachte D.B. afgeroepen. De verdachte is niet ter terechtzitting aanwezig, zijn raadsman is dat wel. Gevraagd naar de reden van afwezigheid van zijn cliënt, stelt de raadsman dat deze doende is zijn kabinet te formeren.

De komende tijd zal Desi Bouterse wel vaker brutaalweg verstek laten gaan bij zijn berechting voor 15-voudige moord. Staatszaken gaan natuurlijk voor. Een president is in Suriname regeringsleider, geen lintjesknipper.

 Vijf jaar zal Suriname het moeten doen met de keus die de Nationale Assemblee afgelopen maandag deed. Een keus die enthousiast werd begroet door de krappe helft van de bevolking die op Bouterse stemde. Dat de meeste Surinamers in Nederland ervan gruwden, zoals zaterdag uit een Trouw-onderzoek bleek, en de Nederlandse regering al evenzeer, doet in Paramaribo, Nickerie of Brokopondo helemaal niet ter zake.

 Op eigen houtje heeft Suriname besloten, de lokroep te volgen van de man die als eenvoudig sergeant in 1980 al precies wist waar het met het land heen moest. „Ja, wat moet het oordeel luiden over een democratie als dat het resultaat is”, mijmert Paul Wander van de denktank Inter-American Dialogue, gespecialiseerd in het Caribisch gebied.

 Wander volgt Suriname niet heel intensief, moet hij bekennen, want het is nu eenmaal klein, en baart ook met een president Bouterse nog niet zoveel zorgen als pakweg Haïti, waar hij net vandaan komt. Toch is er wel een overeenkomst met dat halve eiland, waar het al slecht ging voor de aardbeving van januari: „Ik begrijp dat het proces over de Decembermoorden vooruit kwam, en dat zal ongetwijfeld hebben meegespeeld bij zijn kandidatuur. Juist in het Caribisch gebied het is niet ongewoon om een verkozen ambt als beste verdediging te zien tegen een strafklacht. In Haïti al helemaal, daar is de scheidslijn tussen politieke en criminele leiders tamelijk diffuus.”

 Van de regering van de VS verwacht Wander geen grote gebaren. „Ze zullen er zo min mogelijk mee in de krant willen staan. Misschien dat er binnenkort een woord of een zin van komt in een toespraak van minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton.”

 Landen die met een staat als Suriname te maken hebben, denkt Wander, moeten zich vooral afvragen hoe het zo ver heeft kunnen komen. „Daar hebben de VS regelmatig mee te maken: democratieën die niet verkiezen wie wij zouden willen. En doorgaans komt dat simpelweg doordat de economische ontwikkeling de mensen teleurstelt. In Haïti zie je daardoor heimwee naar de verdreven ex-president Bertrand Aristide, en zelfs naar de dictatuur van de Duvaliers. Ik neem aan dat dit in Suriname ook heeft meegespeeld. De economische omstandigheden zijn de afgelopen jaren natuurlijk voor niemand gunstig geweest.”

Heeft Desi Bouterse echt de ambitie, op dat vlak verschil te maken? Dat hij om zijn vele afwezigheid zijn zetel in het vorige parlement kwijtraakte, zegt nog niet alles, denkt politicoloog Hans Breeveld van de Anton de Kom universiteit in Paramaribo. „Dat was ook niet echt zijn ding, debatteren en discussiëren is niet zijn sterkste kant. Maar binnen zijn eigen partij heeft hij wel degelijk echt leiding gegeven.”

 Breeveld zag na de stemming in de Nationale Assemblee tekenen dat Bouterse serieus genomen wordt en zelf zijn rol serieus neemt. Hij werd door verliezend kandidaat Chandrikapersad Santokhi, die als minister van justitie sinds 2005 verantwoordelijk is voor zijn berechting, met zijn benoeming gefeliciteerd. „Dat de oppositie dit doet is niet gebruikelijk in Suriname. En hij heeft geantwoord dat hij dit zeer geapprecieerd heeft.”

 De verkiezing van Bouterse zegt niet alleen iets over het historische besef van de Surinaamse kiezers, maar ook over hun politieke gedrag. Als een van de weinige steunt Bouterse’s politieke groepering, de Mega Combinatie, niet op één etnische groep. „Dat is echt een paradigma-wisseling”, denkt Breeveld: „Je ziet onder de bevolkingsgroepen een emancipatieproces. De Afro-Surinamers en de Hindoestanen zijn daar al doorheen; de marrons (de bosnegers uit het binnenland) en in zekere zin de Javanen wat minder. En ik verwacht dat dat nu zal versnellen. In de tijd van de militaire regering speelde de etniciteit ook minder een rol. Ik weet niet of de daarop gebaseerde partijen nog lang zullen blijven bestaan.”

 Daarbij past dat Bouterse als vice-president koos voor iemand die niet duidelijk met zijn partij verbonden is, Robert Ameerali, voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Breeveld kent hem goed, hij is commissaris geweest van het eigen bedrijf van Ameerali. „Het heet Djinipi. Dat betekent konijn. Het is een copy center snap je wel, daar vermenigvuldig je van alles. Ameerali had altijd veel kritiek op het bureaucratische systeem van Suriname. Minder bureaucratie zou de ontwikkeling van Suriname echt bevorderen.”

 Het is gelopen zoals het verwacht werd na de verkiezingen, zegt de politicoloog. „En nu hopen we maar dat het voor het volk van Suriname een verbetering zal zijn.” En met de mantra die al jaren in het land te horen is: „Suriname is in potentie een rijk land, op basis van grondstoffen per hoofd van de bevolking het zeventiende rijkste land van de wereld. Maar wel met 60 procent van de mensen onder de armoedegrens.”

En nu ook met een president die in het buitenland weinig respect zal genieten. Hoe goed of slecht is dat voor de economische ontwikkeling?

Als je naar Anton Edmunds in New York stapt, die zijn hele beroepsleven al bedrijven adviseert over investeren in het Caribisch gebied, zul je er weinig over horen. „Eerlijk gezegd verdiep ik me niet in de achtergrond van de leiders van al die landen. Ik zou hoogstens geïnteresseerd zijn vanwege de reactie van Nederland, of er nog ontwikkelingshulp wordt stopgezet of iets dergelijks.”

 Afgezien daarvan – wat gemakkelijk kan omdat de Nederlandse ontwikkelingshulp aan Suriname wordt afgebouwd – let Edmunds vooral op wat er in het land zelf gebeurt: „Doet het systeem in Suriname wat het moet doen? Dat is wat iedereen die de democratie hoog heeft, wil weten, maar ook de zakenman. Als het proces tegen Bouterse doorgaat, en het blijkt dat hij verantwoordelijk is voor die moorden, zal hij moeten aftreden, erkennen dat het recht zijn loop moet hebben.”

 En dat is voor het zakendoen even belangrijk als voor het rechtsgevoel. Wetteloosheid maakt zakenlui kopschuw. „Ik hoop dat hij zich niet ontwikkelt tot dictator. Maar verder kijken we naar een land als Suriname als een geheel. Is er beleid dat niet leidt tot eerbiediging van de wetten en tot transparantie? Dat leidt tot onteigening van datgene waarin je hebt geïnvesteerd?”

 Hij kan het nog even aanzien, want klanten die zijn advies willen over Suriname zijn er nu niet. Ze komen ook maar zelden voorbij in zijn New Yorkse kantoor. „Om allerlei redenen is het land niet zo bekend. Het ligt buiten de gebaande paden. Voormalig Nederlands, denken ondernemers, dat zal dan wel betekenen dat het er niet hetzelfde toegaat als in voormalige Engelse koloniën. Mijn klanten zitten in de financiële sector, scheepvaart en toerisme, die zien Suriname doorgaans niet als een plek waar ze moeten zijn.”

 Om dat te veranderen moet Suriname weten wat het wil, is Edmunds gratis advies. „Kleine landen hebben de neiging alles te willen kunnen, terwijl de capaciteit bij de overheid beperkt is. Je moet een paar gebieden kiezen waarop je sterk wilt zijn.”

 En als vice-president Ameerali werkelijk de bureaucratie weet aan te pakken, heeft hij in Edmunds een fan: „Erken gewoon dat zakendoen in het hele Caribische gebied niet bepaald gezien wordt als eenvoudig. Zorg er nou voor dat procedures vlot verlopen. Bij een investeerder krijg je een, hoogstens twee kansen. Daarna ben je hem voor altijd kwijt.”

Uit Communiqué no. 37, het verslag van de Krijgsraadzitting 23 juni 2010 in het 8 December strafproces:

Na de argumenten van zowel de verdediging als de vervolging gehoord te hebben, wordt aangegeven dat de Krijgsraad zich hieromtrent zal beraden. Het onderzoek tegen de verdachte wordt uitgesteld naar 23 juli as. op welke datum de beslissing zal worden gegeven ten aanzien van de relevantie van de opgegeven getuigen.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden