Review

Hóór je die depressies dan?

Mozartbiografieën waren er ook al vóór het Mozart-jaar.Welke zijn eigenlijk de beste en vooral: welke biografen doenmeer dan psychologiseren en maken ons iets duidelijk overMozarts muziek?

Een tijd lang heb ik gedacht dat de belangrijkeMozart-biografie van vlak na de oorlog geschreven moest zijn door'de' Albert Einstein. Maar het was zijn neef Alfred (1880), eenpaar jaar jonger dan zijn beroemde oom, die in 1945 'Mozart:sein Charakter - sein Werk' publiceerde.

Opmerkelijk is, dat Einstein in zijn biografie nietchronologisch te werk gaat, maar systematisch. Het boek isverdeeld in grotere, overkoepelende thema's, zoals 'de Mens' (metonder andere een hoofdstuk over Mozart en het 'eeuwigvrouwelijke'), en 'het Werk', onderverdeeld in instrumentaal envocaal.

Dat 'eeuwig vrouwelijke' is de dichterlijke titel voor Mozarts liefdesleven: in de eerste plaats zijn relatie met zijnnichtje Maria Thekla (het 'Büsle'), aan wie hij heel wat 'vieze'brieven heeft geschreven. Maar ook Mozarts hevige verliefdheidop prima-donna's als Aloisia Weber - haar zuster Constanze werdlater zijn vrouw - en Nancy Storace komen goed in beeld.

De uitgebreide aria mét een pianosolo 'Non temer, amato bene'('Vrees niet, welgeliefde' (Köchel-nummer 505)) componeerdeMozart uitdrukkelijk voor deze Nancy en hemzelf. Einstein legtgoed uit waarom hij het stuk ziet als een 'liefdesverklaring intonen'. Zijn boek geldt na meer dan een halve eeuw nog altijd alseen zeer leesbaar standaardwerk.

Het heeft er na Einstein lange tijd naar uitgezien dat eenkloeke visie op Mozarts leven én werk achter de horizon wasverdwenen. De Weense musicoloog Erich Schenk publiceerde in 1955een pil van 750 bladzijden met als titel 'Mozart: sein Leben,seine Welt'. Werkelijk iedereen die ooit met Mozart in contactis gekomen heeft in Schenks biografie een plekje gekregen. Maarmet Mozarts muziek houdt Schenk zich niet bezig. Als Mozart voorde Salzburgse gravin Lodron en haar twee dochters een concertschrijft (Köchel 242), dan heeft Schenk het dus niet over diedrie pianopartijen. Maar geboorte- en sterfjaren van dezeadellijke familie worden ons níet onthouden.

Vanaf de jaren zeventig komt er met de Duitse'beroepsdilettant' Wolfgang Hildesheimer een radicale ommekeerin de bejegening van het onderwerp 'Mozart'. Hildesheimer keerdezich tegen de idealisering en harmonisering van Mozarts leven enwerk en koos voor een sterk psychologische aanpak. Zijn 'W.A.Mozart' (1977) viel aan welhaast hymnische lofprijzingen tenprooi, maar zijn intuïtieve beschouwingen, die trouwens vaaktot een 'hoofdstuk' van bijna 400 pagina's uitdijden, stuittenook op kritiek.

Vergeleken met Einstein pakt Hildesheimer ferm uit overMozarts leven: hij citeert met graagte uit de brieven aan het'Büsle' en plaatst Mozarts relatie met de twee zangeressen aanhet ene eind van diens 'erotische scala', het nichtje aan hetandere. Dat lijkt me trouwens een doeltreffende plaatsbepaling.Maar de musicologische expertise van Hildesheimer schiet vaaktekort, en dat wreekt zich onder meer als hij hetzang-piano-orkeststuk voor Nancy Storace kenschetst als een'ietwat geforceerde en niet tot in alle onderdelen gelukkigecombinatie'. Waarom hij dat vindt, wordt niet duidelijk.

Ook de beroemde socioloog Norbert Elias, wiens 'De sociologievan een genie' in 1991 op de Nederlandse markt kwam, schuwt eenpsychologische benadering niet. Hij schrijft bijvoorbeeld: “Zozou je kunnen spreken van een manisch-depressievepersoonlijkheidsstructuur met paranoïde trekken.“ Hóór je diedan soms?, vraag ik me dan af.

Met Maynard Solomons 'Mozart - A Life' kwam in 1995 weer eenseen zeer doorwrochte biografie uit. Heel veel aandacht besteedtSolomon aan de relatie vader en zoon, aan de financiële handelen wandel van de Mozarts (die hij in een historische contextplaatst) en aan het sociale leven van het gezin Mozart. Solomonverzet zich tegen het beeld van Mozart als het 'eeuwige kind'.Vreemd genoeg gaat hij niet in op Mozarts eerdergenoemde ariavoor Nancy Storace. Juist deze 'liefdesverklaring' had een toepasselijke plek verdiend binnen Solomonsmuzikaal-psychologische werkwijze. Slechts drie van de 32hoofdstukken gaan alleen over de muziek: over langzame delen,over schoonheden en 'vreselijke symmetrieën'. Persoonlijk hadik graag nog wat meer van Solomons sublieme, sensibel geschrevenen theoretisch adequate analyses in het boek willen tegenkomen.

Een fraai staaltje van muzikaal 'biografisme' is KonradKüsters 'Mozart. Eine musikalische Biographie': Deze biograaflegt een heel duidelijke relatie tussen noten en biografie.Tekenend is, dat hij van Mozarts, zoals hij ze noemt, 'beruchte'brieven aan het 'Büsle' alleen dat epistel citeert waarin geenvies woord te bekennen valt, maar waar er wel sprake is van een'beloofde sonate'. Vergelijk dat eens met Hildesheimer ofSolomon. En wat dat pianoconcert voor die drie gravinnen inSalzburg betreft: Küster maakt als enige duidelijk dat Mozartscompositie rekening houdt met de pianistische capaciteiten vandie adellijke dames. De derde pianopartij voor Josepha, dejongste dochter, was in het geheel van zo geringe betekenis datMozart van dit concert later zonder veel schade een arrangementvoor 'slechts' twee piano's en orkest kon maken. Een muzikaalinformatieve opmerking, die je in Solomons meer dan 600bladzijden tellende boek niet zult aantreffen.

Al met al verdient de biografie van Kuster de voorrang,vooral voor Mozart-liefhebbers die meer willen weten over zijnmuziek. Wie vooral meer benieuwd is naar Mozarts karakter enleven, hoeft minder kritisch te zijn.

De auteur is universitair docent muziekwetenschap aan deFaculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden