Hoofdpijn van een aspirientje

Bij hoofdpijn neem je een aspirientje. Weinig mensen weten echter dat frequent slikken van pijnstillers juist hoofdpijn kan veroorzaken. Tot ergernis van de farmaceutische industrie wijzen drogisten klanten op dit risico.

door Joop Bouma

Wegens succes wordt een campagne over 'middelenafhankelijke hoofdpijn' van het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven dit jaar herhaald.

Begin 2005 werden klanten die een paar doosjes paracetamol of ibuprofen op de toonbank legden, in ongeveer de helft van de drogisterijen gewezen op de kans dat veelvuldig gebruik van pijnstillers kan leiden tot steeds terugkerende hoofdpijn. Ze kregen een folder met informatie.

Bij de Nederlandse Vereniging van Hoofdpijnpatiënten (NVvHP) veroorzaakte de campagne een vloed aan e-mails en telefoontjes van gebruikers van pijnpillen. “Mensen zijn duidelijk wakker geschud“, aldus woordvoerster Anita Mensing. Ze is 'dolblij' dat de drogisterij de campagne gaat herhalen. “Het is echt een heel groot probleem.“

Geschat wordt dat in Nederland 300000 mensen zogeheten middelenafhankelijke hoofdpijn hebben. Zij hebben 15 of meer dagen per maand pijn en slikken veel te veel pillen. “Het gaat niet om een paar patiënten“, zegt de Amersfoortse hoofdpijnneuroloog Jan van der Zwan. Hij neemt geregeld patiënten op in zijn ziekenhuis om ze te helpen bij het afkicken van pijnstillers.

Fabrikanten ergeren zich aan de campagne. Vooral omdat hun producten in de drogistenfolder met naam en toenaam worden genoemd. Ze vrezen omzetverlies en vinden dat het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven (CBD) hoofdpijnpatiënten onnodig angst inboezemt. Dat zouden de drogisterijen ook doen uit verzet tegen plannen van minister Hoogervorst om verkoop van pijnstillers in veel meer winkels toe te staan.

Bij normaal gebruik is er niets aan de hand, zeggen de fabrikanten. Maar probleem is dat veel patiënten pijnstillers argeloos in grote hoeveelheden slikken. “Mensen denken dat het onschuldige middelen zijn, pijnstillers zijn immers gewoon bij de drogist te koop“, zegt Marten Hummel, algemeen directeur van het CBD, belangenbehartiger van 3600 drogisterijen. ,, Het publiek ziet het paracetamolletje als zoiets onschuldigs als een snoepje. Terwijl het echt risicovolle middelen zijn bij verkeerd gebruik.“

Hummel kreeg boze brieven van Bayer en Wyeth, twee fabrikanten van vrij verkrijgbare pijnstillers. In de folder waren hun producten, Aleve en Advil, voluit genoemd. Logisch, vindt Hummel. “Er wordt volop reclame gemaakt voor deze middelen, de consument kent ze onder de productnaam.“

Wyeth stelde het CBD direct aansprakelijk voor de eventuele omzetschade, dreigde met advocaten en eiste stopzetting van de campagne. Algemeen directeur Henry Neels van Wyeth ontkende in een brief aan Hummel een relatie tussen het gebruik van Advil en middelenafhankelijke hoofdpijn. “Dat verband is ons niet bekend.“

Neuroloog Van der Zwan kan dat niet geloven. “Het is uiterst hypocriet dat een farmaceutisch bedrijf dat durft te beweren. Ze weten beter. Maar het gaat hier domweg om geld, om commercie. Ik vind dit werkelijk beschamend.“

Volgens de medisch specialist is er bij het publiek te weinig bekend over middelenafhankelijke hoofdpijn. “Ongebreideld gebruik van pijnstillers kan leiden tot chronische, dagelijkse hoofdpijn. Ik krijg veel van die patiënten op mijn spreekuur. Elke dag drie paracetamolletjes kan medicijnafhankelijke hoofdpijn veroorzaken. Het gaat soms om mensen die dagelijks naar het Kruidvat of de Etos lopen.“

“Deze zelfzorgmedicijnen zijn domweg geen veilige middelen. Het probleem doet zich overigens ook voor bij hoofdpijnmiddelen die alleen op recept verkrijgbaar zijn. Alleen in die gevallen is er doorgaans wel sprake van gecontroleerd gebruik, omdat een arts ze voorschrijft.

Bij de vrij verkrijgbare pijnstillers is er geen enkele controle. Ik ben daarom erg blij dat de drogisterijbranche probeert hier wat aan te doen. Ik erger me ook zeer aan de tv-reclames voor deze middelen. Dat kan toch niet. Ik vind eigenlijk dat er een verbod moet komen op reclame voor pijnstillers.“

De neuroloog van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort behandelt in zijn polikliniek dikwijls patiënten die afhankelijk zijn geworden van pijnstillers. Het duurt drie maanden om af te kicken, zegt Van der Zwan. De ernstige gevallen worden opgenomen in het ziekenhuis.

“Dan houden we ze twee weken hier om door de moeilijke, acute fase van ontwenning te komen. Na twee, drie maanden is ook de chronische ontwenningsfase achter de rug. Soms is de hoofdpijn dan verdwenen, soms zijn de patiënten weer terug bij de vroegere fase van geregelde migraine-achtige hoofdpijnen, waarvoor ze die pillen zijn gaan slikken. Voor die hoofdpijnklachten krijgen ze dan een gerichte behandeling.“

Directeur Neels van Wyeth houdt vol dat zijn pijnstiller 'bij normaal gebruik' geen hoofdpijn veroorzaakt. “Te veel is niet goed. Dat geldt voor alles. Iemand die ernstige pijn heeft, moet naar de huisarts gaan.“

Neels vindt dat het CBD met de campagne de suggestie wekt dat Wyeth's producten 'zeer onveilig zijn'. “Daar maak ik bezwaar tegen. Ik begrijp de beweegredenen van de drogisterijbranche voor deze campagne. Minister Hoogervorst wil de verkoop van zelfzorggeneesmiddelen vrijgeven, de drogisten willen met de campagne aantonen dat advisering belangrijk is. Wij zijn er ook niet zo gelukkig mee dat onze producten straks bij de benzinepomp of in de snackbar verkrijgbaar zijn. Maar dat is nog geen reden om angst te gaan zaaien.“

Ook Bayer (Aleve) ageerde fel en verlangde dat het CBD de campagne zou stilleggen, maar het bedrijf ontkende het probleem van de middelenafhankelijke hoofdpijn niet. Het verschijnsel moest echter ook weer niet overdreven worden en vooral in de juiste context worden geplaatst, schreef medical information manager Dick van Leeuwen van Bayer aan Hummel.

“Deze middelen zijn al jaren op de markt en worden door honderdduizenden mensen naar tevredenheid gebruikt; de veiligheid van deze producten is ruimschoots bekend, bij normaal gebruik zoals aangegeven in de bijsluiters.“

Van Leeuwen hield het CBD voor dat er veel middelen en gewoonten zijn die hoofdpijn kunnen veroorzaken. “Het is geenszins bewezen dat de middelen en merken in de folder van het CBD op enigerlei wijze verantwoordelijk zijn voor hoofdpijn.“ Hij vond de campagne misleidend.

Ten slotte mengde zich Neprofarm, de vereniging van fabrikanten van zelfzorggeneesmiddelen, in de discussie. Ook directeur Bernard Mauritz van deze branche-organisatie drong aan op het stopzetten van de campagne. “In de folder worden merknamen genoemd. Daar maken onze leden ernstig bezwaar tegen“, aldus Mauritz in een brief aan het CBD. Hij wees erop dat driekwart van de omzet aan pijnstillers in drogisterijen huismerken betreft.

“Drogisten moeten niet zo aanmatigend zijn door op de stoel van de dokter te gaan zitten“, vindt Mauritz. “De campagne stimuleert de angst bij consumenten voor veilige stoffen. Ik vind het bedenkelijk dat de branche het eigen voortbestaan wil waarborgen door het risico van zelfzorggeneesmiddelen ter discussie te stellen. Waarom stappen de drogisterijen niet naar het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen als pijnstillers echt gevaarlijke rotzooi zijn?“

Directeur Hummel van het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven vindt het 'verbijsterend' dat de farmaceutische sector het commerciële belang stelt boven het patiëntenbelang. “Een andere conclusie kan ik niet trekken. Wij vinden als drogisterijen dat we een rol kunnen vervullen in het informeren van onze klanten. Wij willen geen problemen met producten die wij verkopen. Dat lijkt me ook een belang van de fabrikant. Het probleem schuilt vooral in verkeerd gebruik en de fabrikanten negeren de kern van de kwestie als ze alleen maar praten over normaal gebruik.“

Hummel ontkent niet dat de drogisterijbranche met grote zorg kijkt naar plannen van minister Hoogervorst om de markt van zelfzorggeneesmiddelen grotendeels vrij te geven. “Straks liggen pijnstillers in de zelfbedieningsschappen van supermarkten, naast de zakjes M & M's.

Hoe vrijer je deze producten presenteert, hoe sneller de consument het gevoel krijgt dat het allemaal niet zo schadelijk is. De risicobeleving verdwijnt totaal. De enige effectieve manier om klanten te informeren over de risico's is volgens ons goede, onafhankelijke voorlichting op het moment van aankoop.“

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden