Review

Hoogseizoen voor bollebozen

Eind juni is op school de maand voor repetities. Maar het is ook hoogseizoen voor de wedstrijden in het onderwijs: op de basisschool de toptoets en de rekenwedstrijd 24 Game, in het voortgezet onderwijs de Olympiades. Gisteren werden de winnaars op het ministerie gehuldigd. Is het gewone onderwijs niet boeiend genoeg, of vanwaar anders de aantrekkingskracht van zo'n extra-extra-extra moeilijke wedstrijd?

Het Bernardinus College in Heerlen is al jaren grootverbruiker van Olympiades - en andere wedstrijden. Twintig kandidaten per Olympiade, dat is er heel gewoon. Dit schooljaar was het Bernardinus wel zeer fortuinlijk. Jeroen Cottaar won de wiskunde Olympiade. Zes leerlingen wonnen de natuurkunde-Olympiade. Roy Bemelmans won de muziek-Olympiade. En dan heb je er nog Miriam Ruyters, die in april het Prinses Christina Concours won. De winnende website in de Internet-wedstrijd ThinkQuest kwam ook al uit het diepe zuiden: die was van de Bernardinus-leerlingen Thijs Jacobs en Gaston Serpenti. En om maar even volledig te zijn: de Bernardinus-dames wonnen half mei het kampioenschap scholierenhockey.

Sommige scholen vinden zoiets kicken. Andere scholen doen helemaal niks aan Olympiades en ander wedstrijdgedoe. ,,Sterker nog'', zegt Hans Morélis, de drijvende kracht achter de biologie-Olympiade (dit jaar 1041 deelnemers, maar in 1997 waren het er nog 1470), ,,het zijn eigenlijk altijd dezelfde scholen die meedoen. Maar de laatste tijd daalt hun aantal. Ik heb vorige week net een brief de deur uit gedaan aan scholen die eerder wel meededen, maar nu niet. Waar bleven jullie nou?, staat er in die brief''.

De oudste Olympiades -die van de exacte vakken- houden over zichzelf een vrij nauwgezette statistiek bij. Zo is een statistisch bewezen feit dat scholieren uit de grote steden, Amsterdam voorop, zelden aan een Olympiade meedoen - en als ze al meedoen, dan scoren ze niet best. Flevoland is in Olympiadeland ook een zwarte plek op de kaart, Brabant juist de onverklaarde bakermat van topprestaties. De levensbeschouwelijke kleur van de school maakt niets uit en intieme kleine scholen doen het ook niet beter dan grote scholen. Maar categorale gymnasia doen vaak mee en scoren uitstekend (,,dat komt door de studieuze sfeer die daar heerst'', weet Morélis). Maar anderzijds is een school bij het ene vak vaak aanzienlijk gretiger, en beter, dan bij een andere Olympiade.

Of een school meedoet en hoe dat afloopt ligt mogelijk dus meer aan die ene enthousiaste docent dan aan de school of de schoolsoort. Al is de ene enthousiaste docent ook weer de andere niet. Je hebt er die tegen de hele klas zeggen: dit is leuk, hier gaan we aan meedoen. Je hebt er ook die alleen het slimste jongetje van de klas opjutten.

Bèn je een bolleboos, word je een Einstein, wanneer je op een Olympiade piekt? Dat soort suggesties wekken de organisatoren van Olympiades graag. En het is een onmiskenbaar feit dat de natuurkundige Gerard 't Hooft, die in 1999 samen met Veltman de Nobelprijs won, 36 jaar eerder al de wiskunde-Olympiade won - maar alleen de nationale. Nog veel bijzonderder is het om ook het vervolg, de internationale wedstrijd, te winnen.

Maar hoe het Olympiade-deelnemers of -winnaars later in het leven werkelijk vergaat, daar zijn geen statistieken van. Maikel Wilms (27), die in 1991 en 1992 op maar liefst drie internationale Olympiades brons verdiende, voor schei- en voor natuurkunde, doet in elk geval niks in de wetenschap. Hij werkt als consultant.

Jawel, hij is na zijn schooltijd scheikunde gaan studeren en jawel, dat ging uiterst voorspoedig - maar eenmaal afgestudeerd zag hij het toch niet zitten om in het onderzoek door te gaan. Hij ging naar Nijenrode. ,,De scheikunde vond ik wel leuk, maar een bestaan als wetenschapper leek me zo eenzaam. Werk in de bèta-vakken is solistisch. Het maakt me eigenlijk niet zo uit over welk probleem ik nadenk -op voorwaarde dat het een beetje complex, een beetje uitdagend is- als ik er maar in een team over nadenk. Nee, bedrijfskundige problemen zijn niet gemakkelijker dan bèta-vraagstukken. In een studie scheikunde zit wel ingewikkelder wiskunde dan in een studie economie, maar bedrijfskundige problemen kunnen óók heel complex zijn, heel uitdagend.'' Nu hij niet als chemicus maar als consultant is verdergegaan verdient hij, denkt hij, ,,zéker anderhalf maal zoveel''.

Het leuke van die Olympiades, zegt Wilms, was dat je een ingewikkeld probleem voorgezet kreeg. Bij de exacte lessen op school verveelde hij zich eigenlijk een beetje, en zo'n Olympiade was een welkome afwisseling. En het leuke van de internationale wedstrijden -in Polen, de VS en Finland- was dat je kennis maakte met die andere cultuur van andere kandidaten. ,,Voor ons Nederlanders was een Olympiade een kwestie van: 'leuk als het goed gaat, maar geen ramp als het niet goed gaat'. Heel vrijblijvend allemaal, en dat het wel een beetje gezellig moet blijven. Maar dáár had je ook kandidaten uit Slovenië, waar toen nog werd gevochten. En uit China, die al helemaal in een systeem zaten. Daar wordt heel erg geprobeerd om te voorkomen dat het land zal afgaan. Die kandidaten werden echt gedwongen mee te doen, en ze werden maandenlang voorbereid.''

Het houden van Olympiades is een traditie uit het voormalige Oostblok die pas later in West-Europa is aangeslagen, vertelt Hans Jordens, in Nederland de drijvende kracht achter de natuurkunde-Olympiade. ,,Daar diende het als methode om te selecteren wie er naar de universiteit mocht gaan. Scholen vertrouwden elkaars eindexamencijfers blijkbaar niet.'' Nederland ging in 1982 meedoen met de natuurkunde-Olympiade, die toen internationaal al decennia bestond. ,,Het West-Europese motief om mee te doen is: omdat het leuk is, omdat je leerlingen de kans biedt over een breder probleem na te denken. In de les oefen je altijd wat je net hebt geleerd. In een Olympiade denk je na over àlles wat je eerder hebt geleerd, en nog meer.''

Dat moet liefst niet te makkelijk zijn, is de ervaring van Iris Pauw, die begin juni de -pas zeven jaar oude- Olympiade voor aardrijkskunde organiseerde. Dat is met 2200 deelnemers inmiddels een hele grote. De 25 winnaars van de voorronde (onder wie acht meisjes) moesten de Coolsingel in Rotterdam opnieuw ontwerpen. Pauw: ,,Bij die opdracht wilde ik veel te veel voor ze voorkauwen, merkte ik. Zo dacht ik: laten we een kaartje van het gebied bij de opgaven doen. En ik wilde in de opgaven vermelden dat ze een enquête konden houden als ze de mening van de gebruikers wilden peilen. Dat moest er allemaal uit, vond de veldwerk-commissie. Dat moesten ze zelf maar uitzoeken. En terecht hoor: Olympiadegangers zijn vreselijk slim. Doen eindexamen, en doen er zo'n Olympiade nog even bij.''

Niet alleen het voortgezet onderwijs heeft z'n wedstrijden. Het basisonderwijs tegenwoordig ook. Begin dit jaar maakten 870 slimme basisschoolkinderen de 'Toptoets'. Half juni streden de dertig beste hun eindstrijd - die werd gewonnen door Rogier Huurman (11). Hij schreef volgens de jury de leukste krantenreportage bij het eerste ambtsjubileum, in 2010, van koning Willem IV. (zie inzet).

Het basisonderwijs heeft nog een ander type wedstrijd: jawel, ook met individuele winnaars - maar toch met een andere formule: elke leerling wordt er beter van. Dat is de hoofdrekenwedstrijd 24 Game. Op een speelkaart staan vier cijfers. Door ze op te tellen, af te trekken, te vermenigvuldigen of te delen moet het getal 24 ontstaan. De getallen mogen maar één keer worden gebruikt.

Vandaag is -voor de zesde keer- de jaarlijkse finale. Wie wint, mag met de hele klas twee dagen naar Bobbejaanland. Meedoen aan 24 Game is voor basisscholen veel gewoner dan meedoen aan een Olympiade is voor middelbare scholen: 2000 (van in totaal zo'n 7000) basisscholen doen eraan mee. Bovendien gebruiken heel wat leerkrachten de kaarten in hun rekenles. ,,Het hoofdrekenen gaat er in korte tijd enorm door vooruit, vooral bij de doorsnee leerling'', zegt Evert van Gool, op basisschool Dubbeldam in Dordrecht leerkracht van een combinatiegroep 7/8.

Van Gool gebruikt de kaarten vooral in het begin van een schooljaar: hij peilt ieders niveau, zet de kinderen in groepjes van vier bijeen, laat ze tweemaal per week oefenen -en pats, na een paar weken rekent iedereen een stuk beter. ,,Zelfs het modernste rekenboek heeft niet dat effect. Sterk punt is ook dat de kinderen het zo verschrikkelijk leuk vinden. Als ze iets voor zichzelf mogen doen, grijpen er altijd een paar naar de kaarten. Werd er voor taal, voor de werkwoordsvormen, ook maar eens zoiets uitgevonden.''

Op het Bernardinus zitten ze wel een beetje met het individuele karakter van de Olympiades. Docent Van der Weerden: ,,Een Olympiade heeft geen team-element. Daarom stimuleren we de Olympiade-leerlingen óók, om te helpen in de huiswerkklas. Dat is goed voor hun teamgevoel. Het is een punt van zorg. Maar, het zou een enorme verarming zijn die Olympiades te schrappen èn het zou de resultaten niet verbeteren. Een op de drie leerlingen heeft gewoon meer in z'n mars dan het onderwijs van ze vergt. Plus, wat is het alternatief? Thuis in je eentje zitten computeren? Dat is veel alarmerender. De meerwaarde daarvan is veel kleiner.''

Iris Pauw heeft nog een andere reden om zo haar zorgen te hebben over de formule van Olympiades: ,,Aardrijkskunde is geen typisch jongensvak, en het zijn ook niet speciaal jongens die meedoen aan de aardrijkskunde-Olympiade. Maar meisjes winnen ze niet. Je ziet dat voor je ogen gebeuren: aan het einde van de finale, wanneer het heel spannend wordt, krijgen de jongens iets verbetens over zich. Dan wreekt zich dat meisjes meer ingesteld zijn op samenwerking. Met een team-opdracht zouden meisjes waarschijnlijk beter scoren. Maar ja, dan wint er een team. En niet een eenling.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden