Hongkongs grootste god schiet wortel in atheïstische grond

Wierook branden voor de tempel in Guangzhou. Beeld RV
Wierook branden voor de tempel in Guangzhou.Beeld RV

Twintig jaar geleden, op 1 juli 1997, keerde de Britse kolonie Hongkong terug in de Chinese moederschoot. Ook Hongkongs grootste god, Wong Tai Sin, vond zijn weg terug naar 'atheïstisch' China. Deel 2 van een serie.

Meneer Leung Boziao (83) zag hoe een communistische brigade in 1958 de tempel afbrak in zijn dorp Rengang, 100 kilometer bezuiden Guangzhou. Voorzitter Mao had een 'campagne tegen bijgeloof' afgekondigd. "En het partijbestuur hier had bouwmaterialen nodig", vertelt Leung. "Dus sloopten ze de tempel en gebruikten ze de bakstenen voor hun kantoor."

Maar de granieten deurbalk was kennelijk te zwaar, die lieten de brigadisten liggen. "Samen met anderen heb ik die verstopt in de bosjes langs de weg." 'Wong Tai Sin', stond erop, de naam van de god waaraan de tempel gewijd was. Zo'n 25 jaar geleden werd de tempel herbouwd, met dank aan geldschieters uit Hongkong, waar deze taoïstische god heel populair is (zie de vorige aflevering uit deze serie, verschenen op 22 juni). De balk siert weer de toegang tot het gebouwtje, zwartgeblakerd door de wierook, met een beeldje waarop de god de bezoeker met opgeheven hand begroet.

De originele tempel was veel groter, met een gouden altaarbeeld. De opdrachtgever, Yeun Ngam Leung, had deze tempel in 1901 laten neerzetten in zijn geboorteplaats, een plattelandsdorpje met visvijvers en rijstplantages. Deze Leung was een medium van Wong Tai Sin, en hij had wat te makken. Met geld van zijn adepten had hij in de stad Guangzhou ook al een tempel gebouwd. De apocalyptische boodschappen die hij doorkreeg van de god, sloegen aan. "Europa en Amerika loeren naar China als een tijger", waarschuwde de god via medium Leung, "ze zullen China weldra verscheuren". Wong Tai Sin dicteerde Leung ook recepten voor medicinale drankjes op basis van kruiden en vleermuis, kinderurine of moedermelk. Die vonden gretig aftrek want er woedde een pestepidemie.

Ook Leungs eerste tempel in Guangzhou werd gesloopt, en omgebouwd tot een fabriek voor doodskisten. En ook deze tempel is herbouwd. Je zou zweren dat-ie echt oud is, met zijn daken vol keramische dakpannen in de vorm van goden. Een met oog voor detail gebouwd paradijsje in een haveloze flatwijk met leegstaande winkelpanden.

De tempel heet geen tempel, maar eufemistisch de 'Wong Tai Sin Toeristenattractie'. Een attractie waar toeristen kennismaken met Chinees erfgoed: dat klinkt in een land met een atheïstische staatsideologie beter dan een tempel waar gelovigen bidden. Tempelbestuurders balanceren in China op een slap koord, waaraan autoriteiten zomaar een ruk kunnen geven. Rond 2000, toen het bewind duizenden aanhangers van de Falun Gong-sekte vervolgde, meden gelovigen uit vrees voor de antireligieuze stemming de tempel, pardon, toeristenattractie.

Maar nu branden gelovigen er weer naar hartelust wierook. "Ik kom niet speciaal voor Wong Tai Sin, ook voor de andere goden", zegt restauranthouder Chow Humbo (51). Wong Tai Sin is geen naijverige god: talrijke godenbeelden staan naast de zijne. Meneer Chow heeft net wat fruit als offer neergelegd bij de urn van zijn moeder. De levenden kunnen er ook alvast een nis met hun naam leasen: je urn in een tempel vergroot je kansen in het hiernamaals.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Mevrouw Ng maakt offerrandes. Beeld RV
Mevrouw Ng maakt offerrandes.Beeld RV

Grenzen

De tempel stelt wel grenzen aan de geloofspraktijken, bijvoorbeeld aan iets wat traditioneel een kerntaak is voor tempels: qiu qian. Gelovigen schudden een bus met qiu qian-staafjes tot er een uitvalt, die correspondeert met een orakelspreuk. In Hongkong gebeurt dat volop, maar in China begint hier het schemergebied van wat het departement voor religieuze zaken verbiedt als bijgeloof. "De regering heeft wetten over religie", legt tempelbestuurder William Yip uit. "Als je je daaraan houdt krijg je geen problemen. Misschien gebeurt qiu qian wel buiten, maar niet in de tempel."

Zeker gebeurt dat, beamen meneer Lai en mevrouw Ng. Zij zijn uitbater van een van de vele kraampjes van waarzeggers, handlezers en verkopers van nepdollars en andere brandoffers vlakbij de tempel. "De meeste mensen schudden de qiu qian-staafjes hier", wijst Ng naar een beeldje van Wong Tai Sin. "Maar sommigen schudden ze in de tempel, en dan leggen wij de spreuken voor ze uit."

De tempel op zijn beurt biedt diensten die de kraampjes niet bieden. Voor allerhande rituelen, bijvoorbeeld bij begrafenissen, kunnen gelovigen aankloppen bij priesters, die inwonen in de tempel, en in dienst zijn van de officiële Taoïstische Vereniging. Deze overheidsinstantie controleert ook of geloofsuitingen geen onwelgevallige vormen aannemen.

Geloof, politiek en zaken gaan hand in hand in China, zo illustreert ook de geschiedenis van de tempel in Guang-zhou. Voorafgaand aan 1997, toen de overdracht van Hongkong naar China te gebeuren stond, hoopten lokale autoriteiten dat een nieuwe Wong Tai Sin tempel pelgrims zou trekken uit Hongkong - en in hun kielzog investeerders. Ze spendeerden bijna 1,5 miljoen euro aan de bouw. Maar in 1995 stond er slechts een toegangspoort en was het geld op.

Daarop vroeg het districtsbestuur aan projectontwikkelaar William Yip om de zaak af te bouwen. "Ik had veel flats in Hongkong en Guangzhou gebouwd, en meer dan driehonderd winkelcentra in Canada en de VS", vertelt Yip, wiens bedrijf ook een casino en hotels in het nabije Macau runt.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Leung Boziao. Beeld RV
Leung Boziao.Beeld RV

Twijfel

"Maar een tempel had ik nog nooit gebouwd." Hij twijfelde aan de opzet. "Waarom hebben jullie er een karaokebar in gepland, vroeg ik. 'Om geld te verdienen', zeiden ze. Ik zei: maar dit is een tempel!" Ook tegen de investering, omgerekend 7 miljoen euro, zag hij op: "Daar kun je heel veel woningen van bouwen, zeker toen. Maar dit was een heel arme wijk: zonder wegen, tempels of medische voorzieningen. Ik wilde de mensen helpen."

In 1996 tekende Yip, twee jaar later stond de tempel. "Elke deur, elke tegel heb ik zelf uitgekozen." Volgens het contract mag hij vijftig jaar lang de inkomsten opstrijken. De tempel is een publiekstrekker. Met Chinees Nieuwjaar komen er in tien dagen wel 250.000 bezoekers, vertelt Yip. "Na tien jaar hadden we de investering eruit."

Toekomst verzekerd? Yip lijkt er niet gerust op. Als zijn contract afloopt in 2046, is de tempel weer van de lokale autoriteiten. "We vrezen dat die niet weten hoe ze deze zaak moeten runnen; andere tempels in overheidshanden verliezen geld", vertelt Yip. "Daarom storten we uit onze inkomsten geld in een beheerfonds, dat we dan zullen overdragen aan de autoriteiten."

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

William Yip.  Beeld RV
William Yip.Beeld RV

Thuis bidden

De tempel mag een zakelijk succes zijn, van de opzet van 25 jaar geleden - Hongkongers trekken - is niks terechtgekomen. Die bidden thuis wel, in hun eigen Wong Tai Sin tempel. Nu hebben de autoriteiten iets wat niet de bedoeling was: een tempel, ook al heet die een toeristenattractie, waar lokale gelovigen bidden. Plannen voor nog een tempel in Guangzhou zijn er ook. Bidden doen ze ook in Rengang, en even verderop exploiteert een filmstudio nóg een 'Wong Tai Sin attractie', met een massief gouden Wong Tai Sin beeld, ook te huur als set voor kungfu-films.

Is Wong Tai Sin in China een blijverdje? Dat is een kwestie van bidden - en van China's religiepolitiek (daarover meer op 10 juli in de volgende aflevering).

Veel informatie in dit artikel berust op het boek 'Building temples in China' van de Hongkongse sociologen Graeme Lang en Selina Chan

Lees ook: Niet elke Chinees wil naar de stad

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden