Hopelijk is dit niet Ramdas' echte leven

In 'Badal' schetst de Surinaams-Hindoestaanse publicist Anil Ramdas een treurig beeld van een journalist-schrijver in verval. Maar wat moeten we met dat relaas? Staat zijn verloedering soms voor deze tijd?

Het echt bestaande tijdschrift dat onlangs nog wat zuur werd afgebeeld in het laatste boek van journalist Joris van Casteren, vormt nu ook een decor in de debuutroman van journalist Anil Ramdas. Deze keer heet het blad niet Het Tijdschrift maar Het Weekblad, en ook hier is de baas herkenbaar als wijlen Martin van Amerongen van De Groene Amsterdammer."Behalve om zijn onverstaanbaarheid stond de hoofdredacteur bekend om zijn kapsel, waarmee hij iets had van een 18de-eeuwse componist", lezen we in 'Badal'.

De talentvolle Harry Badal wordt door hem benaderd om voor Het Weekblad te gaan schrijven. Het blad heeft 'schrijvers met glamour' nodig, en de hoofdredacteur ziet veel in Badal, een Nederlandse schrijver met Hindoestaans-Surinaamse achtergrond, die de sterke opinie niet schuwt. De hoofdredacteur wil dat zijn lezers gekastijd worden en Badal mag dat gaan doen.

Maar bij zijn eerste essay, waarin hij de Hindoestanen bekritiseert om hun slechte smaak, ondervindt Badal al enige gewetenswroeging. De lezers van Het Weekblad behoren tot de blanke culturele elite; is dit essay nu zelfkritiek of veredelde roddel?

Dat is zeker een heikele kwestie, en een die vaker opduikt in deze bevreemdende roman. Bevreemdend, omdat Ramdas zijn eigen levensverhaal incognito lijkt op te dienen, zonder dat duidelijk wordt wat nu echt is en wat verzonnen.

Je hoopt wel dat er veel verzonnen is, want het gaat steeds slechter met deze Harry Badal, die niet alleen in gestalte op de cover, maar ook in carrière erg veel met de schrijver gemeen heeft. We treffen hem op de eerste bladzijde anno 2010 in Zandvoort, waar hij, verlaten door vrouw en kinderen, zijn intrek neemt in een studio om van een zware alcoholverslaving af te komen en nieuw werk voor te bereiden. Badal wil een studie maken van de white trash in Zandvoort, de Tokkies, de Wilders-stemmers, dit - zo blijkt later - ook als antwoord op 'Het multiculturele drama' van Paul Scheffer. Grof gezegd: waarom zouden de nieuwkomers zich moeten verheffen en aanpassen, terwijl het met het beschavingsniveau van de witte meerderheid zo droef gesteld is?

Dat klinkt behoorlijk coherent, maar de lezer vermoedt al snel dat het van zulk baanbrekend denkwerk niet meer zal komen. Korsakov ligt op de loer. Niet alleen geeft Ramdas aan zijn roman motto's mee van medealcoholisten Malcolm Lowry ('Under the Volcano') en Leonard Cohen ( 'That don't make it junk'), ook de titel van het eerste hoofdstuk biedt al weinig hoop: 'This is the end, beautiful friend'.

Tja. Wat is dit voor boek? Het echte leven wordt een roman als er een schrijver aan het roer zit die structureert en betekenis geeft, maar 'Badal' leest lang alsof Ramdas een emmer leeggooit, of beter: een krantenbak. We volgen Badal omhoog en omlaag, langs weekblad, televisie, krant, India, ziekenhuis, Zandvoort. Hij interviewt Naipaul en Stuart Hall, oreert over Columbus, over Conrad, de Rushdie-affaire, Scheffer, Wilders en de verschrikkelijke Arundhati Roy. Hij verliest zijn grip.

Is het de drank? Zijn het de anderen? Gaandeweg tekent zich een schrijnend portret af van een ontheemde verslaafde; een narcist die lijdt onder een eeuwig minderwaardigheidscomplex en die dat zelf het beste weet. Een man die zich ergert aan zijn vrouw als ze wil dat hij, als er Hindoestaanse kennissen komen, de namaakcola ruilt voor Coca Cola, maar die zelf voortdurend bezig is om zijn plaats in de rangorde te bepalen. Te veel baboe (dienaar) en te weinig sahib (meester). Zulk hyperbewustzijn vraagt om beneveling. Vraag is alleen wat we met deze 'roman' aan moeten. Wat wil de schrijver met deze vallende man? Vormt hij een spiegel van de verloedering? Moeten we hem redden?

Anil Ramdas: Badal.
De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 9789023459040; 411 blz. € 19,90

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden