Reportage

Hoop doet leven aan de Shams-Elysées

Bijna elke dag is er een huwelijk in kamp Zaatari. De Syrische bruiden kunnen terecht bij een aantal winkels in het vluchtelingenkamp om een bruidsjurk te huren Beeld Guido Koppes

In het uiterste noorden van Jordanië zijn 80.000 Syriërs neergestreken in het een na grootste vluchtelingenkamp ter wereld. Voorlopig zijn ze nog niet weg. 'Als je over twee jaar terugkomt, staat hier een huis met twee verdiepingen.'

Het gaat goed met de zaken van Aboe Shahed. Zijn supermarkt is een van de best gesorteerde winkels aan de Shams-Elysées, de winkelstraat van Kamp Zaatari - verblijfplaats van 80.000 Syrische vluchtelingen in het noorden van Jordanië. Een batterij vrieskisten herbergt ingevroren vis en vlees, de schappen zijn gevuld met keurige rijen blikvoedsel, toiletartikelen en keukenspullen. Je kan hier eieren kopen, snoep voor de kinderen of een nieuwe braadpan.

De 37-jarige Aboe Shahed, die in een onberispelijk wit overhemd achter de kassa zit, heeft zijn bedrijf (met vijf man personeel) van de grond af opgebouwd. In Syrië zat hij in het vastgoed, had hij auto's en twee huizen. Maar toen hij vijftien maanden geleden het land ontvluchtte met zijn vrouw en twee kinderen, had hij geen cent bij zich. "Ik was een paar keer gearresteerd en mishandeld in de gevangenis. Ik moest weg. We hebben wat kleren ingepakt en dat was alles."

Zelfvoorzienend
Psychologisch was Aboe Shahed er wel klaar voor. "Toen we vertrokken heb ik tegen mijn vrouw gezegd: als we nu weggaan, is dat voor minstens vijftien jaar. Op de tweede dag hier ben ik begonnen met een handeltje in gedroogde tuinbonen - een favoriete snack in Syrië maar hier toen nog niet te krijgen. En kijk: inmiddels heb ik deze winkel, en een Jordaanse leverancier die me alles kan leveren." Hij kijkt trots. "Syriërs kunnen overal hun leven maken."

Dat laatste beaamt Kilian Kleinschmidt van harte. De flamboyante Duitser (type Indiana Jones) is namens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR kampcoördinator van Zaatari dat sinds de opening, anderhalf jaar geleden, is uitgegroeid tot het op een-na-grootste vluchtelingenkamp ter wereld (na een kamp met Somalische vluchtelingen in Noord-Kenia). Kleinschmidt houdt kantoor in het 'basiskamp', een omheind trailerpark aan de rand van Zaatari waar een deel van het internationale personeel zich ophoudt.

Kleinschmidt heeft uitgebreide ervaring opgedaan in Pakistan, Soedan, Somalië, Bosnië. Maar vluchtelingen als de Syriërs heeft hij niet eerder meegemaakt: "Ze zijn zo zelfvoorzienend, ze hebben een enorme energie om handel te drijven. We hebben meer dan duizend winkels hier! Ik heb nooit zo veel initiatief meegemaakt. Ik heb kampen gezien die na twintig jaar dit stadium pas hadden bereikt."

Die ondernemingszin is een positief element, het geeft mensen in het kamp extra inkomsten en waardigheid. Maar er zijn ook schaduwkanten. In feite is de economie van Zaatari, die naar Kleinschmidts schatting een maandelijkse omzet heeft van tachtig miljoen dinar (bijna honderd miljoen euro), voor een groot deel illegaal. De aanwezigheid van zoveel internationale hulp - in de vorm van goederen en voorzieningen - werkt dat in de hand. Voor de vluchtelingen is alles handel, van de broden en tenten die ze gratis uitgereikt krijgen, tot en met de blauwe vluchtelingenkaarten waarmee ze die hulpgoederen kunnen bemachtigen.

Winkels als die van Aboe Shahed bevinden zich in een economisch schemergebied, tot grote irritatie van de ondernemer zelf. Hij wijst om zich heen: "Voedsel mag ik verkopen, maar keuken- en toiletspullen eigenlijk niet". Voor de aanlevering van producten is hij in feite overgeleverd aan zijn Jordaanse leverancier. "Alles kan naar binnen, als je maar betaalt. Ik heb geen onderhandelingspositie."

 
Eerst was er weinig gemeenschapszin. Mensen braken publieke toiletten af en namen de onderdelen mee naar huis
Beeld Trouw: SS

Graag betalen
Er zijn meer obstakels. Aboe Shahed rommelt in zijn kassa, waar contant geld in ligt maar ook een flinke stapel waardecoupons van zes dinar die vluchtelingen sinds kort uitgereikt krijgen om zelf inkopen te doen. "Verderop zitten Jordaanse winkeliers die de bonnen officieel mogen aannemen. Ik ben niet geregistreerd, dus kan ik die coupons niet inwisselen. Dus moet ik ze onder de prijs doorverkopen."

Hij wijst naar de overkant van de straat, waar een elektriciteitspaal staat. Uit de paal zijn tientallen draadjes getrokken, die de winkels van stroom voorzien - ook die van Aboe Shahed. "Ik betaal niet voor de elektriciteit. Maar ik zou het graag doen, als ik in ruil daarvoor legaal kan worden. Uiteindelijk is dat voor mij voordeliger, en ook voor mijn klanten."

Zo'n legaliseringsproces is precies waar kampcoördinator Kleinschmidt mee bezig is. Hij is, langzaam maar gestaag, het vluchtelingenkamp aan het omvormen tot iets wat bestendig is - een stad met inwoners, die rechten hebben maar ook plichten. Daarbij moet hij voorzichtig opereren, geeft hij toe, want de Jordaanse overheid wil eigenlijk helemaal niet weten dat de Syrische vluchtelingen misschien wel langer blijven dan een paar maanden, en dat Zaatari over vijf of tien jaar misschien nog steeds bestaat. Alleen al het woord 'stad' ligt gevoelig.

Niettemin is Kleinschmidt druk bezig met plannen maken. Hij wil graag bestaande illegale activiteiten in het kamp reguleren. "Dat gebeurt nog altijd weinig. We gedogen dat producten het kamp binnengebracht worden. We proberen alleen de echt illegale zaken, zoals drugs, te weren. En zand komt er ook niet in, omdat we willen voorkomen dat mensen huizen gaan bouwen. Maar andere dingen zijn niet te stoppen. Ik heb de politie gevraagd of ze de verkoop van elektrische kachels konden staken. Die zijn erg gevaarlijk omdat de stroomvoorziening over zijn toeren raakt en er brandgevaar ontstaat. Maar de politie zei dat ze het gewoon niet kónden stoppen."

Fatsoenlijk materiaal
Die stroom zelf wil Kleinschmidt ook reguleren. Nu wordt er op grote schaal elektriciteit afgetapt van het (gratis) net, bijvoorbeeld door de winkeliers. "Daarbij zijn allerlei schimmige tussenpersonen betrokken. Die benaderen we nu, niet om ze te arresteren, maar om met ze samen te werken. Laatst was er een transformator aan het koken, zoveel stroom werd er afgetapt. We zeiden toen: oké, willen jullie misschien niet bij deze paal, maar bij een andere aftappen."

"De volgende stap is dat we het aftappen op een nette manier doen, met fatsoenlijk materiaal. Over een paar maanden kunnen we dan de winkels legaliseren, hen registreren, meters installeren en ze aanslaan voor hun elektriciteitsgebruik. Dat scheelt ons 200.000 dollar aan kosten." En zo gaat alles in stapjes. Na de winkels zijn de huishoudens aan de beurt, althans die huishoudens die het zelf kunnen betalen.

 
Nu wordt er op grote schaal elektriciteit afgetapt van het (gratis) net, bijvoorbeeld door de winkelier
Coördinator Kleinschmidt gebruikt Playmobil-poppetjes op zijn plattegrond van het kamp. Beeld Guido Koppes

Maar dat is niet alles. Kleinschmidt wil de vluchtelingen ook laten waken over hun eigen veiligheid met de invoering van een burgerwacht en hun eigen bestuur. "Toen ik hier in maart arriveerde, was het een rotzooi. Mensen respecteerden de internationale hulp niet. Je zag dat de vluchtelingen die net uit de burgeroorlog kwamen, geen autoriteit of structuur accepteerden. Ze kwamen in opstand tegen alles wat hen beknotte. De meeste mensen hier komen uit Zuid-Syrië, smokkelgebied, dus ze hebben al niet veel met autoriteit. De revolutie is daar begonnen, vergeet dat niet."

Ze hadden ook geen reden om vertrouwen in bestuurders te hebben, zegt Kleinschmidt. "Het conflict in Syrië is pas 2,5 jaar oud, maar je voelt dat er decennia van slecht bestuur aan vooraf zijn gegaan. De relatie tussen burger en de overheid was ontzettend slecht. In het begin was er hier bovendien weinig gemeenschapszin. Mensen braken publieke toiletten af en namen de onderdelen mee naar huis. Er was veel geweld - wij van de hulporganisaties hebben ons 21 keer uit het kamp moeten terugtrekken omdat het te gevaarlijk was. Mensen in dit kamp hebben heel korte lontjes."

Vernederd
Dat is niet zo gek als je bedenkt dat deze stad-in-wording bewoond wordt door mensen die veelal onder erbarmelijke omstandigheden leven en die zich bovendien tot op het bot vernederd voelen door het feit dat ze tot vluchteling zijn gereduceerd. Er zijn jongens die hebben gevochten, en die met een glimlach filmpjes op hun mobiel laten zien die tonen hoe familieleden in Syrië worden doodgeslagen. Er zijn kinderen die tijdens een partijtje voetbal op de bal afrennen en 'Allah akbar' roepen, zoals ze de rebellen in Syrië ten strijde zagen trekken. Iedereen in dit kamp heeft zijn of haar eigen trauma en eigen verhaal.

En vooral in het begin waaiden de gangsterpraktijken uit het conflictgebied over naar het kamp. Zelfbenoemde leiders maakten hier de dienst uit, vertelt Kleinschmidt. Criminelen die verdienden aan elektriciteitsdiefstal of het vragen van beschermingsgeld. Het kostte tijd en energie om het kamp enigszins tot rust te krijgen. "Ik heb in mijn leven nog niet zoveel geschreeuwd als hier, je moet je echt gedragen als een alfamannetje", zegt Kleinschmidt die zich overigens omringt met een staf waar vrouwen de meerderheid vormen. "We hebben een netwerk in het kamp opgezet, en die bendeleiders geprobeerd te isoleren."

Inmiddels is het rustiger: hulpverleners worden nog zelden aangevallen. Kleinschmidt en zijn team proberen de bendeleiders te laten integreren, en ze anders op een zijspoor te zetten. Het helpt dat mensen gaan inzien dat ze misschien wel wat langer in het kamp moeten blijven dan ze aanvankelijk dachten. "Nu zie je dat ook meer traditionele vormen van conflictbeheersing terugkomen en andere leiders opstaan. In plaats van de schreeuwers treden nu de wijze mannen naar voren, die praten en overleggen. Zij waren degenen die voorheen conflicten in het dorp beslechtten."

Districten
Aboe Shahed kan erover meepraten. Hij vertelt hoe vroeger in zijn dorp in de provincie Deraa conflicten tussen families op een redelijke manier werden opgelost. Maar tijdens de burgeroorlog ging het mis. "Een deel van de rebellen bestond uit slechte mensen die geld verdienden aan de strijd. Zij streefden hun eigen belangen na. Het systeem zoals we dat kenden viel uiteen. Wijsheid deed er niet meer toe."

 
Er was veel geweld - wij van de hulporganisaties hebben ons 21 keer uit het kamp moeten terugtrekken omdat het te gevaarlijk was

In het kamp was het aanvankelijk een rotzooi, beaamt ook hij, ook al kwamen er volgens hem geen maffiapraktijken voor. "Er was veel strijd tussen families en mensen uit verschillende dorpen. De Jordaanse politie hier kon het niks schelen, die lieten alles maar gebeuren. Toen hebben we het oude systeem weer opgebouwd. Geduldige, invloedrijke mensen hebben weer een stem gekregen."

Kleinschmidt heeft plannen met deze mensen - op termijn kunnen zij een rol krijgen in een vorm van zelfbestuur in het kamp. Maar vanwege de gevoeligheden onder Jordaniërs kan het allemaal nog niet in steen gehouwen worden, zegt hij ook. Intussen is hij wel bezig om het kamp in districten op te delen. Elk district van een paar duizend bewoners krijgt straks een gemeenschapskantoor waar de (Jordaanse) politie, de VN-staf en een soort buurtwacht van vijftig Syriërs kantoor zullen houden. Er zijn inmiddels ook plannen om een kadaster aan te leggen, zodat duidelijk is wie in welke tent of container woont. Kleinschmidt staat te popelen, want dit is ook voor hem allemaal nieuw. Binnenkort krijgt hij hulp van Nederlandse stadsontwikkelaars van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. "Zij gaan ons helpen om de draai te maken van humanitair werk naar het managen van de 80.000 mensen die hier wonen."

Modelkamp
"Toen ik hier kwam, was ik bang", zegt Kleinschmidt. "Nu zijn we het kamp aan het veranderen van iets dat negatief was, ook voor de vluchtelingen, naar iets positiefs. Het moet een model worden, een paradigmaverandering in de manier waarop we nadenken over vluchtelingenkampen. Ik denk dat we ook de Jordaanse overheid kunnen laten zien dat dit een kans is, een ideale vorm om de ontwikkeling van het hele noorden van Jordanië en humanitair werk te integreren."

Ook voor Aboe Shahed is dat een wenkend perspectief. Hij ziet zijn toekomst in het kamp. "Ik heb al de kans gehad om naar Australië te gaan, maar ik wil hier blijven. Ik wil terug naar Syrië of anders hier begraven worden." Het kamp gaat hij zelfs liever niet uit. "In het begin waren de Jordaniërs heel vriendelijk, maar dat is veranderd. Als ik naar buiten ga, word ik als een vluchteling behandeld. Die vernedering laat ik aan me voorbijgaan, dan blijf ik liever binnen, hier, bij mijn eigen mensen."

De ondernemer is intussen de Shams-Elysées (Sham is het Arabische woord voor Syrië) overgestoken en een smal zanderig straatje ingeslagen, op weg naar zijn huis in wat je 'de villawijk' van Zaatari zou kunnen noemen. Na een paar meter stopt hij voor een metalen deur die toegang geeft tot een betonnen binnenplaats, met in de hoek een zelfgebouwde douche. Aan één kant staat een schutting, de andere zijden worden gevormd door drie containers: woonkamer, slaapkamer en keuken. Aboe Shahed toont trots de wasmachine, airco en de zelf ingebouwde wc. "Ik woon hier mooier dan thuis", grapt hij. De eerste acht maanden in dit kamp bracht Aboe Shahed door in een tent. "We kwamen hier met niets, maar God heeft ons teruggegeven wat we hebben verloren." Ook zijn vrouw, die mandarijnen uitdeelt aan het bezoek, heeft vrede met haar lot. "Het is best te doen om hier in het kamp te wonen, ook al mis ik mijn familie in Syrië."

Intussen dartelen zijn dochter Shahed van zeven en zijn vierjarige zoon Mohamed over de binnenplaats. Zijn hun ouders niet bang voor hun toekomst, nu ze in deze omstandigheden opgroeien, opgesloten in dit vluchtelingenkamp? Aboe Shahed schudt zijn hoofd: "Nee hoor, ik ben ervan overtuigd dat mijn kinderen een gewoon leven zullen leiden, en dat wij hier staatsburgerschap zullen krijgen. Let maar op, als je over twee of drie jaar terugkomt, staat hier een huis van twee verdiepingen."

Vanaf volgende week verschijnt er een serie met portretten van inwoners van kamp Zaatari

 
Het moet een model worden, een paradigmaverandering in de manier waarop we nadenken over vluchtelingenkampen
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden