Hopen op de lange zwarte man

De verkiezing van Barack Hussein Obama tot president van de Verenigde Staten leidt tot torenhoge verwachtingen bij moslimgemeenschappen over de hele wereld. Elk met hun eigen motieven, schrijft Nahed Selim. „De schoonzoon van Mohammed zou ooit hebben voorspeld dat in de verre toekomst, ’een lange, zwarte man’ de leiding zal nemen over het sterkste leger op aarde en het Westen zal veroveren.”

Van China tot Cuba, van Zuid-Afrika tot Groenland – de hele wereld heeft zijn hoop gevestigd op de man die op 20 januari geïnstalleerd zal worden als de 44ste Amerikaanse president, Barack Obama. Vooral in de moslimwereld zijn de verwachtingen onwaarschijnlijk hoog.

Praktisch alle Amerikaanse moslimorganisaties, hoe verschillend ze ook zijn, waren verrukt over de verkiezing van Obama. The American Muslim Taskforce on Civil Rights and Election verklaarde dat „onze natie is verrezen [*] tot een nieuwe majestueuze hoogte”. The Muslim Public Affairs Council, The American Islamic Relations, The Islamic Circle of North America, The Muslim Alliance in North America – ze waren allemaal even lyrisch. Louis Farrakhan, leider van de Nation of Islam – beweging van Afro-Amerikaanse moslims – die samen met Obama op meerdere foto’s is te zien, beschouwt hem zelfs als een soort profeet. Hij zei dat als Obama spreekt, de messias beslist aan het woord is. Ook de moslims in Egypte, Jordanië, Irak, India, Indonesië en op de Filippijnen waren enthousiast. The New York Times noemde de reacties na de verkiezingen zelfs euforisch.

In de moslimwereld speelt het feit dat de tweede naam van de nieuwe president Hussein luidt, een niet te onderschatten rol. Ook voor sjiieten heeft die naam veel betekenis. In het Arabisch betekent Barack Hussein ’de zegen van Hussein’. Barack, of Baraka betekent ’zegen’. En Hussein was de kleinzoon van de profeet Mohammed. Voor de sjiieten is hij een van de heilige imams. Zijn vader, Ali ibn Abi-Talib, de schoonzoon van Mohammed, was de vierde kalief, en de stichter van de sjiitische richting.

Volgens de Iraanse columnist Amir Taheri heeft deze imam ooit voorspeld dat in de verre toekomst, „een lange, zwarte man” de leiding zal nemen over het sterkste leger op aarde. Hij zal het Westen veroveren en zal een teken met zich meedragen van de derde heilige imam. De naam van de derde sjiitische imam luidt Hussein. Het enige wat niet klopt is de geografische aanduiding. De sterke man zou namelijk uit het Oosten komen.

Verder zegt de profetie: „De sjiieten moeten dan geen twijfel hebben dat deze lange man aan onze kant staat.” Volgens genoemde columnist betekent Obama in het Perzisch ’Hij [is] met ons’.

Het zou kunnen dat de sjiitische associaties bij de tweede naam van Obama een verklaring bieden voor de gretigheid waarmee de leiders van Iran en Hamas de nieuwe president hebben begroet. Een logischer verklaring is de sektarische rivaliteit binnen de islam zelf, die in het Midden-Oosten een steeds grotere rol speelt. Sinds de stichting van de islamitische staat in Iran in 1979 en zijn ambitie om de grootste macht van het Midden-Oosten te worden, zijn de sektarische verschillen tussen soennieten en sjiieten drijfveer voor talloze machtsconflicten in de regio. Het is dan logisch dat beide partijen hun best doen om de nieuwe baas van het machtigste land ter wereld – die door zijn moslimvader en zijn jeugd in islamitische landen verrassend genoeg banden blijkt te hebben met de islam – naar hun kant te trekken.

Zo feliciteerde de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad Barack Obama al één dag na de verkiezing met zijn overwinning. Het was voor het eerst sinds 1979 dat een Amerikaanse president werd gefeliciteerd. Hoe anders was Ahmadinejads houding tegenover de voorganger van Obama. Vorig jaar nodigde hij president Bush uit zich te bekeren tot de islam. In westerse ogen lijkt dat bizar of zelfs vriendelijk. In werkelijkheid is het een vermomde oorlogsverklaring, althans als de uitnodiging publiekelijk wordt gedaan door het hoofd van een islamitische staat en gericht is aan het hoofd van een niet-islamitische staat.

Het staatshoofd kan de uitnodiging accepteren; dan wordt hij een bevriend staatshoofd. Hij kan de uitnodiging ook afwijzen; dan is de moslimleider gerechtigd om oorlog tegen hem te voeren. Een derde mogelijkheid is dat hij accepteert een jaarlijkse bijdrage te betalen aan de moslimleider, de zogeheten djizia.

Bekende voorbeelden van christelijke staatshoofden die door moslims uitgenodigd werden zich te bekeren tot de islam zijn keizer Leo III en Karel Martel. Hun antwoorden werden bekende data in de wereldgeschiedenis: Constantinopel, 717, Poitiers, 732.

Bush heeft destijds wijselijk niet gereageerd op Ahmadinejads invitatie. Toch verklaarde Iran niet de oorlog aan de VS. Maar een uitnodiging kan herhaald worden, net zo vaak tot Iran beschikt over kernwapens. Zonder die wapens heeft Iran weinig kans van slagen.

Waarschijnlijk is de hele uitnodiging aan Bush alleen bedoeld om prestige te verwerven binnen de moslimwereld. Iran toont aan wél te durven wat Saoedi-Arabië in alle jaren van betrekkingen met de Verenigde Staten niet heeft aangedurfd: de islamitische plicht tot dawa nieuw leven inblazen. De missie en bekering van de hele wereld.

Ook Hamas – dat niet alleen zijn wapens maar zelfs zijn fascistoïde zwarte uniform en groene bandana aan Iran te danken heeft – kon niet wachten totdat Obama gekozen werd. Al tijdens de verkiezingscampagne begon Hamas met publiekelijke pogingen tot toenadering.

Een topadviseur van Hamas, Ahmed Yousef, zei tijdens een interview (WABC Radio) dat zijn organisatie de buitenlandse visie van Obama steunt. Hij vergeleek Obama met John F. Kennedy, een groot man met grote idealen. Obama heeft volgens hem de visie om de VS te veranderen en in staat te stellen om de wereld te leiden, maar niet op een dominante, arrogante manier.

Vier dagen na de overwinning van Obama noemde Hamasleider Khaled Meshaal, in een interview met televisiezender Sky News, de verkiezingsoverwinning van Obama ’een grote verandering, politiek en psychologisch’. Meshaal feliciteerde Obama en zei dat zijn beweging klaar is om met hem te praten.

Waarover willen zij het allemaal hebben met Obama?

Dat hangt natuurlijk enigszins af van hun oriëntatie en positie. Maar ondanks de vele onderlinge ideologische verschillen hebben de moslimfans van Obama allemaal hetzelfde verlanglijstje als het gaat om de verhouding tussen de Verenigde Staten en de Arabisch-islamitische wereld. Een ’goede’ Amerikaanse president zou een aantal heikele kwesties op een bepaalde manier moeten afhandelen. Dan pas kan hij de goedkeuring van de islamitische wereld krijgen. Dit zijn onder meer: een pro-Palestijnse oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict, een snelle terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak, en beëindiging van de oorlog tegen de taliban in Afghanistan. Verder mogen de Verenigde Staten zich niet bemoeien met Iran, zelfs als dat land kernwapens maakt. En ten slotte moet het zuiden van Pakistan met rust gelaten worden.

Er bestaat ook een wenslijstje met minder urgente kwesties. Zou de nieuwe president daarvoor óók kunnen zorgen, dan zouden moslims wereldwijd helemaal uit zijn hand eten. Dat wenslijstje bevat Kasjmier, Tsjetsjenië, een deel van de Filippijnen (onder leiding van Abo Sayyaf en zijn terreurgroep) en de provincie Xinjiang. Het zijn allemaal gebieden waar zelfstandige islamitische staatjes moeten komen, afgesplitst van respectievelijk India (de laatste islamitische terreuraanslagen in Mumbai moeten in dit licht gezien worden), Rusland, Filippijnen en China.

Zodra moslims in een niet-islamitisch land een zeker percentage van de bevolking bereiken, dan willen ze zich afsplitsen. Waarom? Omdat ze het niet kunnen accepteren om onder on-islamitische regels te moeten leven. Daarom streven ze op z’n minst naar de vorming van een onafhankelijk islamitisch bestuur dat de islamitische wet kan uitvoeren. Vooral familierecht en erfrecht zijn daarbij van belang.

Dat zijn, tragisch genoeg, precies de wetten die de dominantie van mannen over vrouwen garanderen: op het gebied van huwelijk, scheiding, polygamie, voogdij, ouderlijke gezag, alimentatie, kledingsvoorschriften, seksualiteit, opleiding, werk en mobiliteit. De islamitische wereldvisie brengt, heel in het algemeen, met zich mee dat mannen bepaalde godgegeven rechten hebben gekregen en vrouwen vooral veel godgegeven verplichtingen. Kom je die niet na , dan lijkt het leven niet te kloppen zoals Allah het bedoeld heeft.

Het gaat telkens om een provincie met een islamitische meerderheid in een niet-islamitisch land. Zo is ook in 1947 Pakistan ontstaan, toen het zich van India afsplitste om een land te vormen alleen voor moslims, met islamitische wetgeving. De rest van India, met talloze verschillende religies en bevolkingsgroepen, kon zich heel goed vinden in een democratische staatsvorm en in een formele scheiding tussen politiek en religie. Daar wilden ze wél samen in vrede in hetzelfde land kunnen wonen. Zelfs in China, waar de moslims niet de enige minderheid zijn met een andere religie, zijn moslims de enige Chinezen die een gewapende strijd met rellen en bomaanslagen voeren voor zelfstandigheid. Een heel andere stijl dan de strijd in Tibet. Dat vecht ook voor zelfstandigheid en voert oppositie, maar doorgaans zonder geweld en terreur.

Terug naar Obama. Wat wil hij zelf met de moslimwereld? Staat hij fundamenteel anders tegenover de wensen van moslims dan andere Amerikaanse presidenten?

Hij heeft gezegd dat hij bereid is met Iran te praten zonder voorwaarden vooraf te stellen. Dat is op zichzelf verstandig. Waarschijnlijk zullen die gesprekken weinig opleveren, maar niet praten levert ook weinig op. Bovendien is het goed mogelijk dat al dat verbale vertoon van Iran alleen voor binnenlandse consumptie en voor de islamitische wereld is bedoeld, zonder dat de leiders er iets van menen. Oosterse leiders zijn wat dat betreft minder principieel dan westerse.

Wat ze voornamelijk willen is macht winnen en aan de macht blijven. Dat gaat dikwijls gepaard met grootspraak, met moslimtrots en moslimeer. Obama begrijpt dat soort retoriek, denk ik. Gezien zijn eigen verkiezingsredes en -beloftes kan hij er immers zelf ook wat van.

Toch denk ik dat Obama niet erg sympathiek staat tegenover Hamas of tegenover Iran. Anders had hij veel eerder gereageerd op de oorlog in de Gazastrook tussen Israël en Hamas. Hij had Israël veel explicieter veroordeeld en gemaand om te stoppen met de bombardementen. Uit het zwijgen van de pas verkozen president tot nu toe blijkt dat hij het best vindt als Hamas een kopje kleiner gemaakt wordt door Israël – in het voordeel van Fatah en de Palestijnse Autoriteit.

Wat dat betreft vertoont de positie van Obama gelijkenis met die van Saoedi-Arabië, de grootste rivaal van Iran in de regio. En ook met die van Egypte dat niets moet hebben van Hamas, een dochterorganisatie van de Moslimbroeders die felle oppositie voeren tegen president Moebarak. In feite zouden zowel de Moslimbroeders als Hamas er niet voor terugdeinzen Moebarak (en straks diens zoon Gamal die al klaargestoomd wordt voor het presidentschap) met geweld af te zetten als de tijd ervoor rijp is.

De weerzin van Saoedi-Arabië tegen Hamas, hoewel niet altijd publiekelijk uitgesproken, komt doordat Hamas (net als Hezbollah) een handlanger is van Iran. Saoedi-Arabië is, anders dan Iran, soennitisch. Daarnaast is het voor het land belangrijk om de status quo te bewaren die de politieke macht bij het koningshuis legt, in ruil voor religieuze vrijheid voor de geestelijken. Zowel Hamas als Iran houden politiek en religie liever in dezelfde handen. En beide zijn te extreem naar de smaak van het Saoedische koningshuis, en een te grote destabiliserende factor.

Het is, kortom, voor verschillende regimes in het Midden-Oosten maar goed dat het Israëlisch-Palestijnse conflict blijft doorgaan. De strijd kanaliseert en absorbeert de vechtlust onder de bevolking; de gewone moslim kan het martelaarschap verwerven door zich in te zetten voor een grote, nobele zaak. Zo kunnen de regimes rustig van hun absolute macht blijven genieten terwijl het volk wordt beziggehouden met een groot, maar onmogelijk doel: de bevrijding van Palestina. Misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom geen enkele oplossing voor het conflict in het Midden-Oosten blijkt te werken – ondanks twintig jaar vredesonderhandelingen.

Ziehier de complexiteit van de verwachtingen die de moslimwereld koestert van Obama. Het volk wil het verlanglijstje dat ik eerder heb genoemd, terwijl de machthebbers de schijn willen ophouden dat er gestreden wordt voor al deze zaken.

Een westers leider die dat allemaal begrijpt en het spel meespeelt is moeilijk te vinden. Obama is niet helemaal westers. Zijn Afrikaanse, islamitische componenten maken hem beter in staat om dit spel mee te spelen.

Waarschijnlijk zal hij ze allemaal te slim af zijn.

Nahed Selim is schrijfster en tolk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden