Hopen op een pikzwarte zaterdag

Frankrijk | La douce France: geen Nederlander ontkomt aan de aantrekkingskracht van dit land. Er is nu zelfs een museum over dit verschijnsel.

Vandaag begint de allerdrukste vakantieperiode van Frankrijk, met traditioneel enorme files op de Franse snelwegen. Het wordt een zwarte zaterdag waarop de zogenoemde juliettistes alweer naar huis gaan en de aoûtiens vertrekken. Geen hotelier, campingbaas of restauranthouder zegt het hardop - want het klinkt te onsympathiek - maar gedacht wordt het ongetwijfeld: hoe meer mensen in de file, hoe beter.

Want het Franse toerisme kan wel wat positieve cijfers gebruiken. Naast de gebruikelijke vraagstukken voor de Franse toerismesector - hoe houden we de kwaliteit van onze hotelkamers op peil en wat willen Chinezen nou precies - spelen er deze zomer grote factoren waaraan weinig valt te sturen. Zoals de koersval van het Britse pond na de Brexit en het effect van de terroristische aanslagen. Vooral Russische, Japanse en Amerikaanse toeristen pasten na 'Parijs' en 'Nice' hun plannen acuut aan. Zo meldde de directeur van het Parijse hotel Plaza Athénée dat de telefoon op 15 juli roodgloeiend stond vanwege Amerikanen die reserveringen annuleerden voor deze zomer. En veel al aanwezige gasten vertrokken acuut: een schade van 60.000 euro op een dag.

Nu is zo'n Parijs' vijfsterrenhotel geen typische vakantiebestemming voor de meeste Nederlandse Frankrijkgangers. Wat doen zij? "Het is nog koffiedik kijken, maar ik denk dat ze deze zomer gewoon weer afzakken naar de door hen zo geliefde campings, huisjes en hotelletjes overal in het land. Aanslagen of geen aanslagen, we houden van dit land."

Aldus Ger Verhoeve, een Nederlander die sinds tientallen jaren studie maakt van de liefde van de Nederlander voor Frankrijk. 'La séduction française' noemt hij het. Een paar jaar geleden bezweek hij zelf voor deze Franse verleiding en kocht een huis in Fontcouverte, een plaatsje in het diepe zuiden van Frankrijk, tussen Carcassonne en Narbonne.

Eeuwenlang was in het pand een bakkerij gevestigd, maar nu heeft Verhoeve een deel ingericht als wat hij denkt dat het allereerste reismuseum ter wereld is: eenentwintig vitrines stampvol met een klein deel van zijn verzameling reisboeken, kaarten, gidsen, plattegronden, brochures en reclamefolders. De muren hangen vol met affiches, gravures en souvenirs. Ze vertellen hoe de Nederlander door de eeuwen heen zo'n enthousiaste Frankrijkganger is geworden, met heerlijke boektitels zoals de eerste ANWB-gids voor Frankrijk, uit 1923: 'Reiswijzer voor het buitenland ten dienste van automobilisten, wielrijders en motorwielrijders'.

"Wij reizen nu gewoon maar voor ons plezier, maar dat was vroeger wel anders", vertelt Verhoeve tijdens de rondleiding langs zijn collectie. Tot het eind van de achttiende eeuw hoorde bij een reis vrijwel altijd een serieuze aanleiding, zoals oorlog, een bedevaart, handel of wetenschappelijk onderzoek. Een enkele bevoorrechte Hollandse jongeling kon vanaf de zeventiende eeuw al op een 'grand tour', voor zijn algemene ontwikkeling. "Op het programma stonden meestal Italië en Frankrijk. Het eerste land vanwege de oudheid en de kunst, Frankrijk voor het leren van omgangsvormen, dansen, paardrijden, de taal, conversatie en soms nog wat rechtskennis."

Schrijvers en schilders

De Amsterdammer Jacob Muhl wordt in het kleine museum opgevoerd als een van die eerste zeldzame toeristen die in 1778 'gewoon voor de lol' naar Parijs was afgereisd. Per koets. Een rit van een volle week. Pas in 1876 kon je de Lichtstad binnen een dag bereiken en 'met droge voeten', dankzij het Franse spoorwegnetwerk en de aanleg van de Moerdijkbrug en de bruggen over de Oude en de Nieuwe Maas.

Veel van de eerste Nederlanders die de Franse Côte d'Azur bereikten, waren Nederlands-Indiëgangers. Verhoeve: "In 1867 ging het Suezkanaal open en even later konden dankzij die Nederlandse bruggen mensen vanuit ons land met de trein naar Marseille reizen en daar aan boord gaan van een schip naar het Verre Oosten."

Ook schrijver Louis Couperus reisde ooit via Marseille. Hij woonde jarenlang in Nice en omschreef de nu helaas zo beruchte boulevard als 'zoo een interessante samenklontering van menschlijke ondeugd en zonde (...) dat onze artiestenzielen tevreden zijn'.

Parijs organiseerde tussen 1855 en 1900 vijf wereldtentoonstellingen en die trokken vanuit alle windstreken steeds meer bezoekers: stond de teller in 1855 op vijf miljoen, de Exposition Universelle van 1900 trok vijftig miljoen betalende bezoekers. Parijs peperde het de wereld in: dit is de metropool van elegance, weelde en vermaak. Uit de hele wereld kwamen schilders op deze inspiratiebron af. Ook vanuit Nederland. Verhoeve noemt Isaac Israëls, Vincent van Gogh, Jan Sluijters, Kees Maks, Theo van Doesburg, Piet Mondriaan. En zucht: "Het blijft jammer dat Breitner nooit naar Parijs is afgereisd."

In 1914 doet journalist Leo Faust dat wel. Hij is Verhoeves grote held: "Deze schrijver heeft als een voorloper van Jan Brusse de ware aard van Parijs bekendgemaakt bij de Nederlander. Want in zijn boeken en gidsjes ging het niet om het monumentale Parijs en de oude geschiedenis, maar om het Parijs van het plezier, van eten, drinken, dansen en vooral ook om het ondeugende en gewaagde Parijs. Je kon met hem meegluren in een voor de Hollander werkelijk zondige wereld met Josephine Baker, de nachtclub Les Folies Bergères en minder onschuldige etablissementen. Zijn rijk met foto's geïllustreerde boeken werden in Nederland als half pornografisch beschouwd."

Reisvereniging

Na de Eerste Wereldoorlog ontstond ook eindelijk voor de niet-rijken zoiets als vrije tijd, met een aantal doorbetaalde vakantiedagen. "Een uitstapje naar Parijs ging het liefst met een reisvereniging, want het bleef een avontuur", weet Verhoeve. Maar sommige gewone burgers zakten helemaal af naar de verre, exotische Middellandse Zeekust, waar de markt voor het luxe overwintertoerisme was ingestort en nu het zomerseizoen populair werd. In de grootse palazzo's waar eerst alleen de Europese adel werd gezien, liepen nu 'gewone' beter gesitueerden rond. En tal van bohémiens, dat oude Franse woord voor iedereen die niet in een keurslijf paste. Een van hen was de Nederlandse etser en schilder Philippe Zilcken die in 1925 het liefdevolle boek 'Langs wegen der Fransche Riviera' schreef, waarvan ook een exemplaar ligt in Verhoeves expositie.

In 1936 opende koningin Wilhelmina bij Moerdijk de eerste autobrug over de grote rivieren en publiceerde de ANWB het album 'Frankrijk als toeristenland'. Voor het eerst werd Frankrijk als compleet toeristenparadijs neergezet, met hoofdstukken als 'Langs de Loire', 'Naar en door Bretagne' en 'Normandisch toerisme'.

Na de Tweede Wereldoorlog ging het hek van de dam en ontstond er een ware vloedgolf van boeken, artikelen en gidsen over Frankrijk. Qua aantallen toeristen was er eerst vooral competitie met vakantieland Duitsland. Verhoeve: "De Nederlandse snelweg sloot zo prettig aan op de Autobahn en niet iedereen was geporteerd van het Franse eten of de Franse stap-toiletten. Frankrijk was eerst vooral het vakantieland van artsen, notarissen, individualisten en eigenwijzen. Maar rond 1980 had Frankrijk Duitsland ingehaald als belangrijkste vakantiebestemming. Je kan tegenwoordig 's zomers toch nergens meer in Frankrijk rondlopen zonder Nederlandse stemmen te horen?

"Die enthousiaste Nederlandse toeristen zijn trouwens ook weleens het doelwit van acties geweest", herinnert Verhoeve zich. "In de jaren zeventig werden op muren in de Ardèche en Dordogne leuzen gekalkt als 'NL go home!' We besteedden te weinig in de winkels en kochten te veel huizen, vonden sommigen. Een enkele makelaar die volgens de actievoerders te veel zaken deed met Nederlanders werd bedreigd."

Op internet valt niet veel meer te vinden over die vijandigheden. Er is wel nog een paar jaar oude radioreportage van France Bleu te beluisteren, waarin winkeliers uit de Ardèche verzuchten - het is eind augustus - dat de Nederlanders helaas weer naar huis zijn.

"Alle vooroordelen over hun gierigheid zijn achterhaald. Ze kopen dan misschien maar een tomaatje of komkommer per keer, maar ze komen wel steeds terug."

Wie het hele verhaal over de Franse verleiding bij Ger Verhoeve wil komen bekijken, kan hem bereiken via www.defranseverleiding.nl.

samedi classé noir

'Zwarte zaterdag' is een begrip dat is ontstaan na de zomer van 1975. In dat jaar liep op zaterdag 2 augustus het verkeer van en naar Spanje volledig vast op de Route Nationale 10: zestigduizend auto's stonden in zeshonderd kilometer file. Er vielen dat snikhete weekend 145 doden in het verkeer. Het jaar daarop werd Bison Futé actief: de overheidsorganisatie die verkeersinformatie en routeadvies geeft. De naam betekent letterlijk 'de slimme bizon' en is een woordspel rond het begrip 'bis'. Een 'route bis' is een alternatieve route. Via de site www.bison-fute.gouv.fr wordt verteld waar files en vertragingen zijn te verwachten, in het Frans, Engels en Spaans. En via kleuraanduidingen: bij groen is er niets aan de hand, op oranje en rode dagen is het geregeld sukkelen en stilstaan. En op een zwarte zaterdag kan je je misschien maar beter helemaal niet op de Franse wegen vertonen.

Alhoewel, wij Nederlanders zijn natuurlijk wel wat gewend. Het Franse filerecord dateert uit 2014 met op het hoogtepunt 994 kilometer. In de winter van 2013 haalde het veel kleinere Nederland al eens 1007 kilometer, vanwege sneeuwval in het zuidwesten van het land.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden