Hoog IQ, laag EQ: de vloek van Asperger

Jantien Bachtel (19) studeert biologie aan de Universiteit van Nijmegen. De studie is haar op het lijf geschreven, biologie heeft haar speciale interesse. In haar vrije tijd leest ze alles over aapjes. Maar op een studentenfeest weet ze nauwelijks hoe ze contact maakt. Irene heeft het syndroom van Asperger, een vorm van autisme.

De gangen in het bètagebouw van de Universiteit Nijmegen zijn ellenlang. Achter een van de ontelbare deuren op de tweede verdieping krijgt een klasje eerstejaars biologiestudenten les in het practicumlokaal. Groepsgewijs, gehuld in witte jas, zitten ze aan de massieve houten tafels. Ze zijn bezig met het scheiden van eiwitten. Wijsvingers rusten op opengeslagen boeken en schriften, rechterhanden morrelen voorzichtig aan vervaarlijk uitziende laboratoriuminstrumentaria. Jantien Bachtel werkt samen met haar vaste practicumpartner. Twee heel gewone meiden die zich verdiepen in het experiment, lijkt het. Mis. Jantien Bachtel is niet zo heel gewoon. Ze heeft het syndroom van Asperger, een stoornis die door geleerden in het autistische spectrum wordt geplaatst, hoewel 'aan de milde uiteinde daarvan'.

Mensen met Asperger zijn meer dan gemiddeld intelligent. Ze hebben een ijzersterk geheugen en verwerven zich hierdoor encyclopedische kennis en een bewonderenswaardige vocabulaire. Ze blinken uit in een bepaald vakgebied vanwege hun monomane interesse in één speciaal onderwerp. Een 'fiep' heet dat in lotgenotenjargon. Jantien's fiep is biologie en met name de diersoort apen. Maar dragers van het syndroom hebben te maken met een aantal serieuze beperkingen die een normaal leven lastig tot zeer moeilijk maken. Ze denken in beelden waardoor abstracte concepten moeilijk te bevatten zijn: ze vinden het lastig om hoofd- van bijzaken te onderscheiden: ze nemen alles tegelijk in zich op en worden zo overspoeld door indrukken. De belangrijkste en meest belemmerende beperking, grof gezegd het autistische element, is dat ze het vermogen missen om sociale relaties aan te gaan en te onderhouden.

,,Qua sociale vaardigheden loop ik op mijn leeftijdgenoten achter'', vertelt Jantien. ,,Dankzij een gerichte therapie heb ik op dit terrein inmiddels veel bijgeleerd, maar vroeger wist ik niet hoe je een gesprek moest aanknopen of hoe je met andere kinderen kunt spelen.'' Het duurde jaren voordat bij Jantien de diagnose werd gesteld. In de tussentijd kreeg ze ernstige problemen met andere kinderen. Jantien: ,,Op school wist ik me geen houding te geven, ik wist niet hoe ik me moest gedragen. Mijn ouders stuurden me naar een psycholoog, maar die dacht dat ik mishandeld was, of zo. Achteraf gezien vertoonde ik karakteristieke symptomen van Asperger, maar hij herkende ze niet.''

Jantien belandde in een sociaal isolement. Klasgenoten begonnen haar te pesten: buurtkinderen riepen haar na en gooiden bakstenen naar haar hoofd. Ze trok zich terug in haar eigen fantasiewereld en durfde steeds minder haar mond open te doen. ,,Ik voelde me gefrustreerd en kreeg thuis woede-uitbarstingen waarbij ik mijn kleine broertjes sloeg. Gelukkig gebeurde dat maar een paar keer. Later kreeg ik last van huilbuien. Ik schaamde me ontzettend. Ik vond zelf ook dat ik 'raar' deed, noteerde in mijn dagboek lange lijsten met punten die ik aan mezelf wilde corrigeren. Maar het werd nooit beter.''

Omdat de situatie verslechterde, ging Jantien naar een andere school en naar een andere geestelijk hulpverlener, eentje van de GGZ. Die zette haar in een hulpgroep voor kinderen met weinig zelfvertrouwen. Jantien: ,,En in die groep, allemaal slachtoffers van pesten, ging het wéér fout met mij!'' Bij de psycholoog ging ten slotte een lampje branden. Niet lang daarna kwam de diagnose: Asperger.

Jantien: ,,Ik stortte in toen ik het hoorde. Ik had gehoopt dat ik leed aan een soort sociale fobie, in ieder geval aan een kwaal die over kan gaan. Asperger is blijvend. Ik dacht; hoe moet ik nou gelukkig worden in het leven? Hoe kan ik er ooit bij horen? Ik wil een normaal iemand zijn en een normaal leven leiden!''

De behandeling werd aangepast, meer gericht op het aanleren van sociale vaardigheden. Dat hielp: Jantien werd minder onhandig in haar contacten met anderen. Ze sloot zich aan bij een autistensoos, een vrijetijdsbestedingsclub voor mensen met Asperger. Jantien: ,,Dat was een openbaring. De mensen daar rekenden me niet af op mijn gedrag; ze waren zelf net zo. Ik kon eens gewoon mezelf zijn. En ik merkte dat ik helemaal niet raar of saai was, dat ik grapjes kon maken, dat mensen geïnteresseerd waren in wat ik te vertellen had.'' Jantien's gevoel van eigenwaarde werd groter en dat had ook effect buiten de soos. Ze durfde een plek in de klas op te eisen. Met succes. De laatste jaren op het atheneum gingen haar prima af en dat gaf voldoende vertrouwen om een vervolgopleiding te doen, de huidige studie biologie.

De leerstof op zich kan ze makkelijk aan, maar de concrete handeling van studeren kost Jantien meer tijd dan een student zonder Asperger. ,,Doordat ik een 'beelddenker' ben duurt het langer voor ik een tekst heb gelezen. Bij elk woord zie ik een beeld voor me. Bij 'elektron' zie ik bijvoorbeeld een papiersnippertje (ik zat een vel papier in stukjes te scheuren op het moment dat me voor het eerst werd uitgelegd wat een elektron is). Ik moet al die beelden vertalen naar een samenhangend verhaal. Verder heb ik meer structuur nodig dan andere studenten. Docenten moeten mij tot in extreme details uitleggen wat de bedoeling is: eerst dit, dan dat, dan zus, dan zo. Anders ben ik te snel afgeleid.'' Extra begeleiding krijgt ze niet. Jantien heeft wel een vast aanspreekpunt op de universiteit, een tutor met wie ze zaken kan doorspreken, maar in principe kan elke student daar een beroep op doen.

Het practicum is afgelopen. De eiwitten zijn gescheiden, de instrumenten opgeborgen, de boeken zitten weer in de tas. De studenten lopen de lange gang op, richting kantine, binnenstad of treinstation, al naar gelang het lesrooster. Jantien werpt een trotse blik op haar witte jas en raakt even de mouw aan. ,,Stoer, hoor, je eigen witte jas.'' Over haar toekomst is ze optimistisch. ,,Biologie is een brede studie, je kunt er verschillende kanten mee op. Het zal bij mij wel iets wetenschappelijks worden, aapjes bestuderen in het oerwoud of zo. Een beroep waar je veel te maken krijgt met mensen, is niks voor mij.'' Geen docente, dus? ,,Nee! Ik wil een rustig leven zonder stress.''

Jantien Bachtel is een pseudoniem, de werkelijek naam is bij de redactie bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden