Honger is een kwestie van slecht bestuur

Honger is niet nodig. Door slecht bestuur worden water en voedingsstoffen verspild. Met eenvoudige maatregelen is daarom enorme winst te boeken, niet alleen in ontwikkelingslanden maar ook in het rijke en veel te dikke Westen. Dat zegt Vaclav Smilt, hoogleraar aan de Universiteit van Manitoba in Canada en een van de autoriteiten op het gebied van voedselvoorziening.

Als Vaclav Smil schetst hoe voedsel verbouwd wordt beschrijft hij vooral de verspilling. Er gaat daarbij veel water en mest verloren, met alle milieugevolgen van dien. ,,Daar weten jullie in Nederland alles van.'' Maar de verspilling zit ook aan het eind van de voedselketen. Westerlingen nemen bijna twee keer zoveel energie tot zich als ze nodig hebben. Dat overschot aan voedsel vertaalt zich in steeds dikker wordende vetlagen. Ongebruikte energie, en bovendien ongezond, waardoor de kosten va de gezondheidszorg oplopen.

Met een goed bestuur zou er veel minder verspild worden en zou de landbouw meer opbrengen. Smil: ,,Het is opvallend dat India en China, die een zeer verschillende bestuursvorm hebben, er allebei in zijn geslaagd om hun landbouw te moderniseren, waardoor ze genoeg produceren om hun bevolking te voeden. Het grootste probleem is daar de binnenlandse verdeling van het voedsel, maar de productie is op peil. Dat heeft vooral te maken met politieke stabiliteit. In Afrika wordt de honger veroorzaakt door het achterblijven van de agrarische productie. Oppervlakkig beschouwd komt dat door het ontbreken van zaaizaad, irrigatiesystemen en voldoende kunstmest, maar de achterliggende oorzaak is het mismanagement van de overheden.''

,,Het Afrikaanse continent wordt al decennia geteisterd door maatschappelijke onrust en burgeroorlogen. Neem Ethiopië. Dat land beschikt over voldoende water en landbouwgronden om uit te groeien tot de graanschuur van Afrika. Maar in plaats van het aanleggen van irrigatiesystemen besteedt de Ethiopische regering zijn geld liever aan een uitzichtloze oorlog met Eritrea. Slecht bestuur is de oorzaak van de honger en armoede in de wereld, want in een instabiele omgeving is geen stabiele voedselproductie mogelijk.''

Met de teelt van handelsgewassen zoals koffie, katoen en bananen kan volgens Smil hoogstens indirect honger bestreden worden. ,,Iedere boer weet dat je niet jaar na jaar hetzelfde gewas moet telen op een stuk grond. Je moet diversificeren. Als daar handelsgewassen bij zitten dan is dat des te beter. Dat levert geld op voor de aanschaf van kunstmest of zaaizaad of om het schoolgeld van de kinderen te betalen. Het is onzin dat de teelt van handelsgewassen bijdraagt aan het voedselprobleem. Het levert juist koopkracht op voor kleine boeren. De problemen ontstaan als iedereen hetzelfde gaat telen, zoals koffie en katoen. Dan is het niet zo gek dat de wereldmarktprijs daalt en de boeren steeds minder verdienen. In feite ook een vorm van mismanagement. Een slimme boer gaat gewassen telen die niet iedereen verbouwt. De Chinese boeren bijvoorbeeld zijn tegenwoordig zeer succesvol met de teelt en afzet van appels en walnoten. Daar verdienen ze behoorlijk aan.''

Naast verliezen door mismanagement op macroniveau, is er ook op microniveau sprake van behoorlijke verspilling. Als voorbeeld noemt Smil het verkwisten van irrigatiewater. ,,Bij irrigatie wordt minder dan dertig procent van het aangevoerde water benut door de plant. De rest lekt weg of verdampt. Op zich zou dat niet zo erg zijn, ware het niet dat veel van het irrigatiewater wordt opgepompt uit ondergrondse natuurlijke reservoirs. Daardoor daalt de grondwaterspiegel dramatisch in de belangrijkste landbouwgebieden in de wereld. In delen van China is het grondwater de laatste dertig jaar met dertig tot veertig meter gedaald.'' Het in rekening brengen van een reële prijs voor water, zou volgens Smil flink kunnen bijdragen aan het verhogen van de opbrengst per liter water. In het engels luidt de bondige leus: crop per drop.

Een ander voorbeeld van inefficiënte benutting van hulpstoffen is de enorme verspilling van voedingsstoffen voor de plant, meer in het bijzonder de bemesting met stikstof. ,,Een kilo ammoniak heeft een energie-inhoud van 1250 kilocalorie (ongeveer evenveel als een 'Happy Meal' bij McDonalds. JvK) en is daarom een kostbare stof. Toch dumpen we het in grote hoeveelheden op akkers en weiden, zonder ons te bekommeren over de vraag hoeveel de plant echt nodig heeft. Het gevolg is dat meer dan de helft van de stikstof niet bij de plant terecht komt, maar op plekken waar we het spul helemaal niet willen hebben, zoals in het grondwater, in sloten en beken en in onze bossen en natuurgebieden. Met eenvoudige maatregelen, zoals het niet in één keer opbrengen van alle mest en gericht strooien, kunnen we driekwart van de stikstof benutten in plaats van minder dan de helft. Een efficiencywinst die niet alleen goed is voor de portemonnee, maar ook voor het milieu.''

De verspilling kan fors teruggebracht worden, maar helemaal zonder stikstof, zoals de biologische landbouw bepleit, kunnen we niet. Althans niet overal. Smil: ,,Akkerbouwers in de Verenigde Staten die maïs afwisselen met een stikstofbindend gewas als soja of alfalfa hoeven eigenlijk geen kunstmest te strooien. Boeren in China daarentegen kunnen niet zonder kunstmest, want anders zou er voor driekwart van de bevolking geen voedsel meer zijn.'' Met biologische landbouw heeft Smil sowieso niet zo veel op. ,,Als wetenschapper stuit het me tegen de borst als mensen suggereren dat de ureum in dierlijke mest een andere is dan die in kunstmest. Chemisch gezien is dat nonsens. Ook zou ik niet willen beweren dat dierlijke mest beter is voor het milieu dan de chemische vervanger. Integendeel. Met dierlijke mest loop je een grote kans dat je teveel opbrengt en dat er dus meer stikstof uitspoelt dan wanneer je kunstmest gebruikt. Het is een illusie om te denken dat je wereldwijd kunstmest kunt vervangen door dierlijke mest. Dan zou je vijf keer zoveel dieren moeten hebben; een onmogelijke opgave.''

Smil heeft meer problemen mee met het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de gangbare landbouw. ,,Oogsten die tien, vijftien maal per seizoen gespoten moeten worden, vind ik bijna een persoonlijke belediging. Alsof we niet in staat zouden zijn om gewassen en teeltmethoden te ontwikkelen, waarvoor je geen of in ieder geval maar heel weinig synthetische middelen nodig hebt. Bijvoorbeeld het door elkaar telen van verschillende variëteiten van een gewas of zelfs van verschillende gewassen, zoals in de moestuintjes in Afrika en China gebeurt.''

Ook zouden we moeten accepteren, dat agrarische producten niet perfect zijn. Smil: ,,Een Japanse appel lijkt meer op namaakfruit dan namaakfruit zelf. Hij is perfect van uiterlijk, maar dat krijg je alleen voor elkaar door heel veel spuiten. Dat lijkt me toch tamelijk overbodig. Ik denk dat we toe moeten naar een landbouw waarbij je uitgaat van het verhogen van de natuurlijke weerstand van een gewas, zodat je kunt volstaan met minuscule hoeveelheden bestrijdingsmiddel. Zeg maar in concentraties die overeenkomen met de concentraties aan gifstoffen waarover planten van nature beschikken om zich tegen ziekten en plagen te beschermen.''

Bij het verbeteren van de efficiency in de landbouw moeten we niet bang zijn om gebruik te maken van de mogelijkheden van biotechnologie, vindt Smil. ,,Alles wat we eten is het product van genetische modificatie die de afgelopen tienduizend jaar heeft plaatsgevonden. Koeien bijvoorbeeld. Ze zijn niet voorzien van een vreemd gen, maar ze zijn wel zodanig gemodificeerd dat ze tien keer meer melk geven dan ze van nature deden. Of neem een varken. Tegenwoordig weegt dat in vijf maanden tijd honderd kilo. Van generatie op generatie hebben we de afwijkende individuen geselecteerd om daarmee verder te fokken.''

Bij de moderne vorm van genetische modificatie worden genen van een andere soort ingebracht. Dat brengt risico's met zich mee. Smil: ,,Vrijwel alle koolzaad in Canada is tegenwoordig genetisch gemodificeerd. Daar kunnen onvoorziene risico's aan vast zitten, dus dat betekent dat je voorzichtig moet zijn. Aan de andere kant hebben boeren dankzij genetisch gemodificeerd koolzaad niet alleen minder bestrijdingsmiddel nodig, maar kunnen ze ook nog eens een bestrijdingsmiddel gebruiken dat snel afbreekt. Als je zo'n milieuvoordeel kunt boeken, dan moet je dat niet laten vanwege effecten die we nu nog niet kunnen voorzien.''

Als een van de weinige landbouwkundigen gaat Smil in zijn boek 'Feeding the World' (MIT Press 2000) ook in op de verspilling aan het andere eind van de keten, bij de consument. ,,In Westerse landen is gemiddeld 3500 kcal per persoon aan voedsel beschikbaar. Afgezien van een enkeling die nog zwaar lichamelijk werk moet doen, heeft niemand meer nodig dan circa 2000 kcal per dag. Met andere woorden, we verspillen ongeveer 1500 kcal per persoon per dag. Voor een deel gaat dat in de vuilnisbak, maar voor een deel vertaalt het zich in dikker wordende mensen.''

Zoals waterverspilling kan worden tegengegaan met een reële prijs voor water, zo kan voedselverspilling worden verminderd door een reële prijs voor voedsel te vragen. Smil: ,,In Westerse landen geven mensen gemiddeld 15 procent van hun inkomen uit aan eten. De prijs van voedsel is mede zo laag doordat overheden in het westen de landbouw subsidiëren met tussen de 30 en 50 procent. Paradoxaal genoeg weten mensen daardoor niet meer wat voedsel echt kost. De staat subsidieert voedsel, waardoor de prijs in de winkel relatief laag is. Daardoor eten mensen te veel, worden ze te dik en moeten ze een beroep doen op de gezondheidszorg. Dat kost de staat ook weer geld. Als je de landbouwsubsidies afschaft, wordt het eten duurder en zullen mensen er bewuster mee omgaan. Dat kan weer een besparing opleveren op de kosten van gezondheidszorg. Tel uit je winst.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden