Column

Hopen op een nog lang niet voltooid leven

Beeld Maartje Geels

Ik had nog nooit met een man geslapen tot ik Menno leerde kennen. Zoals ik hier al eerder memoreerde leerde ik hem pas in 2011 kennen, hoewel we al 54 jaar – Menno’s leeftijd – neven van elkaar zijn. 

Onze vaders, Heere en Marcus Heeresma, spraken op een gegeven moment alleen nog via de media met elkaar – en niet in de vriendelijkste bewoordingen. Daar hadden Menno en ik niks mee te maken, maar het was er mede oorzaak van dat we zeker twintig jaar geen contact hebben gehad. Menno werd een succesvol advocaat en ik, wel, ik niet.

Daags na de dood van mijn vader, in 2011, belde Menno mij om te condoleren. Hij vertelde dat hij sinds 2009 ALS-patiënt is en inmiddels bezitter van een elektrische rolstoel. Toen ik hem voor het eerst thuis bezocht, was het een schok om mijn grote, ooit zo sterke neef in een rolstoel te zien. Die schok werd getemperd door zijn strijdbare karakter. 

Hoewel we zo goed als vreemden voor elkaar waren geworden en op politiek en maatschappelijk gebied vaak tegengestelde opvattingen bleken te hebben, konden we het direct goed met elkaar vinden. We delen een diabolische humor, een liefde voor wapens en het Jodendom, en natuurlijk het Heeresmaschap; een onverschrokken principiële houding. Zo kwetsbaar als hij is, Menno gaat voor niets of niemand opzij. Wie zijn werk niet goed doet of zijn beloften niet nakomt, die krijgt de wind van voren; vroeger nog verbaal, nu per met de mondmuis geschreven e-mail.

Menno woont in een mooi appartement vlakbij Artis, de dierentuin van Amsterdam. Die woning is een hoeksteen van zijn kwaliteit van leven; te moeten leven in een verpleeghuis noemde hij monsterlijk. Menno heeft 24 uursverzorging nodig. De organisatie daarvan heeft hij zelf in handen. Het vinden van geschikte verzorgers is een constante bron van zorg en vaak ging het maar net goed.

Bulgaarse verzorgsters

Tegenwoordig gaat het wat beter dankzij een kern van toegewijde Bulgaarse verzorgsters, maar in het verleden is het weleens voorgekomen dat er geen verzorger voor de nacht was. Ik ben toen een paar keer bij Menno blijven slapen om toezicht op de beademing te houden en zonodig alarm te kunnen slaan. In die tijd rookte hij nog. Omdat zijn armen al verlamd waren haalde ik de sigaret uit zijn mond om de as af te tippen, waarna hij een teug lucht uit het mondstuk van zijn beademingsslang nam.

We keken naar fijne oorlogsfilms en wanneer het tijd was geworden om te gaan slapen – meestal niet eerder dan een uur of drie – zette ik het ¬beademingsmasker op zijn gezicht. Dit was een secure handeling die niet iedere verzorger beheerste; vaak bleef er met veel lawaai lucht ontsnappen.

Ik sliep op een bank in Menno’s slaapkamer. Nadat ik het licht had uitgedaan, vertelde ik nog een scabreus verhaal waarin Oost-Duitse kogelstootsters en Russische gewichthefsters figureerden. Ik hoorde Menno in zijn masker grinniken. Meermaals moest ik opstaan omdat het masker was verschoven of omdat Menno met zijn hoofd een tik tegen de alarmbel had gegeven.

Van slapen kwam niet veel, maar dat deerde niet. Mijn nachten met Menno behoren tot de leukste van mijn leven. Door hem heb ik de betekenis van het woord Männerfreundschaft leren kennen. En dan zwijg ik nog maar van de lessen die ik heb geleerd van de manier waarop hij met zijn ziekte omgaat. Je hoort tegenwoordig veel over ‘voltooid leven’ en de ‘kwaliteit’ daarvan. Welnu, als ALS-patiënt heeft Menno veel aan de kwaliteit van mijn leven bijgedragen en ik hoop dat hij dit nog lang wil blijven doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden