'Hoorspel moet naar vernieuwende vormen zoeken'

In het Theatermuseum aan de Amsterdamse Herengracht 168 kunnen bezoekers tot en met 3 mei experimenteren met een regenmachine, een gierende storm laten ontstaan, een scheepskanon afvuren en een leger soldaten laten marcheren. Dat alles in de nagebouwde hoorspelstudio, die een onderdeel vormt van de tentoonstelling 'Anders dan Schouwspel'.

FRED LAMMERS

De tentoonstelling is samengesteld door Leander Tijdhof (27), net afgestudeerd in de theaterwetenschap aan de Utrechtse Rijksuniversiteit. Zijn eindscriptie over het Nederlandse hoorspel maakte hem tot de juiste persoon een tentoonstelling over dit onderwerp in elkaar te zetten.

Leander: "Het was een hele opgave. Tijdens mijn studie had ik al ondervonden dat er over de geschiedenis van het hoorspel bitter weinig is bewaard. Hetgeen er nog is moet je op de meest uiteenlopende plaatsen zoeken. Als je zo'n onderwerp op een tentoonstelling ook nog visueel moet maken, wordt het helemaal een moeilijke klus."

"Natuurlijk vond ik het een en ander in het Omroepmuseum. De omroepen zelf hebben nauwelijks iets en als ze al wat hebben is dat niet geinventariseerd. Dan is het niet te plaatsen. Acteurs zijn ook niet erg bewaarderig. Bij regisseurs heb je meestal meer geluk. En dan is er nog Sjef van Rooij, die in de loop van de jaren een indrukwekkende verzameling heeft aangelegd op het gebied van het Nederlandse hoorspel."

Ome Keesje

In zijn archief trof Leander al lang verloren gewaande opnamen aan. "Hij heeft met name opnamen van Ome Keesje, de legendarische hoorspelserie van de Vara. Bij het NOB hebben ze daarvan ook nog enige (weer andere) afleveringen, maar die hebben ze behandeld met een ruisonderdrukker. Het gevolg ervan was dat de stemmen enorm zijn vervlakt. Omdat de originele opnamen zijn weggegooid, is dat niet meer te herstellen. Sjef van Rooij had gelukkig nog een originele opname. Vraag me niet hoe hij zijn collectie bij elkaar heeft gebracht. Je moet je relaties hebben. Van Rooij heeft op die manier glasplaten met opnamen te pakken gekregen die bij de omroepen in de vuilnisbak lagen."

Gedeelten daarvan zijn te horen op de tentoonstelling. Via koptelefoons kunnen de bezoekers terug gaan in de tijd naar 'Potasch en Perlemoer' in een bewerking van Kommer Kleijn, door de Avro uitgezonden in 1937, en 'Doodenhuis' van de Vara uit 1939, bewerkt en geregisseerd door S. de Vries. Uit recenter tijd is er veel meer, zoals een aflevering uit de KRO-serie 'Sprong in het heelal' uit 1955. Natuurlijk ontbreken Paul Vlaanderen en de 'De Familie Doorsnee' niet.

Eva Janssen, die als Ina Vlaanderen furore maakte, aanvaarde de uitnodiging naar de opening van de expositie te komen met plezier. Als ruim tachtigjarige neemt ze nog regelmatig gastrollen aan. "Vooral de oude foto's die hier hangen zijn enig. Wat is dat allemaal lang geleden."

Justine Paauw, hoofd drama Avroradio en -televisie en groot voorvechtster voor herwaardering van het hoorspel, greep de opening aan om haar ideeen te ontvouwen. Hilversum begint te ontdekken dat het hoorspel niet is uit te bannen. Het vervelende is dat de meeste hoorspelen op onmogelijke tijdstippen worden uitgezonden.

In dat verband pleitte zij voor horizontale programmering. Dat dit vruchten afwerpt bewijst de BRT met 'Het Koekoeksnest' dat dagelijks rond twaalf uur 's middags de lucht ingaat. Die hoorspelreeks loopt nu al een paar jaar en heeft een luisterdichtheid van twintig procent. Een indrukwekkend percentage, waarmee Paauw de komende maanden Hilversum aan haar kant zal proberen te krijgen. Voorwaarde voor het succes van zo'n dagelijkse serie is wel dat je goede auteurs hebt voor het schrijven van de scenario's.

Leander Tijdhof heeft zich bij de tentoonstelling, die werd vormgegeven door Monique Verstallen, vooral op het verleden gericht. Dat gaat verder terug dan velen denken. Het eerste hoorspel, een door de latere Avro-pionier Willem Vogt geschreven 'Nieuwjaars-wensch van de Amateurs Thomasvaer en Pieternel' werd 3 januari 1924 uitgezonden. Het was een wereldprimeur. Avro en Vara waren in die vooroorlogse jaren de grote leveranciers van hoorspelen.

Baanbrekend

De KRO begon er in 1935 mee, de NCRV pas in 1947. Daar was het Ab van Eijk die baanbrekend werk verrichtte met radiofonische composities. Dat liep niet altijd gesmeerd. In de jaren zestig kwam Van Eijk in de problemen toen hij in het programma 'Vers in het gehoor' poezieteksten gebruikte van de homoseksuele Jaap Harten. Programmaleider Gerard Hoek verbood die uitzending. Ab van Eijk werd tijelijk geschorst toen hij zich daartegen verzette.

Leander Tijdhof concludeert dat het hoorspel in Nederland "een verdrukte culturele vorm" is. "Er is in de jaren tachtig nauwelijks sprake van vernieuwing geweest en in planmatig opzicht staan de hoorspelproducenten alleen in de verdediging van hun belangen. Hoorspelmakers zitten binnen hun omroep op een eilandje. Naar buiten zijn er echter regelmatig contacten, zelfs met Vlaanderen."

Leander Tijdhof noemt het belangrijk dat wordt gezocht naar vernieuwende vormen, gericht op een breder publiek, zoals comedy en literair hoorspel.

Leander is optimistisch over de toekomst van het hoorspel. "Het hoorspel zal altijd blijven. Maar het is wel belangrijk hoorspelen niet naar Radio 4 of 5 te verbannen. Ze passen goed op de familiezenders. Hoorspelen zijn in verhouding tot documentaires duur, naar radiomaatstaven. Maar het is een goedkope theatrale kunst waarmee je diepere dingen duidelijk kunt zeggen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden