Column

Hoog tijd voor kabinet van centrum-links

'Je moet niet vies zijn van machtspolitiek en goed kunnen tellen. Rutte heeft dat sinds zijn aantreden in 2010 wel geleerd, niet alleen in zijn eerste regeerperiode, ook in zijn tweede.' Beeld anp

Premier Rutte haalde in 2011 het Zeeuwse Statenlid Robesin over bij de verkiezing van een nieuwe Eerste Kamer op een kandidaat van de coalitie te stemmen. Als tegenprestatie beloofde hij dat het kabinet zijn uiterste best zou doen de ontpoldering van de Hedwigepolder te voorkomen. Met deze politieke omkoping stelde Rutte de krapst mogelijke meerderheid in de senaat zeker.

De liberaal toonde zich aldus een goede leerling van de calvinist Abraham Kuyper, die in 1904 zo ver ging dat hij de Eerste Kamer ontbond nadat deze een wetsvoorstel had verworpen dat hem na aan het hart lag. Hij deed dat in de wetenschap dat de herverkiezing een hem welgezinde meerderheid zou opleveren.

Uit deze kleine geschiedenissen zijn twee lessen te trekken. De eerste is dat de Eerste Kamer, uitgerust met het vetorecht, een machtsfactor is; de tweede dat het in laatste instantie aankomt op de macht van het getal. Je moet dus niet vies zijn van machtspolitiek en goed kunnen tellen. Rutte heeft dat sinds zijn aantreden in 2010 wel geleerd, niet alleen in zijn eerste regeerperiode, ook in zijn tweede.

Revolte
De lessen zijn van belang nu aan de Haagse bittertafels al druk wordt gespeculeerd over het volgende kabinet. Gewoontegetrouw houden de meeste politici hun kaarten nog tegen de borst. Zo niet PVV-leider Wilders. Hij gaat ervan uit dat zijn partij straks de grootste wordt en anderen niet om hem heen kunnen.

Letterlijk zei hij vorige week op een congres met gelijkgezinde partijen in Milaan: "Als ik straks de grootste ben en andere politici willen niet met mij samenwerken, dan zullen de mensen dat niet accepteren. Dan komt er een revolte". Naderhand zwakte hij dat af tot 'democratische revolte' en deed hij een 'oproep' aan anderen met de PVV samen te werken.

Deze uitspraken deden me in de verte denken aan de 'ononderhandelbare strijdpunten' waarmee de PvdA in 1977 de formatie in ging om van het CDA samenwerking in een tweede kabinet-Den Uyl af te dwingen. Dat mislukte faliekant, omdat de sociaal-democraten in hun overmoed verzuimden te tellen. CDA en VVD beschikten over 77 zetels, voldoende om zelf een kabinet te vormen. Dat kabinet-Van Agt/Wiegel kwam er en slaagde er niet alleen in de rit uit te zitten, maar ook het progressieve momentum te breken.

Knapper kunststukje
In wezen beogen Rutte en Samsom iets dergelijks met hun uitgesproken strategische doel de stabiliteit in de Nederlandse politiek te herstellen, dat wil zeggen de PVV op afstand te houden. Dat ze daar tot nu toe in slagen, is nog knapper dan het kunststukje dat Van Agt en Wiegel destijds lieten zien.

Vanwege de minderheidspositie van VVD en PvdA in de senaat moeten ze voortdurend steun elders zoeken. Hierdoor is een nieuwe modus operandi aan het Binnenhof ontstaan die werkbaar blijkt. Als Wilders met zijn uitspraken iets laat zien, is het dat zijn populistische momentum hierop stukloopt.

De PVV-zetels in de peilingen zijn vooralsnog vogels in de lucht. Het is verstandiger naar de reële machtsverhoudingen te kijken. Zo komt Wilders met de partijen waarmee hij tussen 2010 en 2012 samenwerkte in de huidige senaat niet verder dan 34 zetels; met de SGP erbij die destijds een helpende hand toestak wordt het 36 zetels. Een herhaling van wat Wilders destijds 'het meest rechtse kabinet aller tijden' noemde, zit er louter daarom niet in. Zo'n kabinet zou, als VVD en CDA het al zouden willen, bij voorbaat vleugellam zijn.

Zelfgekozen isolement
De verhoudingen in de Eerste Kamer bieden getalsmatig wel mogelijkheden voor een kabinet met een centrum-links karakter. D66, CDA, ChristenUnie, PvdA, GroenLinks en SP beschikken er samen over 46 zetels, een ruime meerheid. Of zo'n kabinet politiek tot leven kan komen, is de vraag. Dat zal ook sterk afhangen van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen. Maar de optie verdient wel serieuze overweging, nu de PVV zich met de populistische woede opsluit in een zelfgekozen isolement en de VVD de indruk wekt hard aan een periode van reflectie in de oppositie toe te zijn.

Ideologisch valt er veel te zeggen voor een centrum-links kabinet. Het vrijheidsverhaal van VVD en PVV verkeert in zijn tegendeel door een oprukkende en nauwelijks in de hand te houden surveillancestaat of komt hard in botsing met de principes van de rechtsstaat. Tegelijk is aandacht voor gelijkheid en broederschap in deze tijd urgent. Wil centrum-links er komen, dan moeten vooral CDA en SP over hun schaduw heen springen. Dat zie ik nog niet zo snel gebeuren. Maar wie weet, het alternatief is ongunstiger.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden