Hooi van de Alpenwei

Léopold Rabus: 'Mensen achter een plantenkas', 2009, 270 x 440 cm. (Trouw) Beeld
Léopold Rabus: 'Mensen achter een plantenkas', 2009, 270 x 440 cm. (Trouw)

In het Haagse GEM ruik je de natuur. Léopold Rabus vindt inspiratie in de naaste omgeving.

Het ruikt naar een kruidige Alpenwei in het GEM, Museum voor actuele kunst in Den Haag. Kunstenaar Léopold Rabus uit het Zwitserse Neuchâtel heeft een baal gedroogd gras, gemaaid op het weilandje bij zijn huis, laten overbrengen naar Den Haag. Die bleek niet genoeg om de grote boog in één van de museumzalen helemaal mee te bekleden. Daarom heeft conservator Doede Hardeman via een Haagse manege nog een paar balen hooi laten komen. Die heeft de kunstenaar als ’onderbekleding’ gebruikt. Het hooi dat je ziet en dat zo lekker ruikt, is van Zwitserse bodem.

Léopold Rabus is verknocht aan Zwitserland en vooral aan Neuchâtel, waar hij in 1977 werd geboren en altijd is blijven wonen, nu samen met vrouw en baby. En als het aan hem ligt, gaat hij er ook nooit meer weg, ook niet nu zijn carrière als kunstenaar een stormachtige ontwikkeling doormaakt. Waar veel jonge kunstenaars naar Berlijn, Londen of New York verhuizen om zich verder te ontwikkelen, heeft Rabus naar eigen zeggen genoeg aan zijn directe omgeving: de regio Corcelles-Cormondrèche. Daar vindt hij de onderwerpen voor zijn schilderijen en installaties. De grijze hemel van Corcelles-Cormondrèche, de hutjes, het besneeuwde landschap, de berkenbomen en de ’omaatjes die druk doende zijn in de tuin’, zoals hij het zelf beschrijft. „Dat is de wereld die mij heel na is. Daar vind ik de grondstof over de mens en zijn relatie tot de wereld.”

En dan spreekt Rabus ook nog eens geen Engels. „Spreek je geen Engels? Nou, dan ben je ook geen kunstenaar”, zei iemand eens tijdens een vernissage tegen hem. Dat vond hij vreselijk vervelend. Hij voelt zich er ook een beetje schuldig over, dat hij alleen maar zijn moerstaal, Frans, spreekt. Op school deed hij het zo rampzalig slecht, dat hij niet ver is gekomen in het voortgezet onderwijs. Met als gevolg dat hij ook geen toelatingsexamen mocht doen voor de kunstacademie en de theaterschool. Zijn broer, ook kunstenaar, net als zijn ouders, leerde hem schilderen. En hoewel Rabus zichzelf voortdurend vragen stelt over schilderkunstige kwesties als bijvoorbeeld de compositie van zijn schilderijen, blijft zijn aanpak vrij intuïtief. Zegt hij zelf.

En dat moet hij vooral zo houden, is de gedachte die opkomt als je de kolossale schilderijen ziet op zijn eerste museale solotentoonstelling, die na het GEM zal doorreizen naar Zwitserland en Duitsland. In amper vijf jaar tijd blijkt Rabus zich ontwikkeld te hebben tot een fabelachtig goede schilder. Waar de doeken uit zijn beginperiode nog heel dun zijn geschilderd met veel witte stukken, lijkt hij nu alle remmen los te hebben gegooid. Zijn onderwerpen spelen zich ook niet meer binnenkamers af, maar buiten, in het Zwitserse landschap. De manier waarop hij een besneeuwd landschap op het doek zet, met graspollen die net boven de sneeuw uitsteken, een vervallen schuur, kale berkenstammen of een donker bos met mistflarden is van een weergaloze schoonheid. Niet alleen omdat hij zo goed kan schilderen en spelen met licht en donker, maar vooral vanwege de sfeer die hij weet op te roepen. En dan hebben we het alleen nog maar over het decor.

De landschappen vormen de entourage voor bizarre voorstellingen met dieren en wonderlijke mensfiguren met verwrongen en vlezige ledematen, die vaak een wat onbeholpen uitstraling hebben. Ze zien er uit als karikaturen met hun naar verhouding te grote hoofd op een klein lijf. Ze lijken doelloos bezig met allerlei onduidelijke en soms gewelddadige of lugubere activiteiten. Eén van zijn meest recente schilderijen verbeeldt een jachttafereel, waarbij de hoofdrol wordt opgeëist door een kluwen honden die een vos verscheurt. De jagers staan er als antihelden wat onbenullig bij met hun geweer en hoorn. Er is afgezien van de verpletterend mooie landschappen, die in tegenstelling tot de figuren heel realistisch zijn afgebeeld, nog zoveel meer te zien op de schilderijen van Rabus, dat je niet uitgekeken raakt. Telkens weer ontdek je nieuwe details, waarbij de kunstenaar overigens ook de nodige humor aan de dag legt.

Wat wil Rabus vertellen? Dat de schoonheid van het landschap geweld wordt aangedaan door de bizarre types die zich daarin voortbewegen? Of wil hij laten zien hoe indrukwekkend en groots de natuur is vergeleken bij de kwetsbare en onbeholpen wezens die daarin ronddolen en zich te buiten gaan aan seks, geweld of ogenschijnlijk doelloze activiteiten? Rabus’ schilderijen scheppen verwarring en roepen tal van onbeantwoorde vragen op, over liefde en seksuele begeerte, over goed en kwaad, over leven en dood. En dat maakt ze zo intrigerend.

Behalve schilderijen maakt Rabus ook installaties, waarbij hij terug grijpt op lokale folkloristische tradities die het ritme van een jaar bepalen of die mensen bij elkaar brengen. Behalve de hooiboog staat er in het GEM een oer-Zwitsers boshutje dat op het eerste gezicht van hout lijkt gemaakt. Maar als je beter kijkt slaat ook hier de verwarring toe. Het hutje is helemaal bekleed met plukjes bruin mensenhaar. Dat komt nogal morbide over, maar Rabus liet zich inspireren door de traditie in sommige streken van Zwitserland en ook in zijn eigen regio om van een overleden familielid hoofdhaar af te knippen en dat te verwerken tot een bloem of een ander aandenken. Langzaam verdwijnen die oude riten. Rabus laat ze voortleven.

Léopold Rabus: 'Sneeuw en Vos', 2007, 240 x 380 cm. (Trouw) Beeld
Léopold Rabus: 'Sneeuw en Vos', 2007, 240 x 380 cm. (Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden