Hoop voor Nederlandse atletiek, ondanks de deceptie van Rio

terugblik | Het merendeel van de Nederlandse atletiekploeg faalde op de Olympische Spelen. Toch is er vooruitgang, tergend langzaam.

Het is alsof de duvel ermee speelt. Op het moment dat Sifan Hassan werd ontdekt als looptalent met ongekende mogelijkheden, stopte de Atletiekunie met het programma midden- en lange afstanden, MiLa genaamd. MiLa is sinds deze maand terug als speerpunt, maar Hassan brak vorige week met de grondlegger ervan, haar ontdekker Honoré Hoedt.

De tot Nederlandse genaturaliseerde vluchtelinge uit Ethiopië veroverde vanaf 2013 op de 1500 en 5000 meter op stormachtige wijze de internationale erepodia. Binnen haar ambities past geen verlies, vandaar dat het olympische seizoen uitmondde in een bittere teleurstelling.

De 23-jarige atlete begon het jaar in Portland met de wereldtitel 1500 meter indoor. Met dat zoet kreeg Hassan tijdens een aansluitend trainingskamp ook het zuur van een topsportcarrière te slikken. Tijdens een uitstapje naar de Grand Canyon vertilde ze zich aan de zware Bright Angel Trail. Haar blessure was zo ernstig dat ze niet op tijd klaar was voor Rio, waar ze vijfde werd.

Het is te makkelijk om bij het ontstaan van die blessure de link te leggen met de samenwerking met Hoedt, die er niet bij was. Maar misschien was hij te vaak niet in de nabijheid van zijn pupil, die bekendstaat om haar eigenzinnige karakter en meedogenloze wil tot winnen.

Na het opheffen van MiLa in 2012 hield Hoedt dat programma zelf in stand, met Hassan als uithangbord. Hij werd daarbij parttime coach van de Noren, er moest immers brood op de plank komen. Dat had als nadeel dat Hassan vaak zonder zijn begeleiding in het buitenland verbleef voor wedstrijden of trainingskampen. Die constructie vond Hoedt niet ideaal, Hassan heeft er een einde aan gemaakt. Ze wil meer trainingstijd in het buitenland doorbrengen.

Loterij met weinig kansen

Niet alleen voor Hassan werden de Spelen een teleurstelling, dat gold voor bijna de hele atletiekploeg. Met hooggespannen verwachtingen in een loterij met weinig kansen liggen decepties voor het oprapen.

Er is een opvallende link met vier jaar geleden. 2012 was de eerste keer dat Olympische Spelen werden voorafgegaan door een EK. Op toernooien van dat niveau is Nederland deze eeuw steeds beter gaan scoren, maar het is twijfelachtig of daar pieken, zo dicht op de Spelen, verstandig is. Vier jaar geleden toog Nederland beladen met twee gouden en drie zilveren Europese medailles naar Londen. Het olympische niveau bleek vervolgens veel te hoog. De vier finaleplaatsen waren voor driekwart op het conto te schrijven van de voor Nederland debuterende Antilliaanse sprinter Churandy Martina.

De EK van Amsterdam werden in juli op alle gebieden een groot succes. Sportief vanwege de vier gouden, een zilveren en twee bronzen medailles, waarmee Nederland vijfde in de medaillerangschikking werd. In Rio moest de tiende Europese plaats worden gedeeld met Bulgarije, Denemarken en Wit-Rusland.

Te vroeg gepiekt dus op de EK, waar de grote landen het 'rustig aan' deden, waar de beste Europese sprinter Christophe Lemaitre wegbleef om in Rio brons te winnen. Dat scheelde op de 200 meter ten opzichte van Europees 100-meterkampioen Martina weliswaar slechts duizendsten van een seconde, maar dat soort fracties zijn beslissend.

Meerkampmalaise

Het Europese niveau was voor Hassan, die in Amsterdam wedstrijdritme moest opdoen, laag genoeg voor zilver. Anouk Vetter werd op de zevenkamp zelfs verrassend Europees kampioen, om in Rio als tiende te delen in de meerkampmalaise. Juist bij die allrounders, in de kern de breedste en sterkste Nederlandse specialiteit, blijken de olympische verwachtingen vaak overspannen.

De deceptie van Rio, als die zo mag worden gezien, was een voorspelbare. Vier jaar geleden voor Londen waarschuwde Peter Verlooy, toenmalig technisch directeur en grondlegger van de professionele programma's op Papendal, conclusies te verbinden aan de succesvolle EK. "Je moet het verleden kennen om de toekomst te kunnen zien."

Dat verleden dicteert een ijzeren wet: dat in de mondiale atletiek een veelvoud aan kansen nodig is voor het winnen van één (hoofd)prijs. Rio bracht na het goud van Ellen van Langen (800 meter) in 1992 de eerstvolgende olympische atletiekmedaille. Waar op (zelfs twee keer) goud was gehoopt, werd het voor Dafne Schippers zilver op de 200 meter. Het fundament dat Verlooy begin deze eeuw op Papendal legde, werpt wel degelijk vruchten af. Al vordert de olympische progressie tergend langzaam. Kwantitatief is die te meten aan het groeiende aantal atleten dat aan de verzwaarde Nederlandse limieten voldoet. Rio kende een recordploeg van 32 leden. Het overgrote deel presteerde onder niveau, misschien deels wel door die zware, uitputtende limieten.

Marathon

Kwalitatief was vooruitgang te meten op basis van finaleplaatsen (beste acht). In Peking (2008) haalde Nederland er drie; in Londen (2012) vier en in Rio vijf. In Brazilië ging het in alle gevallen om individuele klasseringen, van Churandy Martina (5de 200 meter), Dafne Schippers (5de 100 en zilver 200), Sifan Hassan (5de 1500) en Susan Kuijken (8ste 5000 meter).

Daarbij kan gevoeglijk de 11de plaats worden gevoegd van Abdi Nageeye op de marathon, veruit de breedst beoefende olympische atletiekdiscipline. Hij was op die discipline de beste Nederlander na het zilver van Gerard Nijboer in 1980.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden