Hoofdbrekens om de 'bijkomstige schade'

Bijkomstige schade, oftewel collateral damage. Het is een eufemistische militaire uitdrukking voor het maken van burgerslachtoffers bij oorlogshandelingen. Maar deze 'bijkomstige schade' kan onbedoeld grote gevolgen hebben, gevolgen waar oorlogsstrategen geen vat op hebben. De publieke opinie ziet liever geen burgerslachtoffers, hoe 'bijkomstig' ook.

Een precisiebombardement was het zeker. Feilloos wist de lasergeleide bom tijdens de Golfoorlog in 1991 de zwakke plek in het bunkercomplex in de Iraakse hoofdstad Bagdad te vinden. Maar in plaats van hoge officieren van Saddam Hoesseins inlichtingendienst zaten in het gebouw slechts familieleden verscholen, hun vrouwen, hun kinderen, hun ouders.

Gevolg: honderden gedode burgerslachtoffers, en een smet op het blazoen van de 'schone' oorlog waarmee de geallieerden Saddam Hoessein op de knieën wilden krijgen. Ander gevolg was dat de Amerikaanse opperbevelhebber Colin Powell, als voorzitter van de verenigde chefs van staven, de luchtbombardementen boven Bagdad aan banden legde. Alle toekomstige doelen in de hoofdstad hadden vanaf nu het persoonlijke fiat van Powell nodig om verder collateral damage te voorkomen, dan wel tot een minimum te beperken.

Collateral damage. Het Engelse woordenboek geeft er een aantal zeer draaglijke vertalingen voor, voor dat 'collateral' dan. 'Bijkomstig, ondergeschikt, secundair'. Collateral damage, 'bijkomstige schade'. Eigenlijk te verwaarlozen dus, ware het niet dat deze eufemistische militaire uitdrukking slaat op de aantallen burgerslachtoffers bij oorlogshandelingen. Onbedoeld, dat wel.

Collateral damage, althans de risico's ervan, bezorgen de militaire Navo-strategen in deze tijden van oorlog op de Balkan opnieuw de nodige hoofdbrekens. Zeker na de aanval van Navo-gevechtstoestellen op een konvooi vluchtelingen uit Kosovo op 14 april waarbij zo'n tachtig doden vielen en vele tientallen gewonden. Volgens de Serviërs althans, die hiermee een prachtgelegenheid geboden werd om er op het propagandafront boter uit te braaien.

En niet zonder succes. Uit een opiniepieling onder de Britse bevolking blijkt dat de steun voor de bombardementen op Joegoslavië flink is geslonken sinds de rampzalige aanval op het vluchtelingenkonvooi nabij Djakovica. Weliswaar staat nog een respectabele 57 procent van de bevolking achter de luchtoorlog, maar het is acht procent minder dan bij een vorige peiling, eind maart. Overigens hebben daarvan niet de tegenstanders geprofiteerd, ook die verloren wat terrein. Wel de twijfelaars, hun aantal verdubbelde: 22 procent van de ondervraagde Britten weet het niet meer.

En het enthousiasme voor een eventuele grondoorlog is na het 'konvooi-incident' eveneens bekoeld. Voordien 58 procent vóór, nu nog 50. Ook hier weer een sterke toename van de twijfelaars, ruim een verdubbeling naar 17 procent.

Waaruit maar blijkt dat niets zo gevaarlijk is als een 'populaire' oorlog. Een oorlog die lekker ligt bij de publieke opinie, een oorlog waarbij de Goeden - 'wij' dus het opnemen tegen de Slechterikken. Maar dan moeten de Goeden het niet verpesten door het loyale thuisfront met gruwelijke beelden te confronteren van eigen feilen, hoe onopzettelijk en onbedoeld ook.

Dat beseffen de beleidsmakers en strategen in het westerse kamp maar al te goed. Vandaar hun verwoede pogingen om de publicitaire schade van de 'bijkomstige schade' binnen de perken te houden, al was het alleen maar omwille van de eensgezindheid binnen de oorlogscoalitie tegen Milosevic.

Vandaar ook de Navo-briefings na de luchtaanvallen waarbij de woordvoerders prat gaan op de 'chirurgische nauwkeurigheid' waarmee doelen waren bestookt, ook die binnen bewoond gebied. Soms met recht. Zoals na de aanval met kruisraketten op twee gebouwen van het Servische ministerie van binnenlandse zaken in de hoofdstad Belgrado.

Voor de aanval, op de zaterdag voor Pasen, zaten de Navo-planners en betrokken politici met het zweet in de handen. De gebouwen van het ministerie lagen immers op meters afstand van een verloskundig ziekenhuis, en de humanitaire (en publicitaire) ramp was niet te overzien, indien er iets mis zou gaan.

Er ging niks mis, althans niet met het ziekenhuis. Met ijzingwekkende precisie troffen de acht Tomahawk-kruisraketten hun beoogde doelen. De ministeries werden vernietigd, het ziekenhuis bleef ongedeerd, op een enkele gebroken ruit na. In de Navo-hoofdkwartieren wreef men zich in de handen, eens te meer een bewijs van de accuratesse van deze wapens.

Of was het puur geluk, een gevaarlijke gok die goed uitpakte? De Amerikaanse brigade-generaal Robert Osterthaler, een vroegere Pentagon-functionaris die zich destijds bezighield met de strijd in Bosnië, neigt tot dit laatste. Hij noemt de optie van de zogeheten 'chirurgische aanvallen' een mythe. ,,Hoe nauwkeurig onze wapens ook mogen zijn, ze hebben hun beperkingen'', zegt hij. Computers en satellieten die bewegingen op de grond 'verkeerd' kunnen vertalen. Piloten die met beperkt zicht, of met summiere instructies, en vaak sneller dan het geluid binnen seconden hun conclusies moeten trekken. Het maakt feilloze luchtaanvallen vrijwel tot een illusie.

Milosevic en zijn strategen weten dat, en proberen munt te slaan uit de enorme gevoeligheden die Operatie Allied Force in het westen blootlegt. Dus stationeren Joegoslavische commandanten hun tankeenheden bij voorkeur in woonwijken, en trekken ze op in konvooien onder dekking van vluchtelingen. Dus bevolken dag aan dag groepen burgers strategische bruggen om deze te beschermen tegen Navo-aanvallen.

Want naarmate er meer beelden binnenkomen van burgerslachtoffers, inclusief de hartverscheurende taferelen van honderdduizenden Kosovaren op drift, zal het draagvlak voor de oorlog afnemen, schat men in. Zal het imago van een vlekkeloze militaire campagne het afleggen tegen de realiteit van deze oorlog. Een vuile oorlog, want schone oorlogen bestaan niet. En geen oorlog zonder collateral damage, of het moet de Falklands-oorlog tussen Groot-Brittannië en Argentinië in 1982, zijn geweest die puur op het slagveld, in de lucht en op zee werd uitgevochten.

Collateral damage is van alle tijden. Neem het bloedbad in het VN-vluchtelingenkamp in Kana, in Zuid-Libanon, waarbij in 1996 door Israëlische beschietingen ruim honderd doden vielen. En de talloze gevallen tijdens de Vietnam-oorlog waarbij Amerikaanse bommenwerpers zowel in Vietnam als in Cambodja evenzovele burgerslachtofers maakten. Het beeld van het naakte Vietnamese meisje, door napalm getroffen en voor haar leven rennend over een landweg, verdwijnt nooit meer van het netvlies.

Nog verder terug, en dichter bij huis. Geallieerde luchtaanvallen tijden de Tweede Wereldoorlog op Duitse of 'Duitsvriendelijke' doelen in Nederlandse steden en dorpen hebben meer slachtoffers onder de burgerbevolking geëist dan het Duitse bombardement van Rotterdam. Collateral damage, zeker, alleen toen noemde niemand het zo, en viel er aan 'goede zijde' geen woord van verwijt.

Het begrip is pas sinds de Golfoorlog opgenomen in het militaire vocabulair. Om de gruwelen van de oorlog onder de burgerbevolking te maskeren. Een Amerikaanse peiling onder de bevolking, even na het einde van de gewonnen Golfoorlog, stelde de vraag of men achteraf bezorgd was over de omvang van de collateral damage ten gevolge van de geallieerde bombardementen.

Eenentwintig procent toonde zich zeer bezorgd, 34 procent bleek tamelijk bezorgd. Toen de vragenstellers dit eufemisme vervingen door 'het aantal burgerslachtoffers en verdere onbedoelde schade in Irak' antwoordde 41 procent met 'zeer bezorgd', 33 procent was 'tamelijk bezorgd'.

Toen midden jaren negentig de strijd in Bosnië op zijn hevigst was, met de belegering van Sarajevo door de Bosnisch-Servische troepen van Karadzic en Mladic als gruwelijk dieptepunt, verzuchtte de Amerikaanse senator Sam Nunn: ,,Ik hoop dat we niet op een punt aankomen waarbij we in dit land een oorlog verwachten waarin aan onze kant niemand sneuvelt, en waarin aan de andere kant geen enkele collateral damage is.''

Het is de grote vrees bij het militaire establishment. Dat de bevolking een conflict zonder slachtoffers verwacht, en voor iets anders terugdeinst. Daar ligt dan een zuiverende en voorbereidende taak voor politici, want zoals de Franse leider Georges Clemenceau tijdens de Eerste Wereldoorlog zei: ,,Oorlog is té belangrijk om over te laten aan generaals.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden