HOOFD TECHNISCHE DIENST In het Van Abbe is niets standaard

Dit is de derde aflevering van een serie over het werk achter de schermen in Nederlandse kunstmusea.

Zeven mensen telt de technische dienst van het Van Abbemuseum in vaste dienst. En toch is het in de periode van twee jaar en twee maanden dat Arno Bergmans hoofd is, pas een keer gelukt om een expositie volledig met die eigen mensen op te bouwen: die van Marlene Dumas, de enige tentoonstelling van uitsluitend schilderijen.

Een schilderij ophangen is relatief eenvoudig, “een kwestie van twee haakjes in de muur draaien en het hangt”, volgens Bergmans, “en als het niet goed hangt, draai je twee nieuwe haakjes in”. De tentoonstellingen in het Van Abbemuseum bestaan echter voor het grootste deel uit ruimtelijk werk. Bij de opbouw van de nu net afgelopen expositie van de Amerikaanse kunstenaar Dan Graham, liepen behalve de eigen schilder, timmerlieden en hijzelf nog zes extra schilders en drie via de aannemer ingehuurde krachten rond. Voor het afbreken zijn de hele week al zeven mensen bezig, en nog lijkt het museum op een bouwmaterialenhandel. Overal staan keurig gelabelde kisten in allerlei formaat, plaatmateriaal en rollen bobbeltjesplastic. Tegen de wand leunen gigantische platen glas.

Bergmans zelf is met zijn middelbaar bouwkundige opleiding en ervaring in onderhoudswerkzaamheden, meubelmaken, industriele vormgeving, zeefdrukken en fotografie op de hoogte van de meest uiteenlopende materialen en technieken. Erg handig, beaamt hij, want binnen de hedendaagse kunst is alles mogelijk. “Zoals de schilder vroeger zijn kleuren mengde, zo mengt de kunstenaar nu zijn materialen. In feite zijn flexibiliteit en inventiviteit de belangrijkste eigenschappen bij het installeren van een tentoonstelling. Bij kunst is niets standaard, dus je moet er heel nauwgezet mee omgaan. De meeste dingen kun je ook niet alleen doen. Soms zijn wij voorzichtiger dan de kunstenaar. Marlene Dumas sjouwt gewoon met haar schilderijen, ze pakt ze beet en zet ze elders neer. Maar als de eigenaar van het schilderij gezegd heeft dat dat schilderij uitsluitend met witte handschoentjes moet worden aangepakt, moet ik tegen haar zeggen: 'Nee Marlene, je mag er alleen met witte handschoentjes aan komen.' Uiteindelijk is het gedurende de tentoonstelling de verantwoordelijkheid van het museum. Niek Kemps loopt ook gewoon met zijn jas tegen een beeld dat niet aangeraakt mag worden.

Dan zeg ik toch: 'Hee Niek, een beetje rustig met je eigen werk.' ''

“Het grootste probleem van mijn werk is dat je een tentoonstelling moet klaarmaken op hetzelfde moment dat hij nog vorm krijgt. De hoeveelheid benodigd materiaal is vooraf meestal wel vast te stellen, maar inschatten hoeveel werk het inrichten wordt, is heel moeilijk.

Vooraf rekenen we uit hoeveel mandagen we denken dat het gaat kosten en baseren daarop het aantal mensen dat we extra moeten inhuren. Daarbij ga ik er al vanuit dat elk werk twee keer moet worden opgesteld, maar soms is dat wel zes keer. Zodra je begint met inrichten, ligt je plan meestal in een dag al volledig in duigen. Dat geldt ook voor de kunstenaar; hoe goed hij ook van tevoren heeft gekeken en hoeveel tekeningen hij ook heeft gemaakt, in de praktijk blijkt het er toch altijd anders uit te zien. Een deur blijkt ineens toch wel erg nadrukkelijk aanwezig, of een combinatie van werken in een bepaalde zaal heeft een ander effect dan verwacht. Bij de tentoonstelling van Pieter Laurens Mol werden zestig werken geplaatst, maar we hadden er hier over de honderd: allemaal uitgepakt, bekeken, opgesteld en weer ingepakt.''

Daarbij zijn er altijd onvoorziene omstandigheden. Soms arriveert een kunstwerk beschadigd of ligt het letterlijk in stukken in de kist en wordt in overleg met de kunstenaar besloten of het werk toch wordt opgesteld, en of het gerestaureerd wordt, als daar de tijd en de mogelijkheden voor zijn. Ook komt het elke tentoonstelling voor dat er een of meer onderdelen missen. “Meestal blijkt dat pas tijdens het opbouwen en is het achtergebleven bij de eigenaar. Daar ben je dan mooi klaar mee, als die aan het andere eind van de wereld woont. Zo misten we twee aluminium kokers bij het opstellen van een werk van Aernout Mik dat in Amerika tentoongesteld was geweest. Ze laten halen was onmogelijk, ze waren binnen twee uur nodig. Dan zit maar een ding op: ze opnieuw maken, want een tentoongesteld werk moet perfect in orde zijn. In de hout- en metaalwerkplaats van het museum kunnen we veel zelf maken, en specialistisch werk besteden we uit. Een gebrek aan tijd mag nooit de reden zijn om het niet goed te doen.”

Uiteindelijk kost het nemen van beslissingen de meeste tijd. De technische dienst kan weinig doen eer de directeur en de conservatoren in overleg met de kunstenaar bepaald hebben wat gebeuren moet. Daarbij veranderen die besluiten nogal eens en zijn de betrokken personen er vaak niet op het moment dat een knoop moet worden doorgehakt. “De mensen die hier bij de technische dienst werken, zijn behoorlijk flexibel en inventief”, zegt Bergmans, “daar zitten de problemen niet.

Het wachten is altijd op het vallen van de beslissing wat waar komt.

Mensen die veel van kunst weten, zijn over het algemeen geen managers.

Het zou handig zijn, als de directeur er altijd was, maar dat is onmogelijk. Op Dan Graham hebben we ook eindeloos gewacht. Telkens stuurde hij weer een fax met de melding dat hij eraan kwam, waardoor beslissingen werden uitgesteld en wij niet vooruit konden. Op een gegeven moment moet je toch beginnen, anders ben je niet op tijd klaar.''

Hedendaagse kunst laat planning vooraf ook moeilijk toe. Tijdens het inpakken van Dan Grahams werk wordt nog onderhandeld waar sommige werken heen gaan. En Bergmans hoorde pas gisteren dat de staf besloten had om een heel andere zomertentoonstelling in te richten dan de geplande, waar hij al mee bezig was. “Alle materiaal dat al was aangevoerd, kan dus het magazijn weer in. Natuurlijk denk je dan eerst: hadden ze dat niet eerder kunnen zeggen. Maar voor dit soort veranderingen moet ruimte zijn. Het heeft puur te maken met het inspelen op wat er om je heen gebeurt. Als er een belangrijke ontwikkeling binnen de kunst is, moet die getoond kunnen worden. En ik weet uit ervaring dat die veranderingen de tentoonstelling altijd beter maken. Maar ik probeer wel aan de staf duidelijk te maken wat voor consequenties dit voor ons heeft. Mijn voorganger is overspannen weggegaan, en daar heb ik geen zin in. De stress moet daar blijven waar hij thuishoort, dus niet op de werkvloer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden