Honger is de prijs voor het verjagen van moslims

In de Centraal-Afrikaanse Republiek leidt crisis tot een verdubbeling van de prijzen en een voedseltekort

BANGUI - Op de markt in Bangui ontbreekt het geschreeuw van de verkopers en het gedrang van klanten. Er is een redelijk aanbod van vis en fruit in de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), maar groente en vlees zijn zeldzaam. Door de oorlog zijn de prijzen de laatste tijd verdubbeld en dus zijn de producten onbetaalbaar voor een groot deel van de bevolking. Van de inwoners leeft 60 procent van minder dan één euro per dag.

"Dat is de prijs die wordt betaald voor het verjagen van een deel van de bevolking", concludeert econoom Aimée ka Ngouyangba. "De transportsector, de handel en de veehouderij waren vooral in handen van moslims. Nu zij zijn gevlucht, komen er nauwelijks nog producten binnen. Koeien zijn schaars geworden."

Ruim een jaar geleden werd de regering van president Bozize verjaagd door Seleka, een coalitie van moslimmilities. Seleka-leider Michel Djotodia werd staatshoofd maar verloor de controle over zijn milities die vooral de christelijke meerderheid in het land terroriseerden. In december werden de rollen omgedraaid en verjoegen christenmilities met eveneens grof geweld het merendeel van de moslims naar vluchtelingenkampen of omliggende landen.

De Centraal-Afrikaanse Republiek is een van de armste landen in Afrika. Zo'n 70 procent van de bevolking woont op het platteland en leeft van de landbouw. Dat is meestal net genoeg om in het eigen levensonderhoud te voorzien. "Toen Seleka aan de macht was, werd de verwoesting van de economie ingezet door de milities die oogsten, voorraden, zaden en werktuigen van boeren verbrandden. De verdrijving van moslims is de laatste nagel aan de doodskist van de economie", vertelt Ngouyangba.

De econoom keerde vorig jaar na zijn studie in Rusland terug om te doceren aan de universiteit van de hoofdstad Bangui. Enkele weken na zijn aankomst barstte het conflict in alle hevigheid los en ging de universiteit dicht. Ook Ngouyangba heeft het moeilijk. Net als vele anderen heeft hij geen vast inkomen waardoor het moeilijk is aan eten te komen.

De CAR leent dit jaar rond de twintig miljoen euro van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) om de economie nieuw leven in te blazen. Maar volgens Ngouyangba is er veel meer nodig: "De staatskas is leeg. Het waren vooral de ambtenaren en de handelaren die belasting betaalden, maar die zijn nu verjaagd. Het zal moeilijk worden extra fondsen los te peuteren van het Westen. De wereld ligt niet wakker van wat er in de CAR gebeurt, omdat er geen gas of olie is te vinden en het geen vakantiebestemming is. Het is het afvoerputje van Afrika."

De dreiging van een voedselcrisis is duidelijk zichtbaar, zoals op zondagmorgen na de kinderdienst in de Sint Pauluskerk aan de oever van de Ubangi rivier, die de grens vormt tussen de CAR en Congo. "Vroeger aten we thuis drie keer maar nu maakt mijn moeder nog maar één maaltijd", vertelt een meisje. De meeste kinderen zijn niet alleen mager, maar vertonen ook andere symptomen van voedseltekort, zoals witte vlekken op het hoofd en opgezwollen buikjes.

Hulporganisaties brengen voedsel naar het land maar dat is vooral bestemd voor de ontheemden in de vluchtelingenkampen. Er wordt geschat dat een kwart van de vijf miljoen inwoners onvoldoende te eten heeft. Ze wonen niet alleen in de stad maar ook op het platteland.

In Bossangoa, te midden van een vruchtbaar landbouwgebied, is de situatie net zo beroerd als in Bangui. Op de markt zijn nog wel maniok en aardnoten te koop, maar ook daarvan zijn de prijzen fors gestegen. Die producten vullen weliswaar de maag maar bevatten weinig voedingswaarde. Een team van Artsen zonder Grenzen (AzG) ondersteunt het ziekenhuisje naast de kerk in Bossangoa.

Maandenlang behandelde het medisch personeel vooral mensen met verwondingen. Maar nu is het personeel vooral bezig met het verzorgen van zieken, vertelt de Nederlandse Florien Oudenaarden, die sinds oktober in het ziekenhuis werkt als arts. Malaria vormt een groot probleem. "Huizen zijn verwoest en mensen slapen onbeschermd tegen muggen. Ook krijgen we veel gevallen van ernstige bloedarmoede, vooral onder kinderen", aldus de arts.

Daarnaast kampen ook de ziekenhuizen met voedseltekort. In plattelandsziekenhuizen in Afrika is het de gewoonte dat patiënten eten krijgen van familieleden.

In Bossangoa heeft AzG die taak deels moeten overnemen omdat families niet genoeg voedsel voor zichzelf hebben. Oudenaarden: "Ongenezen patiënten wilden voortijdig het ziekenhuis verlaten omdat ze honger hadden. Daarom besloten we eten te verstrekken aan de patiënten. Anders wordt het niets met hun genezing."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden